RB
RB 3958
23 februari 2026
Artikel

Volg deLex op LinkedIn

 
RB 3968
17 februari 2026
Artikel

Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026: tot 1 maart met vroegboekkorting

 
RB 3970
12 februari 2026
Artikel

Laatste week vroegboekkorting voor Duurzaamheid & Recht op 26 maart 2026

 
RB 470

Virtuele Trombose

Vzr. Rechtbank Arnhem, 9 februari 2010, LJN: BL6046, Federatie van Nederlandse Trombosediensten & Stichting Rode Kruis Trombosedienst "Neder-Veluwe” tegen Stichting Virtuele Trombosedienst.

Reclamerecht. Collectieve actie. Gedaagde (SVT)  is “nieuwkomer op de markt van trombosediensten” en niet aangesloten bij eiser, de Federatie van Nederlandse Trombosediensten (FNT).  De FNT stelt i.c. dat SVT zich in de vergelijking met de diensten van de bestaande, regionale trombosediensten heeft bediend van ongeoorloofd vergelijkende en misleidende reclame. FNT niet ontvankelijk, trombosedienst Neder-Veluwe wèl. Vorderingen gedeeltelijk toegewezen. Aanpassing ’maatman’ maatstaf. Ongeoorloofde vergelijkende reclame. Schade goede naam.

4.22.  Van misleidende reclame is niet gebleken. Wel is voldoende aannemelijk geworden dat een aantal mededelingen van SVT ofwel niet voldoet aan het in artikel 6:194a, lid 2, aanhef en onder c BW vereiste van een objectieve en controleerbare vergelijking, ofwel de reputatie van de bestaande regionale trombosediensten en dus ook de Regionale Trombosedienst Neder-Veluwe onnodig heeft geschaad in de zin van artikel 6:194a, lid 2, aanhef en onder e BW. De verbodsvordering zal daarom worden toegewezen, zoals hiervoor al weergegeven, en met een dwangsom worden versterkt. Deze dwangsom zal aan een maximum worden gebonden. Voor zover de vergelijking niet zou voldoen aan andere in artikel 6:194, lid 2 BW opgenomen voorwaarden, zal de verbodsvordering als onvoldoende onderbouwd of te onbepaald worden afgewezen.

Ontvankelijkheid: “4.4. FNT heeft aan haar vorderingen niet een collectieve (groeps)actie als bedoeld in artikel 3:305a BW ten grondslag gelegd en voor zover zij dit ter zitting in reactie op het verweer van SVT onder verwijzing naar haar statuten alsnog heeft willen doen, kan haar dat niet baten, reeds omdat zonder die statuten – die niet zijn overgelegd – niet kan worden beoordeeld of zij ingevolge die statuten de in dit kort geding aan de orde gestelde belangen van haar leden – om op te komen tegen misleidende en / of ongeoorloofde vergelijkende reclame – behartigt. FNT heeft evenmin concreet onderbouwd dat zij in het kader van haar eigen doelstelling – kwaliteitsbewaking en belangenbehartiging van de bij haar aangesloten leden / diensten – een voldoende eigen belang heeft om op de grondslag van de artikelen 6:194 en 6:194a BW in kort geding op te komen tegen (vermeende) kwaliteitsaanspraken van derden, nu zij zélf, anders dan haar leden, niet als een concurrent van SVT is aan te merken. FNT zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vorderingen.”

4.5.  De Trombosedienst Neder-Veluwe kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter wèl worden ontvangen in haar vorderingen, omdat zij een rechtstreekse concurrent is van SVT en dus een eigen belang heeft op te komen tegen misleidende en ongeoorloofd vergelijkende reclame-uitingen ten aanzien van de door haar aangeboden trombosediensten. (…)

Misleidende reclame:  4.7.  De vraag die in dit verband voorligt is of de teksten die SVT gebruikt in haar OnePager en Q&A misleidende mededelingen bevatten in de zin van artikel 6:194 BW. Daarbij is van belang voor wie de mededelingen misleidend zouden kunnen zijn. Volgens vaste rechtspraak geldt dat uitgegaan wordt van de vermoedelijke verwachting van een gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument (vgl. HR 30 mei 2008, LJN BD 2820), de ‘maatman’-consument.

4.9.  Naar het oordeel van de voorzieningenrechter behoeft de maatstaf van de ‘maatman’- consument in dit geval aanpassing, omdat de kring van personen tot wie de gewraakte mededelingen zijn gericht uitsluitend bestaat uit apothekers. Dat wordt niet anders door de omstandigheid dat die apothekers op hun beurt die informatie weer doorgeven aan de consument van antistollingsmiddelen. De beroepsgroep van apothekers moet worden geacht te beschikken over specialistische kennis en ervaring op het gebied van medicijnen in het algemeen en antistollingsmiddelen in het bijzonder. Gelet hierop had het op de weg van de Trombosedienst Neder-Veluwe gelegen om aan de hand van concrete feiten en omstandigheden aannemelijk te maken dat deze groep van apothekers door de mededelingen in de OnePager en de Q&A is misleid, hetgeen zij heeft nagelaten. De gevolgtrekking die de voorzieningenrechter daaraan verbindt is dat er in dit kort geding niet van kan worden uitgegaan dat deze groep van apothekers is misleid. De vorderingen van de Trombosedienst Neder-Veluwe zullen daarom, voor zover gegrond op de artikelen 6:194 en 6:194a, lid 2, aanhef en onder a BW, worden afgewezen.

Vergelijkende reclame: 4.15.  Naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoen de OnePager en de Q&A van SVT niet aan de eis van een objectieve vergelijking van wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken. Zowel wat betreft alle hierboven onder 4.13 genoemde mededelingen van SVT in de OnePager van juni 2009 als in de aangepaste versie daarvan van januari 2010 als ten aanzien van de hiervoor genoemde mededeling in de Q&A van juni 2009 geldt dat SVT deze mededelingen, waarin zij haar dienstverlening direct of indirect vergelijkt met de bestaande dienstverlening van de regionale trombosediensten, geenszins deugdelijk en controleerbaar heeft onderbouwd. Zij heeft nagelaten concrete feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit volgt dat de vergelijking zakelijk gesproken klopt, bijvoorbeeld door een controleerbare verwijzing naar een afdoende cijfermatige onderbouwing, literatuur, een rapport, richtlijn, marktonderzoek of onderzoek door consumentenpanels. Gelet op de bewijsregel van artikel 6:195 BW had dit – ook binnen het beperkte kader van een kort geding – op haar weg gelegen. Het betreft immers wezenlijke, relevante kenmerken van de trombosedienstverlening, omdat SVT door de in die mededelingen opgesomde voordelen apothekers ertoe probeert over te halen om de trombosediensten van SVT af te nemen. Ook is SVT er niet in geslaagd om de juistheid van de onder 4.13 genoemde mededelingen ter zitting voldoende te onderbouwen. Haar toelichting op de door haar als productie 14 overgelegde onderbouwing van de cijfers is daarvoor, in het licht van de uitgebreide betwisting daarvan door de Trombosedienst Neder-Veluwe, ontoereikend. Daar komt nog bij dat SVT bij het ongefundeerd wijzen op de voordelen van haar Trombose Zelfzorg systeem ten opzichte van de bestaande, regionale trombosediensten, nalaat om de apothekers er duidelijk op te wijzen dat deze voordelen niet alleen voor het door haar aangeboden Zelfzorg systeem gelden, maar voor het systeem van zelfmanagement in het algemeen. Deze wijze van reclame maken voldoet, ook wanneer deze reclame enkel is gericht tot apothekers, niet aan de in artikel 6:194a, lid 2, aanhef en onder c BW geformuleerde eisen.

4.16.  De verbodsvordering van de Trombosedienst Neder-Veluwe, zoals geformuleerd onder 3.1 a) onder (2), zal daarom worden toegewezen, echter uitsluitend voor zover deze ziet op artikel 6:194a, lid 2, aanhef en onder c BW.

Schade goede naam:  4.20.  De beweringen over het monopolistische karakter en de vermeende machtspositie van de bestaande trombosediensten zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter aan te merken als afbrekende mededelingen, waarvan de juistheid of in ieder geval de volledigheid in dit kort geding door SVT, tegenover de betwisting door de Trombosedienst Neder-Veluwe, niet aannemelijk is gemaakt. In dat verband verdient opmerking dat SVT juist de gewraakte passage over het monopolistisch karakter en de machtspositie in haar nieuwe OnePager van januari 2010 achterwege heeft gelaten. Omdat niet vast staat of en op welke wijze die nieuwe OnePager openbaar zal worden gemaakt, heeft De Trombosedienst Neder-Veluwe nog steeds belang bij de verbodsvordering onder 3.1. a) (1). Dit deel van de vordering zal dan ook, als hierna te melden, worden toegewezen.

Conclusie: 4.22.  Van misleidende reclame is niet gebleken. Wel is voldoende aannemelijk geworden dat een aantal mededelingen van SVT ofwel niet voldoet aan het in artikel 6:194a, lid 2, aanhef en onder c BW vereiste van een objectieve en controleerbare vergelijking, ofwel de reputatie van de bestaande regionale trombosediensten en dus ook de Regionale Trombosedienst Neder-Veluwe onnodig heeft geschaad in de zin van artikel 6:194a, lid 2, aanhef en onder e BW. De verbodsvordering zal daarom worden toegewezen, zoals hiervoor al weergegeven, en met een dwangsom worden versterkt. Deze dwangsom zal aan een maximum worden gebonden. Voor zover de vergelijking niet zou voldoen aan andere in artikel 6:194, lid 2 BW opgenomen voorwaarden, zal de verbodsvordering als onvoldoende onderbouwd of te onbepaald worden afgewezen.

Lees het vonnis hier.

RB 469

Met gebruik van opvallende bloemmotieven

Rechtbank Rotterdam, 15 januari 2010, LJN: BL3955, J.T. International Company Netherlands B.V. tegen minister VWZ

Reclamerecht. Presentatie van tabaksproducten op Pinkpop 2007 met gebruik van opvallende bloemmotieven op en voor de stand valt niet binnen de grenzen van een sobere uitstalling die de uitzondering op het reclameverbod beoogt mogelijk te maken en voldoet niet aan het vereiste dat een presentatie moet plaatsvinden tegen een neutrale achtergrond.

Door betaling van bedrag van € 95.000,- heeft eiseres een (particuliere) economische bijdrage aan de organisatie van Pinkpop 2007 gegeven die moet worden aangemerkt als sponsoring in de zin van artikel 5, eerste lid, van de Tabakswet. Van doorslaggevende betekenis is de omstandigheid dat door de betaling van dat geldbedrag exclusiviteit van de verkoop van haar merken tabaksproducten overeen is gekomen. 

 Lees het vonnis hier.

(bron: IEForum)

RB 468

Parodie of reclame

Uitspraak van de Reclame Code Commissie, 12 januari 2010, dossier 2009/00865

Het zelfregulerende orgaan 'Het Nieuwe Rijk'  kwam recentelijk met een nieuwe folder aanwapperen. Daarin adverteerde zij met de mogelijkheid om je eigen sofinummer te laten tatoeëren. Gewaagd of geslaagd? De Reclame Code Commissie (RCC) was er in ieder geval van overtuigd dat 'Het Nieuwe Rijk' te ver ging.

Anders dan verweerder stelde is de folder niet als parodie aan te merken. De folder viel onder het begrip reclame nu een denkbeeld werd aangeprezen dat was gericht op een breed publiek. Nu het ging om reclame had de RCC zich bevoegd verklaard.

Verder werd volgens de RCC de indruk gewekt dat de folder van de Rijksoverheid afkomstig zou zijn. De RCC heeft zelfs aangekaard dat in dit geval mogelijkerwijs sprake zou zijn van een inbreuk op enig Intellectueel Eigendomsrecht van de overheid. Gezien haar bevoegdheid ging zij op deze stelling niet verder in maar oordeelde dat gezien de opmaak van de folder deze als reclame onvoldoende herkenbaar is gemaakt wat wederom tot schending van Art. 1.1 NRC heeft geleid. Dat de strekking tot een ander oordeel zou hebben geleid, d.w.z. dat het zeer onwaarschijnlijk zou zijn dat de overheid zou aanzetten tot het laten tatoeëren van iemands sofinummer, is ontoereikend om de herkenbaarheid van de folder als reclame aan te tonen. Daarbovenop had de adverteerder zich in de folder niet geïdentificeerd. Dat was dan ook in strijd met Art. 2 van de Code Brievenbusreclame (CBR)

Tenslotte oordeelde de RCC dat de folder in het licht van Art. 2 NRC smakeloos en aanstootgevend was. Het tatoeëren verwees naar nazipraktijken wat onacceptabel was. 'Het Nieuwe Rijk' kon zich daarom ook niet beroepen op het recht van vrijheid van meningsuiting.

'Het Nieuwe Rijk' zelf is volstrekt oneens met dit oordeel. Zij wilden enkel de discussie verder aanwakkeren omtrent het afgeven van vingerafdrukken voor het verkrijgen van een identiteitskaart.

(bron: SOLV, Het Nieuwe Rijk)

RB 467

Strengere regels met betrekking tot voedselreclame

Een nieuwe code is van kracht, en wel met terugwerkende kracht tot 1 februari 2010. De code is op het punt van voedselreclame aangescherpt. De een vindt het niet nodig, de ander vindt het niet vergaand genoeg. De Consumentenbond weigert bijvoorbeeld op grond van een te soepele regeling de code te tekenen. Een tussenoplossing is desondanks tot stand gekomen welke wettelijke verboden dient tegen te houden.

Wat is veranderd?

Allereerst mag geen reclame meer worden gemaakt die gericht is op kinderen onder de zeven jaar. Zelfs als meer dan 25% van de kijkers, luisteraars of lezers van een op volwassen gerichte tv-zender, radiozender of tijdschrift bestaat uit kinderen onder de zeven jaar is voedselreclame verboden. Verder mag geen enkele voedselreclame, dus ongeacht de doelgroep, in een naschoolse opvang, peuterspeelzaal en kinderdagverblijf zichtbaar zijn. Indien een of meer van deze regels lijkt of lijken te zijn overtreden is het aan de klager om d.m.v. een algemeen in de markt geaccepteerd bereikonderzoek de overtreding aan te tonen. De verweerder behoort daaropvolgend de bereikcijfers te overhandigen.

Een paar grote jongens onder de voedselfabrikanten hanteren hun eigen beleid. Ook dat beleid is op vrijwillige basis gesloten. Het gaat hier om o.a. Coca Cola, Burger King, Mars, Danone, Ferrero, Pepsi, Unilever en Kellog. Zij adverteren slechts dan indien de doelgroep 12 jaar of ouder is. Dit is anders als het gaat om een door voedingsdeskundigen als verantwoord aangemerkt product.

(bron: Hoogenraad & Haak)

RB 466

Zeg nooit altijd, ook de trein komt wel eens niet op tijd.

Uitspraak van de Reclame Code Commissie, 5 januari 2010, dossier 2009/00849

Onlangs had de 'NS Reizigers' een tv-commercial laten uitzenden. De commercial had tot doel het gebruikmaken van de trein door zakelijke reizigers aan te sporen. In de spot werden 3 voorbeelden gegeven waarin personen door niet gebruik te maken van de trein telkens te laat op de plaats van bestemming verschenen. Dit werd afgesloten met de voice-over:

'Wie op tijd wil zijn, vertrouwt op de trein, Ga Mee.'

Een boze en ervaren reiziger, die regelmatig vertraging had opgelopen door van de trein gebruik gemaakt te hebben, diende een klacht in bij de Reclame Code Commissie (RCC). Volgens hem kwam de trein niet altijd op tijd. Dat werd echter wel gesuggereerd. De NS was daarentegen niet van mening dat zij met deze slogan de indruk zou hebben gewekt dat de trein altijd op tijd zou zijn gekomen.

De RCC hakte de knoop door met als conclusie dat de slogan te absoluut geformuleerd was. Dit was mede toe te schrijven aan de inhoud van de gehele commercial waarvan de slogan deel uit maakte. Door te visualiseren dat personen middels andere soorten personenvervoer telkens te laat zouden komen, toch niet met de trein, ging de commercial verder dan enkel te beweren dat de trein een betrouwbaar vervoermiddel zou zijn. De commercial wekte namelijk de suggestie dat de trein het meest betrouwbare vervoermiddel zou zijn, waardoor men de trein diende te kiezen boven een ander middel. Zakelijke reizigers werden daardoor bewogen een transactie af te sluiten die zij anders niet hadden gedaan. De reclame was dientengevolge misleidend.

Lees hier de hele uitspraak.

(bron: Hoogenraad & Haak)

RB 466

Zeg nooit altijd, ook de trein komt wel eens niet op tijd.

Uitspraak van de Reclame Code Commissie, 5 januari 2010, dossier 2009/00849

Onlangs had de 'NS Reizigers' een tv-commercial laten uitzenden. De commercial had tot doel het gebruikmaken van de trein door zakelijke reizigers aan te sporen. In de spot werden 3 voorbeelden gegeven waarin personen door niet gebruik te maken van de trein telkens te laat op de plaats van bestemming verschenen. Dit werd afgesloten met de voice-over:

'Wie op tijd wil zijn, vertrouwt op de trein, Ga Mee.'

Een boze en ervaren reiziger, die regelmatig vertraging had opgelopen door van de trein gebruik gemaakt te hebben, diende een klacht in bij de Reclame Code Commissie (RCC). Volgens hem kwam de trein niet altijd op tijd. Dat werd echter wel gesuggereerd. De NS was daarentegen niet van mening dat zij met deze slogan de indruk zou hebben gewekt dat de trein altijd op tijd zou zijn gekomen.

De RCC hakte de knoop door met als conclusie dat de slogan te absoluut geformuleerd was. Dit was mede toe te schrijven aan de inhoud van de gehele commercial waarvan de slogan deel uit maakte. Door te visualiseren dat personen middels andere soorten personenvervoer telkens te laat zouden komen, toch niet met de trein, ging de commercial verder dan enkel te beweren dat de trein een betrouwbaar vervoermiddel zou zijn. De commercial wekte namelijk de suggestie dat de trein het meest betrouwbare vervoermiddel zou zijn, waardoor men de trein diende te kiezen boven een ander middel. Zakelijke reizigers werden daardoor bewogen een transactie af te sluiten die zij anders niet hadden gedaan. De reclame was dientengevolge misleidend.

Lees hier de hele uitspraak.

(bron: Hoogenraad & Haak)

RB 465

Geen zuiver redactioneel artikel

Uitspraak van de Reclame Code Commissie, 28 januari 2010, dossier 2009/00845, Arents (namens de Vereniging voor Mensen met Constitutioneel Eczeem) tegen Instituut voor de Nederlandse Perscommunicatie en Lifestream Pharma N.V.

In deze zaak ging het om een artikel in het weekblad 'Stedendriehoek.' Daarin werd een artikel opgenomen met als titel 'Aangeboren eczeem veilig te behandelen'. Het artikel was geschreven door I. Knottnerus, arts, wat ook op deze wijze werd vermeld. Anders dan de titel deed geloven ging het in dit artikel niet om een algemene uiteenzetting van het behandelen van eczeem, maar was het gebaseerd op de werking van slechts een bepaald product.

De Reclame Code Commissie stelde allereerst vast dat ondanks het in beginsel redactionele karakter van het artikel het hier ging om reclame. Reclame moet als zodanig herkenbaar zijn, dat hier niet het geval was. Immers het leek alsof het om een redactioneel artikel ging bestaande uit algemene informatie omtrent de behandeling van eczeem die uitsluitend afkomstig zou zijn geweest van de schrijvende arts.

Voorst concludeerde de RCC dat de verweerders onjuiste informatie hebben verschaft. Met betrekking tot de zonder rechtvaardiging opgenomen uitingen, te weten ' de hormoontherapie is eigenlijk heel slecht vanwege allerlei bijwerking' en 'de bijwerking van de therapie kunnen nog veel gemener zijn', was de RCC ook van mening dat de advertentie angstgevoelens zou hebben gewekt .

Lees hier de hele uitspraak.

(bron: Hoogenraad & Haak)

RB 464

De brief als advertentie

Uitspraak van de Reclame Code Commissie, 5 januari 2010, dossier 2009/00786

Stel je zit in een ouderraad en ontvangt per post een gekopieerde maar van oorsprong met hand de geschreven brief die aan de ouderraad is gericht en met enkel een voornaam (plus de naam van het kind) is ondertekend. De tekst is gericht aan 'ons'. Ga jij er dan vanuit dat je reclame ontvangt?

In de brief staat het volgende geschreven:

'Beste ouderraad,

Is deze actie niks voor ons? Creatief, leuk en leerzaam en interessant voor de schoolkas! Een nichten van mij verkocht setjes kaarten van haar eigen tekening. Alle kinderen van haar school hadden een tekening gemaakt en daarvan zijn kerstkaarten gedrukt. De kinderen verkochten die en op ieder setje verdiende de school € 2,-. Ze hielden er ruim 2500 euro aan over! Wat niet verkocht was, werd gewoon weer opgehaald en hoefde ze niet te betalen. Dus: tekenen, van ieder kind kerstkaarten krijgen zonder risico voor school! De actie is tot in de puntjes verzorgd, zelfs het tekenpapier enz., wordt gratis toegestuurd! Kijk maar eens op www.schoolkaarten.nl/2009 daar lees je meer. Het lijkt me echt iets voor ons als kerstactie. Tenminste wat anders dan statiegeldflessen inzamelen. Hiermee maken we gebruik van de creativiteit van de kinderen. Mooi toch! Mij lijkt het in ieder geval hartstikke leuk om dit jaar kerstaarten te versturen van mijn eigen kind!

Groetjes en succes er mee.
Hans (vader van Thomas).'

Een lid van een oudderraad, die deze brief had ontvangen, had een klacht ingediend bij de Reclame Code Commissie (RCC). De klacht werd deels toegewezen. De eerste toegewezen klacht was gebaseerd op het feit dat de adverteerder zich als ouder voordeed. De tweede toegewezen klacht richtte zich tegen de omstandigheid dat niet voldoende duidelijk werd gemaakt dat het het om een commercieel bedrijf ging. De RCC beoordeelde deze klachten aan de hand van Art. 11.1 Nederlandse Reclame Code (NRC), resp. Art. 2 Code Brievenbusreclame (CBR). Op grond van de toon, de inhoud en de opmaak van de brief was het adverterende karakter niet als zodanig herkenbaar. De reclame was verpakt als zijnde een goed bedoeld advies van een betrokken ouder. De RCC voegde aan de klacht nog toe dat de adverteerder zich op geen enkele wijze in de brief identificeerde.

Lees hier de hele uitspraak.

(bron: Hoogenraad & Haak)

RB 463

Financieel sterke deurwaarders

In de ‘Financiële Telegraaf’ werd op 4 juli 2009 een advertentie geplaatst waarin werd gesuggereerd dat financieel sterke gerechtsdeurwaarders van Nederland aangesloten zouden zijn bij de Stichting Garantiefonds Gerechtsdeurwaarders. Onder de tekst werden tien van zulke gerechtsdeurwaarders genoemd. De klacht, welke gegrond werd verklaard, verzette zich daartegen met de stelling dat ook andere niet aan de stichting aangesloten gerechtsdeurwaarders sterk kunnen zijn. Hier komt nog bij dat de tekst ging om een onbetrouwbare deurwaarder die 1,4 miljoen euro heeft verduisterd. Volgens de Reclame Code Commissie is de eerste uitspraak in het licht van de gehele uiting te absoluut en onduidelijk. De reclame is daarom o.a. als misleidend aan te merken. Anders dan gesteld is de uiting niet in strijd met de waarheid. Met betrekking tot de overige punten is de klacht overigens afgewezen.

Lees hier de hele uitspraak.

(bron: Hoogenraad & Haak)

RB 462

Start smoking! Don't start smoking!

Uitspraak van de Reclame Code Commissie, 10 februari 2010, dossier 2009/00870

Heb je het ook gezien, de ‘Start Smoking’ campagne? Suit Supply had recentelijk o.a. in de ‘Spits’ reclame gemaakt d.m.v. een advertentie waarop een rokende man te zien was. Qua tekst werden op verschillende plaatsen van de advertentie ‘Start smoking’, ‘www.startsmoking.nl’, ‘Suit Supply’ en ‘ Shirt + Bow tie = € 299’ vermeld.

Volgens klager maakte Suit Supply hiermee op een ontoelaatbare wijze gebruik van de anti-rook campagne. Dat zou wederom leiden tot afbreuk van dezelfde campagne en zo tot de omstandigheid dat minder mensen zouden gaan stoppen of juist (weer) zouden gaan beginnen met roken.

Suit Supply verweerde zich met de stelling dat zij geen enkele relatie met tabaksfabrikanten had. Het ging slechts om een verwijzing met een knipoogje naar de geschiedenis van de smoking. Blijkbaar werd de smoking gedragen met als doel de rook niet in de nette kleding te laten trekken. ‘Start smoking’ moest dus niet vertaald worden met ‘begin met het roken van sigaretten’ maar met ‘begin met het dragen van een smoking.’

De Reclame Code Commissie kon deze redenering goed inzien en concludeerde daarom ook dat dit een voorbeeld was van een parodie die de consument ook als zodanig kon herkennen. Suit Supply had in de advertentie voldoende duidelijk gemaakt dat deze niet voor tabaksproducten bedoeld was, maar voor kleding. De klacht werd daarom ook afgewezen.

Lees hier de hele uitspraak.

(bron: Hoogenraad & Haak Advocaten)