9 jun 2026,
Kopieer citeerwijze ||
[naam 1] tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
IQOS-proefmaand kwalificeert niet als reclame onder de Tabaks- en rookwarenwet
CBb 9 juni 2026, RB 4055; ECLI:NL:CBB:2026:254 ([naam 1] tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). Op de website van de tabaksfabrikant wordt een IQOS-apparaat gedurende dertig dagen voor € 9 op proef aangeboden. Na deze proefmaand kan de consument het apparaat retourneren of voor € 49 aanschaffen. De voor het gebruik benodigde tabaksticks zijn niet inbegrepen en moeten afzonderlijk worden gekocht. De minister stelt dat de proefmaand indirect de verkoop van de tabaksticks bevordert, omdat het apparaat uitsluitend daarmee kan worden gebruikt, en legt in twee afzonderlijke zaken een boete van € 450.000 op wegens overtreding van het reclameverbod van artikel 5 lid 1 Tabaks- en rookwarenwet. De rechtbank acht het reclameverbod eveneens overtreden, maar grijpt wel in de hoogte van de boetes in.
Het College oordeelt dat de proefmaand en de vermelding daarvan geen reclame zijn in de zin van artikel 1 Trw. Ten tijde van de inspecties werd het IQOS-apparaat zelf niet aangemerkt als een tabaksproduct of aanverwant product waarop het reclameverbod van toepassing was, en was de online verkoop ervan toegestaan. De proefmaand is een koop op proef als bedoeld in artikel 7:45 BW en daarmee een destijds toegestane verkoopwijze. Dat deze verkoopvorm de drempel voor consumenten kan verlagen, maakt het aanbod niet automatisch tot reclame voor de afzonderlijk te verkrijgen tabaksticks. Niet is aangetoond dat de teksten op de website verder gaan dan het aanbieden van het apparaat en het beschrijven van de voorwaarden van de koop op proef. Ook de mededeling dat de tabaksticks niet zijn inbegrepen, is noodzakelijke informatie over de inhoud van het aanbod en geen commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van tabaksproducten tot doel of gevolg heeft. Het reclameverbod is daarom niet overtreden en de minister was niet bevoegd de boetes op te leggen. Het College vernietigt de rechtbankuitspraak en de besluiten op bezwaar, herroept beide boetebesluiten en laat de overige hogerberoepsgronden onbesproken.
5.1
Naar het oordeel van het College zijn de proefmaand en de vermelding daarvan geen reclame, als bedoeld in artikel 1 van de Trw. Op het moment van de inspectie en de herinspectie was de online verkoop van de [productnaam 1] toegestaan en werd de [productnaam 1] niet aangemerkt als tabaksproduct, als bedoeld in artikel 1 van de Trw, waarvoor het reclameverbod geldt. Zoals [naam 1] terecht aanvoert, gaat het bij de proefmaand om een koop op proef, als bedoeld in artikel 7:45 van het BW. Omdat op het moment van de inspectie en herinspectie de online verkoop van de [productnaam 1] nog niet was verboden, was deze manier van verkoop van de [productnaam 1] dus legaal. Dat koop op proef een variant van reguliere koop is die drempelverlagend kan werken voor de consument, maakt dat niet anders. De wetgever had er op het moment van de inspectie en de herinspectie nog niet voor gekozen om de online verkoop van de [productnaam 1] , zij het door middel van reguliere koop of bijzondere koop, te verbieden. Het was dus ook niet verboden een beschrijving (van de voorwaarden) van de proefmaand te vermelden, waaronder de teksten op de website ‘Probeer vandaag. Beslis later’, ‘Probeer [productnaam 1] 30 dagen voor 9 euro, besluit daarna om [productnaam 1] te kopen of retourneren’, ‘30 dagen proberen’ en ‘Start je proefmaand nu’ die de rechtbank in haar uitspraak noemt. Dat het hierbij verder gaat dan een beschrijving van de voorwaarden en het aanbieden van de [productnaam 1] door middel van koop op proef, is niet aangetoond. Het College volgt het betoog van [naam 1] dat het reclameverbod niet zo ver strekt dat het aanbod van de [productnaam 1] , door middel van een legale manier van verkoop, onvermijdelijk ook reclame voor de [productnaam 2] tabaksticks zou opleveren. Van een handeling in de economische sfeer met als doel de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten te bevorderen is geen sprake. Verder betreft de vermelding ‘De verpakking bevat geen [productnaam 2] ’ slechts informatie voor de consument over de aanbieding en het ontbreken van de [productnaam 2] tabaksticks daarbij. Dit is informatie die de consument nodig heeft om een keuze te maken over de koop op proef van de [productnaam 1] . Deze vermelding op zichzelf kan niet worden aangemerkt als commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct ( [productnaam 2] tabaksticks) tot doel, dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft.
5.2
Deze hogerberoepsgrond slaagt. De aanbieding, inclusief de vermelding dat [productnaam 2] daarin niet zijn inbegrepen, vormt geen reclame als bedoeld in de Trw. Dat betekent dat het reclameverbod niet is overtreden en de minister niet bevoegd was de boetes voor overtreding van het reclameverbod op te leggen.