RB
Gepubliceerd op vrijdag 24 juli 2026
RB 4060
Rechtspraak (NL/EU) ||
16 jul 2026,
Rechtspraak (NL/EU) 16 jul 2026,, RB 4060; ECLI:EU:C:2026:592 (AGCOM tegen Google Ireland Ltd), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-hostingvrijstelling-bij-inhoudelijke-beoordeling-van-youtube-partnerkanaal-met-gokreclame

Geen hostingvrijstelling bij inhoudelijke beoordeling van YouTube-partnerkanaal met gokreclame

HvJ EU 16 juli 2026, RB 4060; IT 5365; ECLI:EU:C:2026:592 (AGCOM tegen Google Ireland). De Italiaanse toezichthouder AGCOM legt Google een bestuurlijke boete van € 750.000 op wegens video’s op vijf YouTube-kanalen waarin gokwebsites werden gepromoot. Ook beveelt AGCOM Google om 630 video’s en soortgelijke content te verwijderen. De betrokken contentmaker nam deel aan het YouTube Partner Programme, waarbij Google en de maker reclame-inkomsten delen. Het Hof maakt bij de beoordeling van de Richtlijn elektronische handel onderscheid tussen het online maken van reclame voor gokactiviteiten en het hosten van video’s waarin dergelijke reclame voorkomt. De activiteit die bestaat in het online maken van gokreclame is intrinsiek met gokactiviteiten verbonden en valt buiten het toepassingsgebied van de richtlijn. Het online hosten van video’s met gokreclame valt daarentegen wel binnen dat toepassingsgebied, omdat hosting als zodanig niet intrinsiek met gokken is verbonden en in beginsel niet verschilt naargelang de aard van de opgeslagen content.

De aansprakelijkheidsvrijstelling voor hostingdiensten van artikel 14 van de Richtlijn elektronische handel geldt volgens het Hof echter niet voor een platformexploitant die met een contentmaker een commerciële partnerschapsovereenkomst sluit waarin reclame-inkomsten worden gedeeld en die in dat verband de inhoud van het kanaal onderzoekt. Wanneer het platform onder meer het hoofdthema, de meest bekeken of recente video’s en de metadata beoordeelt, krijgt het concrete kennis van de wezenlijke inhoud van het kanaal. Het vervult dan geen louter technische, automatische en passieve rol als neutrale tussenpersoon. Onder voorbehoud van verificatie door de Italiaanse rechter kon Google volgens het Hof redelijkerwijs niet onkundig zijn van het feit dat de betrokken kanalen gokactiviteiten als hoofdonderwerp hadden en veel video’s met verboden gokreclame bevatten. Artikel 14 is in deze omstandigheden daarom niet van toepassing. Het Hof stelt daarmee nog niet zelf definitief vast dat Google naar Italiaans recht aansprakelijk is; die beslissing blijft aan de verwijzende rechter.

49      Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Tweede kamer) verklaart voor recht:

1)      Artikel 1, lid 5, onder d), derde streepje, van richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt („richtlijn inzake elektronische handel”),

moet aldus worden uitgelegd dat

een dienst van de informatiemaatschappij die bestaat in het online hosten van video’s binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn valt wanneer deze video’s reclame bevatten voor gokactiviteiten waarbij een geldbedrag wordt ingezet.

2)      Artikel 14 van richtlijn 2000/31

moet aldus worden uitgelegd dat

het niet van toepassing is op een exploitant van een onlinevideoplatform die met een persoon die dat platform gebruikt om video’s op een specifiek kanaal te verspreiden, een commerciële partnerschapsovereenkomst heeft gesloten waarin is bepaald dat reclame-inkomsten worden gedeeld, en die in het kader van de sluiting of de uitvoering van die overeenkomst de inhoud van dit kanaal, en met name het hoofdthema ervan, de meest bekeken of recentere video’s dan wel metadata van die video’s heeft onderzocht.