RB
RB 3958
23 februari 2026
Artikel

Volg deLex op LinkedIn

 
RB 3968
17 februari 2026
Artikel

Consumentenrecht in de digitale sector op donderdag 2 april 2026: tot 1 maart met vroegboekkorting

 
RB 3970
12 februari 2026
Artikel

Laatste week vroegboekkorting voor Duurzaamheid & Recht op 26 maart 2026

 
RB 399

Douchegoten

Reclame Code Commissie, 27 juli 2009, Dossier 2009/000390 (met dank aan Frank Eijsvogels, advocatenkantoor Howrey). Uitspraak van de RCC in de zaak van Easy Sanitairy Solutions BV tegen Quick Drain bvba.

De bestreden reclame-uitingen bevatten onjuiste mededelingen omtrent de voornaamste kenmerken van douchegoten van adverteerder Quick Drain. 

De mededelingen omtrent de zogenaamde "laagste inbouwhoogte"(ad I), waterafvoercapaciteit (ad IV) en de mededeling  "wereldwijd de enige drain die tegen de muur kan worden geplaatst" (ad II), worden door de Commissie als onjuist en misleidend aangemerkt. Ook de mededeling "vervaardigd uit RVSM" (ad V) is volgens de Commissie misleidend aangezien deze ten eerste (ten onrechte) de suggestie wekt dat het hele product van RVS is gemaakt en ten tweede de suggestie wekt dat het RVS van een betere kwaliteit is door de betekenisloze toevoeging "M".

De adverteerder stelt zich ten opzichte van andere onjuiste mededelingen (ad V, VI, VII) op het standpunt dat zij hiervoor niet verantwoordelijk is omdat deze mededelingen niet van haar afkomstig zijn. De Commissie is het hier niet mee eens omdat zij het "niet aannemelijk acht dat een derde zonder toestemming of medewerking van de adverteerder reclame gaat maken voor haar product".

Lees hele uitspraak hier.

RB 398

Octrooiexpert is geen octrooigemachtigde

Reclame Code Commissie, 28 juli 2009, 2009.00379. Nederlandse Orde van Uitvinders tegen adverteerder (Met dank aan Catrien Noorda, Howrey)

Klacht tegen reclameuiting op de website van een 'octrooiexpert'. Octrooiexpert is geen octrooigemachtigde.

De NOVU voert aan dat de suggestie wordt gewekt in de advertentie dat, afgezien van een verschil in prijs en opleiding, een 'octrooi expert' op één lijn zou zijn te stellen met een octrooigemachtigde. Voorts wordt ten onrechte de infruk gewekt dat er na het door de adverteerder uitgevoerde nieuwheidsonderzoek en het indienen van een octrooiaanvraag onaantastbare bescherming kan worden verkregen. Adverteerder wijst er onder meer op dat de klacht zich richt tegen een besloten website, zodat geen sprake is van een openbare aanprijzing in de zin van artikel 1 NRC.

In de eerste plaats overweegt de Commissie dat de gewraakte website, die voor een ieder toegankelijk is, dient te worden aangemerkt als een openbare aanprijzing van adverteerders diensten en dus een reclame-uiting is in de zin van de NRC.

Ten aanzien van de uiting zelf: "adverteerder [vergelijkt] werkzaamheden die hij als Patentexperte (octrooiexpert) verricht met die van een octrooigemachtigde en stelt [..] dat de waarde en de bescherming van een door hem en een door een  octrooigemachtigde geschreven octrooiaanvrage even groot is. "Patentexperte" en "octrooiexpert' zijn door adverteerder zelf bedachte titels en - anders dan wordt gesuggereerd - geen in Nederland erkende titels. Adverteerder heeft niet aangetoond dan wel aannemelijk gemaakt dat hij een opleiding heeft voltooid, die vergelijkbaar is met die welke een octrooigemachtigde heeft voltooid. Naar eigen zeggen heeft hij in München een tweejarige schriftelijke opleiding gevolgd, maar daarmee heeft adverteerder niet aangetoond een opleiding te hebben voltooid, waardoor hij in staat moet worden geacht om een octrooiaanvrage in te dienen die een uitvinder de bescherming biedt, die in de uiting in het vooruitzicht wordt gesteld"

"Afgezien van het feit dat - anders dan in de uiting wordt gesteld -
wettelijke bescherming niet kan worden gegarandeerd, is ook ten aanzien van de hier bedoelde tekst van belang dat adverteerder niet heeft aangetoond dat de door hem aangeboden dienst in kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan die van een octrooigemachtigde. De omvang van de rechtsbescherming die men aan een octrooi kan ontlenen, hangt voor een groot deel af van de kwaliteit van de aanvrage. Met name nieuwheid, inventiviteit en nawerkbaarheid van de uitvinding dienen, goed onderzocht en omschreven te zijn. Niet gebleken is dat adverteerder in staat is om een aanvraag in te dienen die met name op deze punten kwalitatief gelijkwaardig is aan die van een octrooigemachtigde."

Lees de beslissing hier.

RB 397

Drie opmerkingen

Paul Geerts: Noot bij Vzr. Rb. Amsterdam 18 juni 2009, RB381, Hans Anders/Specsavers

"Wat minder gelukkig daarentegen vind ik het oordeel over het misleidende karakter van de vergelijkende-reclame-uiting van Specsavers, omdat die in mijn ogen wel degelijk ten onrechte de suggestie wekt dat Hans Anders niet over gekwalificeerd personeel beschikt en dus in strijd is met (art. 6:194a lid 2 sub a BW). Nu weet ik heel goed dat de marge van eigen (rechterlijke) interpretatie en appreciatie in misleidingskwesties relatief groot is, maar toch kan kernoverweging 4.5 uit het onderhavige vonnis mij niet overtuigen."

"Hoe dat ook zij, over die merkenrechtelijke vordering het volgende. In r.o. 4.12 lijkt de Voorzieningenrechter te suggereren (dat uit het O2/Hutchison-arrest volgt) dat vergelijkende reclame alleen dan niet is toegestaan wanneer sprake is van verwarringsgevaar.
Dat dit niet zo is weten wij (zeker) sinds HvJ EG 18 juni 2009, IEF 7974 (L’Oreal/Bellure). Dit arrest is op dezelfde dag gewezen als het onderhavige vonnis, zodat partijen en de Voorzieningenrechter niet op de hoogte konden zijn van deze belangrijke uitspraak. Niettemin heeft de rechter een vooruitziende blik gehad door aan het slot van r.o. 4.5 te oordelen dat (zo lees ik de overweging) de merkhouder zich ook kan verzetten tegen denigrerend merkgebruik
in vergelijkende reclame. Dat de rechter oordeelt dat daarvan i.c. geen sprake is, is niet zo verwonderlijk nu hij al geoordeeld heeft dat de reclame-uiting van Specsavers niet misleidend is. Indien men daar zoals ondergetekende anders over denkt is het geen hele grote stap om de reclame-uiting van Specsavers ook in strijd met art. 6:194a lid 2 sub e BW te achten."

Lees de gehele noot hier.

RB 396

Persbericht CBP

Het CBP kan op grond van artikel 25 lid 1 Wbp een verklaring afgeven dat een gedragscode een juiste uitvoering vormt van de Wbp.  Het College meldt vandaag dat zij een dergelijk verzoek heeft ontvangen van de Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties (Vpb) inzake de ontwerp-Privacygedragscode sector particuliere beveiligingsbureaus. Overeenkomstig de Awb kunnen belanghebbenden binnen 6 weken hun zienswijze naar voren brengen. Lees het persbericht van het CBP hier.

Lees de ontwerp-Privacygedragscode hier.

Bron: CBPweb.nl

RB 395

250.000 euro boete voor versturen SPAM

Het college van OPTA, de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit, meldt vandaag dat zij boetes van in totaal 250.000 euro opgelegd heeft aan een privépersoon voor het versturen van ongevraagde elektronische berichten aan consumenten. "Deze persoon heeft minimaal 21 miljoen spammailtjes verzonden zonder voorafgaande toestemming van de ontvangers om reclame te maken voor de website adverterenisgratis.nl." Lees hier het boetebesluit van de OPTA.

Lees hele persbericht hier.

Bron: OPTA

RB 393

Zo niet linksom, dan rechtsom

Reclame Code Commissie,16 juli 2009, Dossier 2009/000364 (met dank aan Ebba Hoogenraad, Hoogenraad & Haak advocaten). Uitspraak van de RCC in de zaak van Stichting Keuringsraad Aanprijzing Gezondheidsproducten (KAG) tegen Pharma Nord advertenties en advertorials in huis-aan-huis blad Swinglevend.

Interessante uitspraak over de grens tussen reclame en informatie. Wie reclame wil maken moet dat herkenbaar doen.

Het vermelden in een redactioneel stuk van ’12 cent per dag’ terwijl op die bladzijde ook een advertentie staat voor ’12 cent per nacht’ doet de uitgever en de adverteerder de das om (zie ro 12 en 14).

En zelfs als de advertentie niet rechtstreeks verwijst naar één individuele adverteerder dan nog is sprake van reclame voor het product in zijn algemeenheid (Q10) en moet de uitgever de naam vermelden van de adverteerder (zie ro 17 en 18).

Lees hele uitspraak hier.

RB 392

Korting van permanente aard misleidend

Uitspraak College van Beroep van de Stichting Reclame Code, dossier  2009/00108.

Het College van Beroep van de Stichting Reclame Code heeft een uitspraak van de Reclame Code Commissie over twee reclamefolders van de Nationale Handelsacademie (NHA) bevestigd. In de reclame-uitingen wordt de indruk gewekt dat er sprake is van een jubileumkorting en dat deze korting van tijdelijke aard is. In de betreffende folders worden zogenaamde "doorstreepprijzen" getoond die gebaseerd zijn op redelijke commerciële tarieven in plaats van de oude prijzen zonder korting. Het College van Beroep oordeelde dat dit voor de gemiddelde consument niet, tenminste onvoldoende uit de uitingen in kwestie op te maken is. De uitingen zijn daarom misleidend en daarmee in strijd met artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code.

Lees hier meer.

RB 389

Commissariaat van de Media

Het Commissariaat voor de Media (CvdM) heeft het jaarverslag over 2008 gepresenteerd. Het jaar 2008 stond voor het Commissariaat voor de Media voor een deel in het teken van de nieuwe Mediawet, die per 1 januari 2009 in werking is getreden. "Het Commissariaat voerde veelvuldig overleg met de Nederlandse Publieke Omroep om tot goede prestatieafspraken te komen. Veel tijd was ook gemoeid met de voorbereiding op de ledentellingen van omroepverenigingen van voorjaar 2009."

Lees hier meer.

Bron: CvdM

RB 388

Mc Donalds vs Spinoza

Op 18 juni is de bescherming van bekende merken vergroot door het HvJEG in de L’Oréal /Bellure uitspraak (zie eerder bericht RB372). Maar hoe ver reikt de bescherming van deze bekende merken in een ideële uiting?

Daarover gaat een opinie genaamd "Spinoza en de grenzen aan de bescherming van een bekend merk", die geschreven is naar aanleiding van de Spinozamanifestatie (door Quirijn Meijnen, Van der Steenhoven advocaten N.V.).

"Onderdeel van de Spinozamanifestatie is het “WatSpinoza?” project van web 2.0 bureau Mediamatic (www.mediamatic.net ). Met “WatSpinoza?” wil Mediamatic met een postercampagne, met teksten geïnspireerd op Spinoza en geschreven door Dirk van Weelden, de publieke discussie tussen en met Amsterdammers aanwakkeren."

"Willem Velthoven, directeur van Mediamatic, zegt in het Parool over het gebruik van de merken voor de postercampagne van “Wat Spinoza?”:

"Merken zijn onderdeel van ons bewustzijn. Dat hebben ze zonder onze toestemming, door reclame, bewerkstelligd. Dus mag ik als ik iets wil vertellen gebruikmaken van die merken?"

De redenering van Velthoven is aantrekkelijk. Waarom zou de burger, die ongevraagd met tientallen reclame uitingen per dag wordt geconfronteerd, zodanig dat deze merken en hun betekenis onderdeel van diens bewustzijn zijn geworden, niet gebruik mogen maken van de kracht van deze merken om een bepaalde boodschap over te brengen? Voor zover een andere commerciële partij niet profiteert van het aanhaken bij de bekendheid van een bekend merk, pleit ik voor het ruimhartig toestaan van het gebruik van bekende merken voor het overbrengen van een (de merkhouder wellicht onwelgevallige) ideële boodschap."

Lees hele opinie hier.

Bron: Endymion

RB 390

Kleurrijker in de winkels

In navolging van het arrest van 18 juni van het HvJEG (HvJ EG, 18 juni 2009, in zaak C-487/07, L’Oréal S.A. c.s. tegen Bellure N.V. ) schrijft Menno Heerma van Voss (KEENON) een expert opinie in het Financieel Dagblad.  De laatste woorden zijn nog er nog niet over gesproken...Hoe sterk mag de presentatie van een huismerk op die van een A-merk lijken?

"Voor navolgers is het dus oppassen geblazen. Wat gisteren nog kon, is vandaag wellicht ongeoorloofd. De huismerkproducenten zullen meer eigen creativiteit moeten gebruiken voor de vormgeving en presentatie van hun producten. Het wordt weer wat kleurrijker in de winkels."

Lees hele artikel hier.

Bron: Solv