RB 3415
  • Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG)
    29 apr 2020
  • Televisiereclame Toyota Hybrid

Televisiereclame voor de Toyota Hybrid niet misleidend

SRC 29 april 2020, RB 3415; 2020/00129 (Televisiereclame Toyota Hybrid) De klacht is gericht tegen een televisiereclame voor de Toyota Hybrid. Daarin toont een vrouw dat zij vindt dat haar vader zich milieubewuster zou kunnen gedragen: zo sluit zij de lopende kraan terwijl hij tanden poetst, zet ze de verwarming lager en sluit ze een openstaande koelkast. Vervolgens rijdt de vrouw met enige kracht weg in een Toyota Hybrid. Daarbij verschijnt in beeld: “De nieuwe generatie hybrid” en “Heel zuinig en toch krachtig”. Ten slotte wordt gezegd: “Dat is de power van Toyota”. Klager vindt dat de wijze waarop de jonge vrouw wegrijdt in haar Toyota Hybrid, uit oogpunt van milieubewustzijn niet valt te verenigen met de daaraan voorafgaande beelden van deze vrouw, die haar vader wijst op het belang van een (meer) milieubewust gedrag. Hij vindt de uiting misleidend en kwetsend. De klacht wordt afgewezen:

Er wordt als volgt overwogen:

Aannemelijk is dat de gemiddelde consument de uiting zal opvatten in die zin dat de Toyota Hybrid daarin wordt aangeprezen als “zuinig”, zoals men in huis ook op verschillende manieren zuinig(er) met energie kan omgaan. In de bestreden uiting rijdt de vrouw met enige kracht met haar auto -in de reclame ook aangeduid als “krachtig”- weg, maar in deze beelden ligt niet de suggestie besloten dat milieubewust gedrag niet van belang zou zijn. Meer in het bijzonder kan van deze beelden niet worden gezegd dat daarin snelheid of acceleratie als verkoopbevorderend argument worden gebruikt als bedoeld in artikel 1 van de Code voor Personenauto’s (CvP) noch dat wordt geappelleerd aan of opgeroepen tot agressief, milieuonvriendelijk of verkeersonveilig gedrag als bedoeld in artikel 3 CvP. Evenmin acht de voorzitter de uiting in strijd met artikel 11 van de Milieu Reclame Code waarin staat:

“In de reclame-uitingen mag vermijdbaar milieuonvriendelijk gedrag niet ten voorbeeld worden gesteld, noch mag zulk gedrag worden gestimuleerd”.