RB 3584

Stichting Dierenrecht mag worden beperkt in vrijheid van meningsuiting

Hof Amsterdam 4 januari 2022, IEF 20437, RB 3584; ECLI:NL:GHAMS:2022:7 (Dierenrecht tegen Agractie Nederland) Hoger beroep kort geding. Stichting Dier&Recht mag in het kader van een publiekscampagne gericht tegen consumptie van zuivel niet als feit presenteren dat het weghalen van kalveren bij de moeder direct bij de geboorte ernstig dierenleed veroorzaakt. Voor de beschuldiging van Dier&Recht is onvoldoende steun in de feiten gevonden, in het bijzonder daar waar het gaat om al het mogelijke leed dat een kalf kan ondervinden in het verdere leven. Het recht van vrijheid van meningsuiting van Dier&Recht dient in dit geval te wijken voor het belang van de achterban van Agractie.

4.11
Dier&Recht verwijst verder naar een aantal publicaties over het verdere leven van vleeskalveren in de periode nadat zij van hun moeder zijn gescheiden. Dit gaat over de ongeveer 70% van de kalveren die door vleeskalverhouders worden gehouden voor het vlees. In deze publicaties zijn hoge ongeriefscores toegekend, bijvoorbeeld voor de angst tijdens het vervoer van de melkveehouder naar de vleeskalverhouder en voor de betonnen of houten vloeren in de verblijven van de vleeskalveren. Ook worden daarin gezondheidsproblemen genoemd waar (vlees)kalveren in hun latere leven mee geconfronteerd kunnen worden. Niet in geschil is dat dit een en ander zich allemaal feitelijk voordoet nadat de kalveren van hun moeder zijn gescheiden. Dat op zichzelf is onvoldoende feitelijk grond voor de beschuldiging van Dier&Recht dat het direct bij de geboorte scheiden van kalveren van hun moeder leidt tot het door Dier&Recht bedoelde ernstige leed waar een kalf in zijn korte leven mee te maken krijgt en daar onlosmakelijk mee is verbonden. Dat verband volgt voorshands ook niet uit de publicaties waar Dier&Recht naar verwijst.

4.12
Nu voor de beschuldiging van Dier&Recht voorshands onvoldoende steun in de feiten kan worden gevonden, in het bijzonder daar waar het gaat om al het mogelijke leed dat een kalf kan ondervinden in het verdere leven, dient de belangenafweging uit te vallen in het nadeel van Dier&Recht. Haar recht van vrijheid van meningsuiting dient in dit geval te wijken voor het belang van de achterban van Agractie om niet zonder voldoende feitelijke grondslag op deze manier te worden blootgesteld aan deze als feit gepresenteerde beschuldiging over dit aspect van hun werkwijze. Hierbij weegt tot slot mee dat er vele andere manieren ten dienste staan aan Dier&Recht om haar bezwaren tegen zuivelproductie onder de aandacht te brengen bij de consument. Voor het bereiken van het door Dier&Recht beoogde doel is het niet nodig om op deze manier het direct bij de geboorte weghalen van de kalveren als ernstig dierenleed onder de aandacht te brengen van de consument.