RB 3406

Rectificatie naar adressanten van e-mailbericht

Vzr. Rechtbank Oost-Brabant 6 mei 2020, RB 3406; ECLI:NL:RBOBR:2020:2480  (HIT tegen Scholt Energy) Kort geding. Vergelijkende reclame als bedoeld in artikel 6:194a BW, rectificatie. Een handelaar in energie heeft een e-mail gestuurd aan ongeveer 170 winkeliers om hen te waarschuwen voor de handelspraktijken van een concurrent. Deze concurrent had een overeenkomst namens een klant digitaal ondertekend. De betreffende e-mail bevatte gedeeltelijk onjuiste informatie. Er was geen sprake van knippen en plakken van de handtekening van de klant uit een eerder door de klant verstrekt document. De vordering tot rectificatie wordt toegewezen voor wat betreft de onjuiste informatie. Het in reconventie gevorderde verbod om vergelijkende besparingsoverzichten met klanten te communiceren wordt afgewezen, omdat partijen daarover al vóór deze procedure een regeling hadden getroffen.

5.10 Scholt Energy c.s. heeft erkend dat HIT c.s. bij het digitaal ondertekenen namens [naam bestuurder] geen gebruik heeft gemaakt van het knippen en plakken van diens naam uit een door Retail eerder gedeeld document, zoals wel in de E-mails staat vermeld. Het knippen en plakken van een handtekening uit een ander document is iets anders dan het weergeven van een naam in handschriftstijl. Door het knippen en plakken van een handtekening lijkt het namelijk alsof men de indruk heeft willen wekken dat de handtekening fysiek is gezet, terwijl dit bij het in handschriftstijl weergeven van een naam niet, althans minder, het geval is. Bovendien suggereert de vermelding in de E-mails over het knippen en plakken van de handtekening van [naam bestuurder] dat de ondertekening van de overeenkomst zonder toestemming van Retail zou zijn gebeurd, terwijl daarover juist onduidelijkheid bestaat (zie overweging 5.9).

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Scholt Energy c.s. zich met deze onjuiste uitlating in de E-mails schuldig heeft gemaakt aan ongeoorloofde vergelijkende reclame en aldus onrechtmatig jegens HIT c.s. heeft gehandeld. Dit geldt temeer nu deze onjuiste uitlating door enig onderzoek van Scholt Energy c.s. voorkomen had kunnen worden. Immers, Scholt Energy c.s. beschikte over het DocuSign-document (zie randnummer 24 pleitnota mrs Bierens en Pijlman), partijen waren in januari 2020 al met elkaar in overleg over de kwestie met de besparingsoverzichten en de E-mails zijn meer dan een maand na de betreffende ondertekening verstuurd.

6.4. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van HIT c.s. dat het rectificatievoorstel dat HIT c.s. op 10 februari 2020 aan Scholt Energy c.s. heeft gedaan, moet worden aangemerkt als een aanbod en de daarvan afwijkende aanvaarding van Scholt Energy c.s. d.d. 11 februari 2020 als een nieuw aanbod, dat door HIT c.s. is aanvaard door op 14 februari 2020 rectificaties aan Audax en AH [naam] te sturen en aan Scholt Energy c.s. te bevestigen dat HIT c.s. in de toekomst geen overzichten naar partijen zal sturen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter beantwoordt deze bevestiging aan de door Scholt Energy c.s. verzochte bevestiging dat HIT c.s. in de toekomst niet opnieuw dergelijke onjuiste besparingscalculaties zal verspreiden. Met betrekking tot de kwestie besparingsoverzichten tussen partijen is aldus een regeling tot stand gekomen. Voor zover al sprake is van een afwijking van het aanbod op een ondergeschikt punt, is de overeenkomst tot stand gekomen op grond van artikel 6:225 lid 2 BW, aangezien Scholt Energy c.s. tegen bevestiging en rectificaties van HIT c.s. geen onverwijld bezwaar heeft gemaakt. Scholt Energy c.s. heeft namelijk bij brief van 17 februari 2020 aan de advocaat van HIT c.s. meegedeeld dat zij de rectificaties en de bevestigingsmail heeft ontvangen en – hoewel partijen dan wel hun advocaten op 19 en 20 februari 2020 contact hebben gehad – is Scholt Energy c.s. niet meer op de kwestie van de besparingsoverzichten teruggekomen, tot 11 maart 2020, toen deze kort gedingprocedure al aanhangig was. Dat de regeling over de besparingsoverzichten als een definitieve regeling beschouwd moet worden, volgt ook uit de woordkeuze van Scholt Energy c.s. in haar brief van 17 februari 2020 ‘om beide dossiers te kunnen sluiten’ en ‘we waarderen het dat je cliënt ons met dit initiatief de hand reikt en doen beide zaken verder af als eenmalig incident; iedereen kan zich een keer vergalopperen’. Dat de woorden ‘finale kwijting’ in dit verband niet zijn gevallen, doet daar niet aan af.

Nu partijen met betrekking tot de door HIT c.s. verstrekte (en in de toekomst te verstrekken) besparingsoverzichten een regeling hebben bereikt, kan Scholt Energy c.s. haar vorderingen niet op onrechtmatigheid van deze besparingsoverzichten gronden. De vorderingen van Scholt Energy c.s. worden daarom afgewezen.