RB 3587

Procter & Gamble mag tv-commercial niet meer uitzenden

Vzr. Rechtbank Rotterdam 6 januari 2022, IEF 20446, RB 3587;  C/10/630111/KG ZA 21-1083 (Unilever tegen Procter & Gamble) Kort geding. Vergelijkende reclamezaak. Procter & Gamble heeft in de periode augustus 2020 t/m april 2021 een aantal vergelijkende reclamecampagnes gevoerd waarin haar wasmiddel Ariel (impliciet) met Robijn, een wasmiddel van Unilever, is vergeleken. Unilever legt aan haar vorderingen samengevat ten grondslag dat de in de tv-commercial gemaakte vergelijking onjuist en misleidend is. Procter & Gamble Nederland wordt verboden de tv-commercial nog verder uit te zenden. De tv-commercial is misleidenden door deze tv-commercial uit te zenden en te blijven uitzenden, handelt Procter & Gamble onrechtmatig handelt jegens Unilever.


 

4.15. Dat sprake is van een misleidende reclame-uiting leidt echter niet zonder meer tot, volledige, toewijzing van de vorderingen. Unilever geeft in haar dagvaarding bij herhaling aan dat het haar er om te doen is dat de tv-commercial van P&G (bedoeld in 2.7.) wordt stopgezet. Unilever vordert echter niet alleen dat maar veel meer. De tekst van haar verbodsvordering komt, mede gelet op de toelichting in het pleidooi van Unilever, neer op een combinatie van een verbod van de tv-commercial en van toekomstige tv-commercials waarbij op een welhaast declaratoire wijze de grenzen van wat mag en niet mag worden getrokken. De tekst van de vordering is voorts veel te ruim omdat daar alle denkbare reclame-uitingen in worden meegenomen terwijl de enige aanleiding voor dit kort geding één op dit moment uitgezonden tv-commercial is. Verder omvat de aanduiding vloeibaar wasmiddel veel meer dan alleen Robijn Stralend Wit waar het in dit kort.geding om te doen is, waarbij nog opgemerkt wordt dat die naam overigens niet eens wordt genoemd in de tv commercial. Ten slotte miskent onderdeel van de verbodsvordering, zoals hierna ten aanzien van de rectificatie ook nog besproken wordt, dat artikel 6:194a lid 2, onder c, BW bepaalt dat een vergelijking mag zien op slechts één kenmerk. Dit alles leidt ertoe dat het P&G alleen wordt verboden om de gewraakte tv-commercial nog verder uit te doen) zenden. Dat is het mindere van, en valt - anders dan P&G meent - onder, de veel meer omvattende verbodsvordering en kan als zodanig worden toegewezen.

4.16. De gevorderde rectificatie wordt afgewezen. Nog afgezien van het feit dat daarbij geen zelfstandig spoedeisend belang gesteld is, stuit die vordering af op de gevorderde tekst. Dat betreft ten eerste het woord waskracht wat hier niet passend is omdat het hier gaat om vlekverwijderingsprestaties. Daarnaast wil Unilever daarin een prijs vergelijkende zin opgenomen zien. Daarmee miskent zij dat, zoals hiervoor al is aangegeven, artikel 6:194a lid 2, onder c, BW bepaalt dat een vergelijking mag zien op slechts één aspect. Daar komt bij dat, naar vaste jurisprudentie, de maatman die een vergelijking op een belangrijk kwaliteitsaspect ziet, geacht wordt te weten dat die betere kwaliteit meestal (maar niet altijd) resulteert in een hogere prijs.