RB 3252

MSD overschrijdt grens algemene informatieverstrekking anticonceptie door aanprijzing producten

RCC 1 november 2018, RB 3252; LS&R 1670; dossiernr. 2018/00644 (MSD) Aanbeveling. Geneesmiddelen. De uiting betreft de van MSD afkomstige folder “anticonceptie.nl. Voor en na de bevalling”. Op de voorzijde van de folder staat, onder de foto van een vrouw met een baby op haar arm: “Je wilt het beste voor je kindje, maar hoe zit het met je anticonceptie? Wanneer kun je weer starten? Kun je anticonceptie gebruiken tijdens het geven van borstvoeding? Wat is handig als je nog een kindje wilt? Of als je gezin nu compleet is? Je leest er in deze brochure alles over.” De folder bevat na een introductietekst onder de kop “Kijk, dit is mijn baby!” verscheidenene hoofdstukken over anticonceptie. De klacht. De folder, die ‘rond het kraambed’ door een zorgverlener aan klager is verstrekt, wekt de indruk afkomstig te zijn van een onafhankelijke bron. De inhoud is echter volledig toegespitst op de verkoop van uitsluitend producten van MSD, aldus klager. De enkele vermelding “MSD” op de achterkant van de folder maakt niet duidelijk dat deze van een fabrikant afkomstig is. De folder bevat geen neutrale en onpartijdige informatie over de gezondheid. Door de opmaak van de folder en de scheve balans in aandacht voor de verschillende anticonceptiemethoden – aan barrièremethoden is bijvoorbeeld slechts een halve pagina zonder afbeeldingen besteed – is sprake van reclame voor receptgeneesmiddelen. Klager wijst met name op de pagina’s 11, 13 en 20/21, die groot gedrukte merknamen (respectievelijk CERAZETTE, EVRA en IMPLANON NXT) van geneesmiddelen bevatten, en op de wervende afbeelding van de vrouw met de baby op haar arm bij laatstgenoemd product. De folder met reclame voor receptgeneesmiddelen is in strijd met artikel 3 sub a van de Code Publieksreclame voor Geneesmiddelen (CPG) 2015, aldus klager.

1. Centraal staat de vraag of de folder publieksreclame voor receptgeneesmiddelen bevat, welke reclame op grond van artikel 3 sub a CPG 2015 niet is toegestaan. MSD stelt zich op het standpunt dat de folder geen reclame bevat, maar toegestane informatie van het publiek betreft.

2. Voor de vraag of in het onderhavige geval sprake is van informatie of reclame, is van doorslaggevend belang of de folder (deels) een aanprijzend effect heeft of kan hebben op de consument voor wie de folder is bestemd. De folder is expliciet gericht tot vrouwen die net bevallen zijn en voor de keuze van anticonceptie staan. Daarbij wordt het geven van borstvoeding als belangrijk element voor de keuze naar voren gebracht. In de introductietekst staat immers, onder het kopje “Kijk, dit is mijn baby!”: “Je bent de trotse moeder van een zoon of dochter. (…) al snel vraag je je af wanneer je weer aan anticonceptie kunt beginnen. Dan moet je jezelf eerst enkele vragen stellen. Geef je borstvoeding? Hoe snel wil je een volgend kindje? Is je gezin nu compleet? Anticonceptie gebruik je misschien nog wel tientallen jaren. Bovendien kan de anticonceptiemethode die je kiest, invloed hebben op de kwaliteit en hoeveelheid van je borstvoeding. Deze brochure helpt je bij het maken van de keuze die het beste bij jou past.” Vervolgens wordt onder het kopje “Welke methode past bij jou?” gewezen op de mogelijkheid te kiezen tussen een combinatiemethode en een methode zonder oestrogeen, waarbij laatstgenoemde methode “de beste optie” wordt genoemd wanneer borstvoeding wordt gegeven.

3. De Commissie gaat ervan uit dat het merendeel van de doelgroep – vrouwen die kort geleden bevallen zijn – volledig of gedeeltelijk borstvoeding geeft (volgens openbare cijfers van het Voedingscentrum startte in 2015 80% van de vrouwen met volledige borstvoeding). Gelet hierop acht de Commissie aannemelijk dat de aandacht van de doelgroep vooral zal uitgaan naar de volgens de folder in dat geval “beste optie”, een anticonceptiemethode zonder oestrogeen. Op pagina 7 van de folder worden in een tabel vier methoden genoemd die geschikt zijn bij borstvoeding, te weten “pil zonder oestrogeen”, “prikpil”, “anticonceptiestaafje” en “hormoonspiraal”. Voor “meer informatie” wordt verwezen naar verschillende pagina’s verderop in de folder.

4. Met betrekking tot deze vier anticonceptiemethoden die geschikt zijn bij borstvoeding volgt de Commissie niet het standpunt van MSD dat sprake is een neutrale, gebalanceerde wijze van bespreking van alle methoden, zonder dat een voorkeur voor een bepaalde methode of specifiek geneesmiddel wordt uitgesproken. De Commissie overweegt daartoe als volgt.

5. Bij alle methoden wordt op min of meer dezelfde wijze de merknaam van de betreffende methode genoemd: ‘CERAZETTE’ voor de pil zonder oestrogeen, ‘DEPO-PROVERA’ en ‘SAYANA’ voor de prikpil (respectievelijk injectie in de spier en injectie onder de huid), ‘IMPLANON NXT’ voor het anticonceptiestaafje en ‘MIRENA’ voor het hormoonspiraal (en ‘T-SAFE’ voor het koperspiraal, dat niet in de tabel op pagina 7 wordt genoemd). Echter, alleen bij de pil ‘Cerazette’, “de enige pil die geschikt is wanneer je borstvoeding geeft”, en bij het anticonceptiestaafje ‘Implanon NXT’ staat: “Onderzoek heeft aangetoond dat deze pil / het anticonceptiestaafje geen negatieve invloed heeft op de kwaliteit en de hoeveelheid van de borstvoeding. Ook is bewezen dat deze pil (resp.: is aangetoond dat het gebruik) geen invloed heeft op de groei en ontwikkeling van de baby.” Deze tekst grijpt terug op en sluit naadloos aan bij de onder 2 aangehaalde introductietekst: “Bovendien kan de anticonceptiemethode die je kiest, invloed hebben op de kwaliteit en hoeveelheid van je borstvoeding.” Bij de prikpil en het spiraal wordt niet op een dergelijke positieve manier over het ontbreken van een negatieve invloed op de kwaliteit en de hoeveelheid van de borstvoeding gesproken. Bij de prikpil wordt met betrekking tot borstvoeding alleen gezegd: “Geef je borstvoeding, dan is het aan te raden niet eerder dan 6 weken na de bevalling te starten.” Bij het hormoonspiraal wordt in verband met het geven van borstvoeding vermeld: “De hoeveelheid levonorgestrel is laag. Ongeveer 0,1% van de dosis levonorgestrel wordt overgedragen op de zuigeling bij het geven van borstvoeding. Omdat er geen risico voor de baby wordt verwacht, kan bij gebruik van een hormoonspiraal borstvoeding worden gegeven. Als je borstvoeding geeft heb je wel een kans op perforatie van de baarmoeder tijdens de inbrengprocedure.” Van het koperspiraal zonder hormonen (een medisch hulpmiddel) wordt weliswaar gezegd: “Je kunt een koperspiraal zonder bezwaar gebruiken als je borstvoeding geeft”, maar daarnaast vermeldt de beschrijving duidelijke nadelen van deze methode, zoals mogelijke perforatie van de baarmoeder als het inbrengen moeilijk is verlopen en/of ernstige pijn of bloedverlies heeft veroorzaakt.

6. Op grond van het voorgaande komt de Commissie tot het oordeel dat de gedeeltes van de folder die betrekking hebben op de middelen ‘Cerazette’ en ‘Implanon NXT‘ het kader van louter neutrale informatieverstrekking te buiten gaan. Bij de beschrijving van deze middelen, die aan het begin van de folder als twee van de vier methoden worden genoemd die geschikt zijn bij borstvoeding, wordt uitdrukkelijk gewezen op het ontbreken van een negatief effect op de hoeveelheid en de kwaliteit van de borstvoeding, wat aan het begin van de folder als belangrijk argument naar voren komt bij de keuze voor een bepaalde anticonceptiemethode bij borstvoeding. Aldus wordt (impliciet) een voorkeur uitgesproken voor ‘Cerazette’ en ‘Implanon NXT‘ boven de twee andere methoden (prikpil en spiraal) en hebben de beschrijvingen van ‘Cerazette’ en ‘Implanon NXT‘ een aanprijzend effect op de doelgroep van de folder die, zoals hiervoor is overwogen, grotendeels zal bestaan uit recent bevallen vrouwen die borstvoeding geven.

7. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de grens van algemene informatieverstrekking is overschreden en sprake is van reclame voor ‘Cerazette’ en ‘Implanon NXT’ in de zin van artikel 1 NRC. Niet is in geschil dat deze middelen receptgeneesmiddelen betreffen van MSD. Nu evenmin in geschil is dat de folder gericht is op het publiek, dat wil zeggen op anderen dan beroepsbeoefenaren, is sprake van publieksreclame voor geneesmiddelen die uitsluitend op recept ter hand mogen worden gesteld. Dergelijke publieksreclame is krachtens artikel 3 sub a CPG 2015 verboden.