RB 3204

Misleiding Corendon door herroepen reisovereenkomst na prijsfout

CvB 26 september 2018, RB 3204; dossiernr. 2018/00404 (Corendon crazy days) Aanbeveling. Misleiding. De klacht is gericht tegen de website van adverteerder (www.corendon.nl) voor zover hierop onder vermelding "crazy days" een reis naar het Mercure Resort Sanur op Bali werd aangeboden waarbij de volgende vanafprijzen werden genoemd: mei € 787,-, juni € 383,- en september € 1.083,-. In de uiting wordt gelinkt naar een matrix waarin de prijzen per vertrekdatum en per reisduur worden gespecificeerd. Geïntimeerde heeft tegen de reclame-uiting bezwaar gemaakt omdat hij na het boeken van een reis naar het genoemde hotel voor een bedrag van € 860,50 voor twee personen werd geconfronteerd met een aanzienlijke prijsverhoging. Volgens adverteerder was er een prijsfout geconstateerd en had de prijs € 1.292,50 moeten zijn. Adverteerder heeft daarbij verwezen naar de ANVR-reisvoorwaarden, voor zover daarin, kort gezegd, staat dat touroperators binnen 24 uur nadat de reisovereenkomst tot stand is gekomen, het aanbod kunnen herroepen. Geïntimeerde vindt het echter niet correct dat een reis voor een bepaalde prijs wordt aangeboden en dat vrijwel direct na het boeken de prijs met 50% verhoogd kan worden.

1. Met grief 1 betoogt Corendon dat de gemiddelde consument zal onderkennen dat de in de uiting genoemde prijzen, inclusief de prijs waarvoor geïntimeerde de onderhavige reis heeft geboekt, berusten op een kennelijke fout of vergissing. Corendon stelt dat de fout het gevolg is van een dubbele korting die is doorgevoerd bij de berekening van de prijs. Het College zal beoordelen of deze fout voor de gemiddelde consument voldoende kenbaar is. Indien deze consument niet kan vermoeden dat de uiting een vergissing bevat, zal hij op de juistheid van de uiting vertrouwen en menen dat hij de reis daadwerkelijk voor de aangeboden prijs kan boeken.

2. Volgens Corendon is op de website bij de boeking te lezen dat een dubbele korting is doorgevoerd en dat een korting van € 1.064,- is verrekend. Het College heeft kennis genomen van de door Corendon bij de Commissie en in beroep overgelegde stukken. Het College heeft niet kunnen vaststellen dat geïntimeerde kon zien dat er een dubbele korting is doorgevoerd en/of dat in totaal € 1.064,- korting is gegeven. Geïntimeerde heeft uitdrukkelijk betwist dat hij een dubbele korting heeft gezien. Uit de door hem in beroep overgelegde screenshots blijkt verder slechts een korting van € 59,-. Geïntimeerde heeft zijn stellingen ter zitting nader toegelicht. Corendon is niet ter zitting verschenen en heeft zo geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid te reageren op hetgeen geïntimeerde in reactie op het beroep en ter zitting heeft gesteld. Het College oordeelt op grond van het voorgaande dat Corendon onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat geïntimeerde kon weten dat een dubbele korting is doorgevoerd en/of dat in totaal € 1.064,- korting is gegeven.

3. Het College begrijpt uit de stellingen van Corendon dat alle in de uiting en in de prijstabel genoemde prijzen onjuist zijn ("Op het moment van boeken stonden de onjuiste prijzen met de kortingen nog op de website"). De gemiddelde consument hoeft met deze mogelijkheid geen rekening te houden. De prijzen zijn verder niet dusdanig laag, dat deze direct herkenbaar zijn als een fout. Dit geldt ook voor de laagste prijs die op het moment van boeken van de reis op de website van Corendon werd getoond, te weten € 383,-. Dit bedrag is weliswaar duidelijk lager dan de overige voor de reis genoemde prijzen, maar Corendon presenteert haar prijzen in het kader van 'crazy days'. Een dergelijke vermelding, die onmiskenbaar ziet op het prijsniveau, beïnvloedt het verwachtingspatroon van de gemiddelde consument, en wel in deze zin dat die consument bij een zeer lage prijs zal aannemen dat sprake is van een stuntprijs in het kader van een bijzondere kortingsactie. Daarbij merkt het College op dat geïntimeerde onweersproken en onderbouwd met stukken heeft gesteld dat bij intercontinentale bestemmingen, zoals Bali, Aruba en Curaçao, vanafprijzen voor een vliegreis met hotel tussen € 400,- en € 500,- per persoon niet ongebruikelijk zijn. De in de uiting genoemde laagste prijs van € 383,- wijkt hiervan af, maar nu het om een 'crazy days' aanbieding gaat, is deze afwijking niet dusdanig groot te achten dat gesproken kan worden van een onwaarschijnlijke prijs. Geïntimeerde hoefde daarom niet aan de juistheid van de prijzen op de website en in de prijstabel te twijfelen. Geïntimeerde heeft overigens op grond van de bestreden uiting de reis geboekt voor € 860,50 voor twee personen, welk bedrag valt binnen de hiervoor bedoelde marge van andere intercontinentale reisaanbiedingen.

4. Voor zover Corendon stelt dat geïntimeerde wist dat het om een onjuiste prijs ging nu hij zelf heeft voorgesteld een deel van de kosten bij te betalen, merkt het College op dat deze kwestie niet relevant is voor dit geschil. Het gaat immers om de vraag of de gemiddelde consument kon weten dat het om een fout ging dan wel hierover twijfel moest hebben. Geïntimeerde heeft overigens bedoeld aanbod pas gedaan nadat Corendon de boeking had herroepen en zij geïntimeerde vervolgens in de gelegenheid had gesteld het verschil van € 432,- bij te betalen. Daarmee heeft zij geïntimeerde voor de keuze gesteld of de reis te annuleren of de hogere prijs te betalen die volgens haar de juiste prijs is. Dat geïntimeerde in het kader van deze discussie heeft aangeboden het verschil te delen, kan verder niet afdoen aan het oordeel dat de gemiddelde consument blijkens het voorgaande niet kon weten dat de in de uiting genoemde prijzen onjuist waren.

5.  Nu grief 1 op grond van het voorgaande geen doel treft, dient te worden beoordeeld welke betekenis voor deze zaak toekomt aan de ANVR-voorwaarden. Corendon stelt in het kader van grief 2 dat sprake is van een tegenstrijdigheid tussen de RR 2014, die voorschrijft dat correcte prijzen dienen te worden gehanteerd, en de ANVR-voorwaarden, die bepalen dat bij een onjuiste prijs de boeking herroepen mag worden. Corendon miskent hiermee dat een contractueel overeengekomen herroepingsrecht voor een adverteerder niet kan afdoen aan de verplichting van dezelfde adverteerder om (onder meer) geen misleidende reclame te maken. Deze verplichting volgt uit Richtlijn 2005/29/EG, zoals deze, voor zover hier relevant, is geïmplementeerd in het bepaalde onder III lid 1 RR 2014 en IV lid 1 RR 2014 in verbinding met artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code. Of Corendon zich in de contractuele relatie met geïntimeerde op het herroepingsbeding in de ANVR-voorwaarden kan beroepen, staat daar los van en is een kwestie waarover de Reclame Code Commissie en het College van Beroep niet oordelen. De conclusie dat blijkens het voorgaande onjuiste prijzen zijn gehanteerd zonder dat de gemiddelde consument dit kon onderkennen en hij hierdoor kon besluiten een reis te boeken, heeft tot gevolg dat de reclame-uiting in strijd is met de genoemde bepalingen van de RR 2014, zoals de Commissie ook heeft geoordeeld. Hieruit volgt dat de Commissie voorbij mocht gaan aan het beroep door Corendon op de ANVR-voorwaar­den. De vraag of dit beroep juridisch stand houdt in de contractuele fase, speelt blijkens het voorgaande geen rol bij de beoordeling van de bestreden reclame-uiting en kan de misleiding ook niet wegnemen. Grief 2 wordt daarom verworpen. Tevens volgt uit het voorgaande dat grief 3 evenmin doel treft, zodat ook deze grief wordt verworpen.

6. Voor zover Corendon met grief 4 betoogt dat de Commissie niet alle verweren heeft behandeld, heeft zij verzuimd te vermelden welke verweren het betreft. Wel betoogt Corendon bij grief 4 dat de Commissie niet heeft gemotiveerd dat sprake is van een uitnodiging tot aankoop, en bestrijdt zij bij grief 5 dat een onjuist vermelde prijs bij een reis een reclame-uiting of een uitnodiging tot aankoop is. Het College kan deze stellingen niet volgen. De Commissie heeft specifiek overwogen dat de bestreden uiting (door haar omschreven als de website in combinatie met de matrix waarin staat welke prijs bij welke vertrekdatum behoort) een uitnodiging tot aankoop is omdat het om een commerciële boodschap gaat die de kenmerken en de prijs van het product op een aan het gebruikte medium (in dit geval: internet) aangepaste wijze vermeldt en de consument aldus in staat stelt om een aankoop (in dit geval via een bestelmechanisme) te doen. Hetgeen Corendon aanvoert, doet aan de juistheid van deze constatering niet af.

7. De Commissie heeft in haar beslissing verwezen naar een eerdere beslissing die vrijwel een identieke kwestie betrof, te weten dossier 2016/00817. Ook in een ander dossier, te weten 2016/00984, betrof het in feite een identiek geval van een onjuiste prijs op de website van Corendon waarbij zij vervolgens een beroep deed op het herroepingsbeding in de ANVR-voorwaarden. In al deze zaken is een aanbeveling gedaan. Ook nu is een aanbeveling op zijn plaats. Daarbij overweegt het College verder als volgt. Uit hetgeen Corendon in de onderhavige procedure heeft aangevoerd, lijkt te volgen dat zij meent dat misleiding in een reclame-uiting 'gerepareerd' kan worden met een beroep op het herroepingsbeding in de ANVR-voorwaarden. Geïntimeerde heeft ter zitting gesteld dat Corendon niet leert van eerdere fouten en dat sprake lijkt van een bewuste tactiek om de consument eerst te laten boeken en hem vervolgens met een beroep op de ANVR-voorwaarden meer te laten betalen voor de geboekte reis. Wat van deze stellingen verder moge zijn, uit de eerdere zaken en hetgeen Corendon in deze procedure stelt, blijkt dat zij onvoldoende het belang van correcte prijzen in reclame onderkent waardoor consumenten herhaaldelijk worden misleid. Deze omstandigheden rechtvaardigen dat het College nu aan het secretariaat van de Stichting Reclame Code opdracht geeft de onderhavige uitspraak als 'Alert' onder de aandacht te brengen van een breed publiek.