RB 3424

Misleidende vergelijkende reclame in de telecombranche

Vzr. Rechtbank Den Haag 19 juni 2020, IEF 19283, RB 3424; C/09/593895 (KPN tegen T-Mobile) Kort geding. De zaak betreft een radiocommercial die T-Mobile in het kader van haar campagne “Break-Up Weken” heeft uitgezonden. Er wordt geoordeeld dat deze commercial misleidend is, nu T-Mobile daarmee suggereert dat zij, in tegenstelling tot KPN, geen prijsverhogingen doorvoert, terwijl zij dat jaarlijks wel doet door een inflatiecorrectie toe te passen. Vorig jaar werd T-Mobile in kort geding op de vingers getikt wegens het uitzenden van een radiocommercial met een vergelijkbare boodschap. Nu T-Mobile de misleidende suggestie dat zij geen prijsverhogingen doorvoert opnieuw in een commercial heeft verwerkt, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een breed geformuleerd verbod op te leggen, dat niet alleen op de specifieke commercial betrekking heeft (waarvan de uitzending enkele dagen vóór de zitting door T-Mobile was gestaakt), maar ook op andere commercials waarin de misleidende uiting wordt gedaan. Daarnaast moet T-Mobile een rectificatie op haar website plaatsen.

4.14. De voorzieningenrechter ziet wel aanleiding om T-Mobile te gebieden tot rectificatie over te gaan. Ondanks dat in een vonnis van de voorzieningenrechter van 21 mei 2019 (ECLI:NL:RBDHA:2019:5716) al is  geoordeeld dat de suggestie van T-Mobile dat zij haar prijzen niet verhoogt onjuist en misleidend is, heeft T-Mobile wederom reclame gemaakt die deze suggestie bevat. KPN heeft ook belang bij een rectificatie. De prijsverhogingen die KPN gaat doorvoeren, gaan in vanaf de maand juli en consumenten hebben tot eind juni de mogelijkheid om hun overeenkomst met KPN kosteloos tussentijds te beëindigen. Dat maakt dat KPN spoedeisend belang heeft bij het (voordien) rectificeren van de hiervoor geconstateerde misleiding.

4.17. De omstandigheid dat T-Mobile ondanks het oordeel over de ontoelaatbaarheid van een eerdere reclame-uiting opnieuw een grens heeft overschreden en nog steeds vindt dat zij niets verkeerd heeft gedaan, brengt eveneens mee dat de voorzieningenrechter het gevorderde verbod zal toewijzen tot het doen van nieuwe uitingen over prijsverhogingen bij KPN, zonder daarbij in dezelfde uiting te wijzen op de door T-Mobile doorgevoerde of door te voeren prijsverhogingen, al dan niet in de vorm van een inflatiecorrectie. Een dergelijk verbod is voldoende concreet en beperkt de mogelijkheid van T-Mobile niet tot het op een correcte wijze voeren van concurrentie en het juist informeren van consumenten. Anders dan T-Mobile veronderstelt, wordt hiermee niet verboden om consumenten te informeren over prijsverschillen en verschillen in prijsverhogingen tussen KPN en T-Mobile, voor zover daarvan daadwerkelijk sprake is.