RB 3276

Misleidende vergelijkende reclame door PROambt, vergelijking met ongelijke situaties

Rechtbank Amsterdam 5 december 2018, RB 3276; ECLI:NL:RBAMS:2018:8692 (Felixx c.s. tegen PROambt) Misleidende en vergelijkende reclame. Partijen zijn beide pensioenadviesbureaus. Regeling ontwikkeld (Generatieregeling) door naam 1 die werkgevers kunnen hanteren voor oudere werknemers, waarbij werknemers in de vijf jaar voorafgaand aan hun AOW-leeftijd met gebruikmaking van (deeltijd-)pensioen en een parttime dienstverband minder kunnen gaan werken. Eiseres sub 2 adviseert hierover en Felixx stelt persoonlijke werknemersrapporten op waarin de regeling individueel wordt doorgerekend. PROambt is adviseur voor FNV, die het Generatiepact aanbiedt. Zij heeft een nieuwbrief uitgebracht, waarin zij volgens Felixx c.s. onjuiste en misleidende uitingen over de Generatieregeling doet. Misleidende en ontoelaatbare vergelijkende reclame doordat in de vergelijking wordt uitgegaan van ongelijke situaties. Mededeling in artikel dat PROambt de Generatieregeling alleen zou adviseren aan alleenstaande terminale patienten is nodeloos grievend uitgelaten over de diensten van Felixx c.s. Vordering tot rectificatie toegewezen. 

4.3. Felixx c.s. heeft terecht gesteld dat het artikel misleidende en jegens haar ontoelaatbare vergelijkende reclame bevat. Niet in geschil is dat de uitingen in het artikel reclame zijn, namelijk mededelingen in de uitoefening van de commerciële activiteit van PROambt, ter bevordering van de verkoop van haar diensten. Verder wordt weliswaar de naam van Felixx c.s. niet genoemd in het artikel, maar voor de doelgroep van de Nieuwsbrief zal duidelijk zijn dat ‘De Generatieregeling’ gaat om de regeling die zij aanbiedt die concurreert met ‘Het generatiepact’ van PROambt. Het verweer van PROambt dat het zou gaan om een neutraal verhaal waar aan de hand van twee voorbeelden in abstracto twee regelingen worden vergeleken, gaat niet op.

4.4. In het artikel is te lezen dat het Generatiepact veel aantrekkelijker is dan de Generatieregeling. PROambt heeft echter ter zitting erkend dat in de vergelijking wordt uitgegaan van ongelijke situaties, namelijk de situatie dat iemand zijn pensioen laat uitkeren na zijn 68e levensjaar (regeling Proambt) en de situatie waarin dat al daarvóór gebeurt (Felixx c.s.). Uiteraard heeft een eerdere ingangsdatum van het pensioen gevolgen voor de hoogte daarvan na de AOW-leeftijd, omdat de periode waarover het pensioen wordt uitgesmeerd bij een eerdere ingangsdatum, langer is Eveneens onjuist is dat PROambt in haar vergelijking ervan uitgaat dat bij de Generatieregeling van Felixx c.s. er maar één mogelijkheid zou zijn, namelijk 50% werken, 60% salaris, 100% pensioenopbouw in combinatie met vervroegd pensioen. PROambt miskent daarmee dat ook in de Generatieregeling tal van opties mogelijk zijn en dat in de adviezen van Felixx c.s. een “advies op maat” kan worden gegeven. Daarnaast is van belang dat als alle relevante factoren op dezelfde wijze worden ingevuld (leeftijd en burgerlijke staat van de werknemer, ingangsdatum pensioen, percentage deeltijdwerken en mate van beloning), de financiële uitkomsten voor de betrokken werknemer in beide regelingen hetzelfde zijn. In het artikel komt dat niet tot uiting, integendeel. De vergelijking die leidt tot de conclusie dat het Generatiepact in de regel voordeliger is dan de Generatieregeling is dus niet op objectieve wijze verricht en heeft een misleidend karakter.

4.5. Verder heeft Felixx c.s. terecht gesteld dat de mededeling in het artikel dat PROambt de Generatieregeling alleen zou adviseren aan alleenstaande terminale patiënten een kleinerende, nodeloos grievende uitlating is over de diensten van Felixx c.s., die haar reputatie kan aantasten. Dat voor een terminale patiënt een regeling waarbij het pensioen zo vroeg mogelijk ingaat, daadwerkelijk te verkiezen valt, maakt dat niet anders omdat de doelgroep niet tot zulke patiënten is beperkt en de daaraan verbonden associatie niet positief is.