RB 3226

Misleidende Milieuclaim EPZ over onschadelijk maken uranium

RCC 1 oktober 2018, RB 3226; dossiernr. 2018/00609 (EPZ) Gedeeltelijke toewijzing zonder aanbeveling. Milieuclaim. Het betreft de uiting op de website van EPZ die luidt: “In onze kerncentrale wordt militair uranium onschadelijk gemaakt door er elektriciteit mee te maken.” De klacht. In de uiting wordt gezegd dat EPZ militair uranium inzet. Uit de tekst op de website over de herkomst van de splijtstof van EPZ blijkt echter dat het laatste militaire uranium in 2012 is ingezet. Bij de meest recente vermelding is geen sprake van een militaire herkomst. Verder is de absolute milieuterm “onschadelijk” in strijd met de Milieu Reclame Code (MRC), aldus klager. De kerncentrale produceert iedere dag zeer schadelijk hoogradioactief afval, ongeacht de herkomst van de brandstof.

1. Klager maakt op twee gronden bezwaar tegen de mededeling “In onze kerncentrale wordt militair uranium onschadelijk gemaakt door er elektriciteit mee te maken” die op de website van EPZ staat. Alvorens op de klacht in te gaan, moet worden beoordeeld of sprake is van een reclame-uiting in de zin van de Nederlandse Reclame Code (NRC), waaronder begrepen de MRC.

2. Krachtens artikel 1 NRC wordt onder reclame verstaan: iedere openbare en/of systematische directe dan wel indirecte aanprijzing van goederen, diensten en/of denkbeelden door een adverteerder of geheel of deels ten behoeve van deze, al dan niet met behulp van derden. De Commissie volgt niet het standpunt van EPZ waar zij stelt dat geen sprake is van reclame omdat de website louter informatief is en niet tot doel heeft de verkoop van energie aan consumenten te promoten. De uiting maakt deel uit van de voor een ieder toegankelijke en kennelijk voor een breed publiek bestemde website van EPZ, en heeft naar het oordeel van de Commissie onmiskenbaar (mede) als doel om bij de bezoeker van de website bij te dragen aan een positief beeld van EPZ en de door haar geëxploiteerde kerncentrale. Hierdoor heeft de uiting een aanprijzend karakter met betrekking tot (de diensten van) EPZ, en moet de uiting aangemerkt worden als reclame in de zin van artikel 1 NRC waarover de Commissie bevoegd is te oordelen.

3. Klagers bezwaar dat de mededeling over inzet van militair uranium niet juist is, is door EPZ gemotiveerd weersproken. De Commissie acht voldoende aannemelijk gemaakt dat EPZ (deels) gebruik maakt van uranium dat oorspronkelijk een militaire bestemming had. Dit onderdeel van de klacht kan daarom niet slagen.

4. Het tweede gedeelte van de klacht betreft de aanduiding “onschadelijk”, waarvan het gebruik met betrekking tot een kerncentrale volgens klager in strijd is met de MRC. Naar het oordeel van de Commissie kan de term “onschadelijk” in de uiting “In onze kerncentrale wordt militair uranium onschadelijk gemaakt door er elektriciteit mee te maken” op verschillende manieren worden opgevat. Enerzijds kan de uiting zo worden gelezen – en kennelijk heeft EPZ het zo bedoeld – dat militair uranium ‘onschadelijk’ wordt gemaakt omdat het wordt onttrokken aan en niet meer kan worden ingezet voor militaire doeleinden. In zoverre is geen sprake van een claim waarop de MRC van toepassing is. Anderzijds kan de aanduiding “onschadelijk” in de uiting zo worden gelezen dat het maken van elektriciteit uit militair uranium leidt tot het onschadelijk maken van het uranium voor het milieu. In dat geval is sprake van een absolute milieuclaim in de zin van de MRC. Ingevolge artikel 3 MRC dient EPZ te bewijzen dat deze claim aantoonbaar juist is. Niet is weersproken dat de kerncentrale hoogradioactief afval produceert, waarvan niet kan worden gezegd dat dit onschadelijk voor het milieu is.

5. Nu de bestreden uiting voor tweeërlei uitleg vatbaar is, en de aanduiding “onschadelijk” mede als milieuclaim kan worden opgevat, acht de Commissie de uiting in strijd met artikel 3 MRC. EPZ heeft aangekondigd de bestreden uiting te zullen vervangen door de mededeling “In onze kerncentrale wordt voormalig militair uranium ingezet als brandstof voor elektriciteitsproductie”. Door deze aanpassing wordt de hiervoor bedoelde verwarring over de betekenis van de uiting weggenomen. Hierin ziet de Commissie aanleiding een aanbeveling aan EPZ achterwege te laten.