RB 2784

Grenzen van het toelaatbare overschreden door webcamsex reclame

webcamsex.nl

RCC 11 oktober 2016, RB 2784; Dossiernr 2016/00494/A – CVB, 2016/00494 – CVB, 2016/00494/C – CVB, 2016/00494/B – CVB (webcamsexreclame) Buitenreclame. Klaagster maakt bezwaar tegen de reclame voor webcamsex.nl op een billboard omdat iedereen, ook minderjarigen, onverhoeds en ongewild geconfronteerd wordt met deze in de publieke ruimte geopenbaarde uiting van zeer groot formaat waarin door de afbeelding en tekst duidelijk reclame wordt gemaakt voor een erotische dienst, die niet voor minderjarigen is bedoeld, en wordt aangezet tot het verrichten van seksuele handelingen, te meer nu in de uiting 10 euro gratis “credits” worden aangeboden. De Commissie oordeelt dat door het voorgaande sprake is van een dusdanige confrontatie met de onderhavige uiting, dat een aanbeveling noodzakelijk is ter bescherming van de in artikel 10 lid 2 EVRM genoemde goede zeden. In de gegeven omstandigheden is immers blijkens het voorgaande sprake van een zodanig intense en onwenselijke confrontatie van het (deels jeugdige) publiek met de uiting voor webcamseks, dat de grenzen van het toelaatbare zijn overschreden.

11. Het College acht ten aanzien van de onderhavige locatie de confrontatie van de uiting met het passerende verkeer onverhoeds, onvermijdelijk en intens. Men passeert op die locatie de uiting immers telkens op een afstand van enkele meters met een snelheid waarbij men indringend met het woord ‘webcamsex.nl’ wordt geconfronteerd. Dit woord trekt de aandacht en zal bij de passant kunnen leiden tot een ongewenste confrontatie doordat het opzichtig en uitdrukkelijk naar dienstverlening van seksuele aard verwijst. Automobilisten en fietsers worden op deze wijze geconfronteerd met een zeer grote en in het oog springende vermelding van het woord ‘webcamsex.nl’.

12. Het op deze wijze op locaties als de onderhavige zo expliciet en uitdrukkelijk aan een algemeen publiek aanprijzen van ‘webcamsex’ kan niet in overeenstemming worden geacht met de goede smaak en het fatsoen. Het College acht het aannemelijk dat een aanmerkelijk deel van de passanten ernstige bezwaren zal hebben tegen het feit dat zij op deze indringende wijze met een uiting voor een online erotische dienst worden geconfronteerd. De reclame gaat om die reden de grens van hetgeen maatschappelijk toelaatbaar dient te worden geacht te buiten, waardoor, rekening houdend met de klacht en de beoordelingsmarge in deze zaak, een aanbeveling noodzakelijk is. Het oordeel in deze procedure betekent dat PKM wordt aanbevolen de onderhavige poster niet meer te openbaren op de onderhavige locatie en locaties van hetzelfde soort. Er is dus geen sprake van een algehele beperking van de vrijheid van PKM op het maken van reclame (vgl. EHRM 13 juli 2012 ECLI:NL:XX:2012:BX9103, par. 58). De verwijzing door PKM naar andere zaken, waaronder Squirt.nl, leidt ten aanzien van de onderhavige uiting niet tot een andere afweging en een ander oordeel. De overige grieven treffen evenmin doel en hoeven geen verdere bespreking. Op grond van het voorgaande bevestigt het College het oordeel van de Commissie, met enige wijziging van gronden, nu de Commissie is uitgegaan van een onjuiste locatiefoto. Derhalve wordt beslist als volgt.

Het oordeel van de Commissie
1. De Commissie neemt tot uitgangspunt dat het adverteerder in beginsel toegestaan is de door haar geëxploiteerde website webcamsex.nl aan te prijzen. Daaraan doet niet af dat tegen deze dienst morele of andere bezwaren kunnen bestaan. De Commissie beoordeelt niet de bestaande dienst op zich, maar toetst of de wijze waarop daarvoor reclame wordt gemaakt in overeenstemming is met de bepalingen van de NRC. Daarbij kan (de aard van) de aangeprezen dienst wel een rol spelen.

5. De combinatie van de woorden “webcam” en “seks” in de domeinnaam waarvoor reclame wordt gemaakt, beschrijft (expliciet) in essentie de aard van de aangeboden erotische dienst. Deze dienst betreft webcamseks, dat een vorm van betaalde erotische dienstverlening via internet is. Voor de gemiddelde consument is duidelijk dat het om een vorm van erotische dienstverlening gaat, reeds door het element “sex” in de domeinnaam. De tekst “Nu: 10,- euro GRATIS! credits” wijst op het betaalde karakter van deze dienst en draagt bij aan de aanprijzing daarvan nu deze onmiskenbaar is bedoeld om een financieel voordeel voor de consument tot uitdrukking te brengen. De consument wordt door de uiting opgeroepen gebruik te maken van de aangeboden seksuele dienstverlening. In feite roept de uiting daarmee op directe wijze op tot het verrichten van seksuele handelingen. Dit is anders dan bij de uiting in het door adverteerder genoemde dossier 2015/01112 (Squirt.org), waarbij alleen de mogelijkheid werd geboden om mensen te ontmoeten en er geen sprake was van een directe oproep tot seksuele handelingen middels een betaalde erotische dienstverlening was. Bij de onderhavige oproep is dit wel het geval. Deze vindt plaats op een (groot) billboard, dat uit haar aard statisch is, waardoor de uiting, anders dan in dossier 2015/00863, veel indringender overkomt dan op een doek achter een vliegtuig. Deze oproep gebeurt blijkens de door klaagster overgelegde uiting, ook anders dan in de eerdere zaken waarnaar adverteerder verwijst, waaronder dossier 2015/00806 (Kelly) waarin het een billboard langs de snelweg betrof, blijkbaar binnen of nabij de bebouwde kom. De Commissie zal beoordelen of de onderhavige uiting op de specifieke locatie waarvan de uiting is overgelegd in overeenstemming is met artikel 2 NRC. De onder 3. bedoelde toets dient immers in een geval als het onderhavige per locatie waarop de klacht betrekking heeft te worden uitgevoerd.

6. Uit de door klaagster beschreven locatie en door adverteerder overgelegde overzicht situatie blijkt dat het billboard is geplaatst bij een doorgaande weg met fietspad en trottoir bij woonhuizen. Een deel van het (woon)verkeer, waaronder fietsers en minderjarigen, zal noodgedwongen op zeer korte afstand het billboard passeren. De Commissie oordeelt, rekening houdend met de klacht en de beoordelingsmarge die in deze zaak bestaat, dat door het voorgaande sprake is van een dusdanige confrontatie met de onderhavige uiting, dat een aanbeveling noodzakelijk is ter bescherming van de in artikel 10 lid 2 EVRM genoemde goede zeden. In de gegeven omstandigheden is immers blijkens het voorgaande sprake van een zodanig intense en onwenselijke confrontatie van het (deels jeugdige) publiek met de uiting voor webcamseks, dat de grenzen van het toelaatbare zijn overschreden.

7. Op grond van het voorgaande is de Commissie van oordeel dat de bestreden reclame-uiting in strijd is met het bepaalde in artikel 2 NRC voor zover het betreft de hiervoor omschreven locatie. Daarom wordt als volgt beslist.

De beslissing van de Reclame Code Commissie
De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met artikel 2 NRC voor zover deze is geopenbaard op de locatie die op de door klaagster overgelegde uiting is te zien. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.