8 okt 2026,
Geen betalingsverplichting voor advertentiewerkzaamheden zonder bewijs van overeenkomst
In deze zaak tussen [eiseres] en [gedaagden] staat de betaling van facturen voor vermeende advertentie- en promotiewerkzaamheden centraal. [Eiseres] stelt dat partijen een of meer overeenkomsten van opdracht hebben gesloten en dat zij op basis daarvan werkzaamheden heeft uitgevoerd. [Gedaagden] betwisten dat zij enige opdracht hebben verstrekt of dat werkzaamheden zijn uitgevoerd. Volgens hen is sprake van spookfacturen en worden zij regelmatig telefonisch benaderd voor advertenties en sponsoracties voor goede doelen.
De kantonrechter stelt vast dat [eiseres] in de dagvaarding onvoldoende heeft toegelicht welke diensten zijn aangeboden en op welke wijze [gedaagden] daarmee akkoord zouden zijn gegaan. De dagvaarding bevat slechts algemene formuleringen over vermeende overeenkomsten en uitgevoerde werkzaamheden. Daarmee heeft [eiseres] haar verplichting geschonden om de voor de beslissing relevante feiten volledig en naar waarheid aan te voeren, zoals neergelegd in artikel 21 Rv. Volgens de kantonrechter is niet komen vast te staan dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat [gedaagden] hebben ingestemd met deelname aan een promotionele actie voor kinderen of met de daaraan verbonden betalingsverplichtingen. Ook de e-mailreactie van een van de gedaagden, waarin kort akkoord wordt gegeven op een toegezonden vermelding, is onvoldoende om aan te nemen dat de gestelde overeenkomst is aanvaard. Omdat wilsovereenstemming ontbreekt, zijn [gedaagden] niet gehouden de factuur te betalen. De kantonrechter wijst de volledige vordering van € 1.952,18 af en veroordeelt [eiseres] in de proceskosten.
3.4. De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Niet is gebleken van enige wilsovereenstemming op grond waarvan enig bedrag verschuldigd is. Door [eiseres] is weliswaar gesteld dat sprake is van een aanbod en de aanvaarding daarvan, maar die stelling is gemotiveerd door [gedaagden] betwist en op geen enkele wijze door [eiseres] onderbouwd. Zoals hiervoor in r.o. 3.1 reeds is overwogen, is door [eiseres] in de dagvaarding niet gesteld welk aanbod zij aan [gedaagden] heeft gedaan noch is gesteld op welke wijze dat aanbod zou zijn aanvaard. Nu [eiseres] ook niet op de mondelinge behandeling is verschenen, heeft zij dit ook niet nader toegelicht.
3.5. Het enkele feit dat door [eiseres] bij dagvaarding producties over zijn gelegd, waaronder een formulier met de tekst: ‘Hartelijk dank voor jullie interesse in de actie [naam actie] . Deze actie is speciaal bedoeld voor kinderen die het even lastig hebben. De actie bestaat uit het verspreiden van een leuke grabbelton waaruit de kinderen de leukste dingetjes kunnen grabbelen. (…)’, maakt de conclusie van de kantonrechter niet anders. Nergens blijkt immers uit dat [gedaagden] dit formulier heeft ontvangen en akkoord is gegaan met de inhoud daarvan. Uit de e-mail die door ‘ [handelsnaam eiseres] ’ aan het e-mailadres [e-mailadres] is gestuurd blijkt immers niet dat dat formulier bij die e-mail heeft gezeten. Daarnaast blijkt niet dat [gedaagden] , althans [gedaagde 2] , akkoord is gegaan met deelname aan deze ‘grabbelton’ en alle daaraan vastzittende verplichtingen. De enige vraag die in de e-mail wordt gesteld is: “Naar aanleiding van ons onderhoud is in de bijlage is de vermelding van [naam] te zien. Wij verzoeken u deze nog even na te lopen en mocht er een wijzigingen noodzakelijk zijn, vernemen wij dat graag. Zodra wij uw antwoord ontvangen, verwerken wij alles netjes voor u. (…)”, waarna [gedaagde 2] heeft geantwoord: “Akort stelios”. Daaruit blijkt niet dát [gedaagde 2] akkoord is gegaan met hetgeen nu gevorderd wordt.