RB 3230

Expedia misleidt door verzuim melden maximum te ontvangen coupons bij "Hotelprijsgarantie"

Vz. RCC 21 maart 2018, RB 3230; dossiernr. 2018/00060 (Hotelprijsgarantie Expedia) Voorzitterstoewijzing voor zover nodig. Misleiding. De uiting betreft de “Hotelprijsgarantie” waarop wordt gewezen bij een aanbieding van een hotel, in dit geval bij UMA Residence in Bangkok, voor “leden van Expedia+” die luidt: “Hotelprijsgarantie beschikbaar. Als je binnen 24 uur na je boeking een goedkoper hotel vindt, vergoeden we het verschil en geven wij je een reiscoupon ter waarde van 50 euro. Als lid profiteer je van onze Hotelprijsgarantie tot middernacht voor je inchecktijd. Geen lid? Registreer je nu. Voorwaarden & Bepalingen van toepassing.” De klacht. Klager is ”Expedia+ Gold member”. Omdat Expedia voor deze leden adverteert met de betreffende Hotelprijsgarantie, had klager door het indienen van drie hotelprijsgarantie-claims verwacht drie coupons te zullen ontvangen. Expedia heeft klager echter meegedeeld dat er maximaal 6 coupons per 12 maanden mogen worden uitgegeven en dat klager het maximum al heeft bereikt. Klager kan dit maximum niet in de voorwaarden van de actie vinden. Expedia heeft toegelicht dat dit intern beleid van Expedia betreft om misbruik van coupons tegen te gaan. Klager is van mening dat dit bij de uiting dient te worden toegelicht om misleiding te voorkomen.

In de bestreden uiting wordt geadverteerd met een “hotelprijsgarantie” waarbij naast een vergoeding aan de consument van het betreffende prijsverschil, een waardebon van 50 euro wordt toegezegd.

Adverteerder heeft erkend dat de mogelijkheid om aan de Hotelprijsgarantie-actie deel te nemen en per goedgekeurde claim een waardebon te ontvangen, niet onbeperkt is en dat zij daaraan een maximum heeft gesteld van 6 waardebonnen per consument per jaar om misbruik van de actie te voorkomen. Zij heeft verzuimd om dit maximum bij de actie te vermelden.

Dat niet onbeperkt een beroep op de “hotelprijsgarantie” kan worden gedaan, is een beperking waarop de gemiddelde consument niet bedacht is. Om te voorkomen dat de consument op het verkeerde been wordt gezet, dient deze informatie daarom op duidelijke wijze te worden vermeld in de voorwaarden waarnaar uitdrukkelijk wordt verwezen. Nu het gaat om essentiële informatie, is sprake van een omissie als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet zou hebben genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Naar aanleiding van hetgeen adverteerder bij verweer heeft aangevoerd over de door haar getroffen maatregelen bij onderhavige actie en om dergelijk handelen in de toekomst te voorkomen, is de voorzitter van oordeel dat kan worden volstaan met een aanbeveling voor zover nog nodig.