RB
Gepubliceerd op maandag 21 september 2026
RB 4134
Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) ||
4 sep 2026,
Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 4 sep 2026,, RB 4134; 2026/00425 (klager tegen Explicit4U.nl), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/escortreclame-langs-openbare-weg-niet-in-strijd-met-goede-smaak-en-fatsoen

Escortreclame langs openbare weg niet in strijd met goede smaak en fatsoen

RCC 4 september 2026, RB 4134; 2026/00425 (klager tegen Explicit4U.nl). In deze zaak staat een reclame-uiting van escortbureau Explicit4U.nl op een billboard langs de openbare weg centraal. Op de uiting staan onder meer de woorden “Escort” en “Leuke dames welkom!” en is een vrouw in een negligé te zien die op een bed ligt. Volgens klager is sprake van een seksueel getinte uiting die zonder filtering of waarschuwing zichtbaar is voor alle passanten, waaronder minderjarigen, terwijl voorbijgangers zich in de openbare ruimte niet aan de confrontatie ermee kunnen onttrekken. Klager acht de uiting daarom in strijd met de goede smaak en het fatsoen als bedoeld in artikel 2 NRC. De Commissie stelt voorop dat zij bij de beoordeling van deze subjectieve norm terughoudendheid betracht. Daarbij beoordeelt zij of de uiting naar de huidige maatschappelijke opvattingen de grens van het toelaatbare overschrijdt en houdt zij rekening met de wijze waarop de uiting is geopenbaard en het effect daarvan op het publiek. Bij reclame waaraan het publiek zich niet kan onttrekken, kan die grens eerder worden bereikt.

De Commissie oordeelt dat voor een escortdienst in beginsel reclame mag worden gemaakt, ook in de openbare ruimte en ook wanneer minderjarigen daarmee kunnen worden geconfronteerd. Of een dergelijke uiting in strijd is met de goede smaak en het fatsoen hangt onder meer af van de mate waarin de gebruikte beelden en teksten seksueel expliciet zijn en van de plaats waar de reclame wordt getoond. De Commissie neemt in aanmerking dat het billboard langs de openbare weg staat en dat daardoor een breed publiek, waaronder minderjarigen, ongevraagd met de uiting kan worden geconfronteerd. Toch is de grens van het toelaatbare niet overschreden. Hoewel de afbeelding in combinatie met het woord “escort” een seksuele lading heeft, bevat de uiting geen expliciet naakt, seksuele handelingen of expliciet seksuele teksten of beelden. Volgens de Commissie wordt de escortdienst daarmee voldoende terughoudend aangeprezen. Dat niet iedereen de uiting zal waarderen of vanwege de aangeboden dienstverlening aanstoot eraan kan nemen, betekent niet dat de uiting naar de huidige maatschappelijke opvattingen in strijd is met de goede smaak en het fatsoen. De Commissie wijst de klacht af.

3. Met de bestreden reclame-uiting maakt adverteerder op een reclamebord langs de openbare weg reclame voor haar escortdienst. Uitgangspunt is dat voor een escortdienst reclame mag worden gemaakt, ook in de openbare ruimte en ook als minderjarigen daarmee kunnen worden geconfronteerd. Of een dergelijke reclame-uiting in strijd is met de goede smaak en het fatsoen, hangt onder meer af van de mate waarin de gebruikte beelden en teksten seksueel expliciet zijn en van de plaats waar de reclame-uiting wordt getoond. De Commissie neemt hier in aanmerking dat de uiting op een billboard langs de openbare weg is geplaatst. Hierdoor kan een breed publiek, waaronder minderjarigen, ongevraagd met de uiting worden geconfronteerd. Zoals hiervoor is overwogen, brengt dit mee dat eerder de grens kan worden bereikt van wat volgens de huidige maatschappelijke opvattingen toelaatbaar is. Die grens is naar het oordeel van de Commissie in dit geval niet overschreden. De afgebeelde vrouw draagt een negligé en ligt op een bed. Hoewel de afbeelding, mede in combinatie met het woord “escort”, een seksuele lading heeft, bevat de uiting geen expliciet naakt, seksuele handelingen of expliciet seksuele teksten of beelden. De wijze waarop de escortdienst wordt aangeprezen is daarmee naar het oordeel van de Commissie voldoende terughoudend. Dat niet iedereen de bestreden reclame-uiting in de openbare ruimte zal waarderen of vanwege de aangeboden dienstverlening aanstoot aan de uiting kan nemen, betekent nog niet dat de uiting naar de huidige maatschappelijke opvattingen de grens van het toelaatbare overschrijdt. De Commissie acht de uiting daarom niet in strijd met de goede smaak en het fatsoen als bedoeld in artikel 2 van de NRC.