17 jun 2026,
Cursist dropshippingtraject is consument en behoudt herroepingsrecht door gebrekkige informatie
Rb. Gelderland 17 juni 2026, RB 4064; ECLI:NL:RBGEL:2026:5072 (MGG tegen [de gedaagde in conventie]). Een vrouw kwam via een reclamefilmpje op Facebook in contact met Mijn Geld Groeit LLP (MGG). Tijdens een videogesprek op 22 januari 2025 sloot zij een overeenkomst voor het zogenoemde Diamond Traject, een online cursus met begeleiding bij het opzetten van een dropshippingwebshop. De cursusprijs bedroeg € 12.495, te betalen in vijf termijnen van € 2.499. Zij betaalde direct de eerste termijn, maar liet diezelfde avond weten dat zij ook een veel goedkoper traject had gezien en zich zorgen maakte over de hoge betalingsverplichting. Enkele dagen later schreef zij dat zij niet meer in het aangeboden traject geloofde en vroeg zij opnieuw om een goedkoper traject. Nadat zij de tweede termijn niet betaalde, blokkeerde MGG haar toegang tot de online omgeving en vorderde zij betaling van de vier resterende termijnen, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke incassokosten en overige kosten. De kantonrechter oordeelt dat de vrouw de overeenkomst als consument heeft gesloten. Dat haar eenmanszaak in het aanmeldformulier en op de factuur stond en dat zij een zakelijke bankpas gebruikte, maakt dat niet anders. Haar bestaande onderneming hield zich bezig met zorgverlening en de dropshippingcursus hield geen verband met die bedrijfsactiviteit. Dat zij mogelijk in de toekomst als dropshipper wilde beginnen, betekent niet dat zij bij het sluiten van de overeenkomst al in het kader van die beroepsactiviteit handelde. De Nederlandse rechter heeft rechtsmacht omdat de vrouw in Nederland woont en op grond van de rechtskeuze van partijen is het Nederlandse recht van toepassing.
De overeenkomst is een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument en betreft digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd. Omdat de vrouw direct toegang kreeg tot de volledige online cursus, kon haar herroepingsrecht alleen vervallen wanneer zij uitdrukkelijk vooraf instemde met het begin van de uitvoering, verklaarde afstand te doen van haar herroepingsrecht en een bevestiging van de overeenkomst ontving. MGG had wel een bevestiging in de vorm van het Jotform verstrekt, maar de daarin aangevinkte verklaring dat het traject niet kon worden geannuleerd maakte niet duidelijk dat de vrouw toestemming gaf voor onmiddellijke uitvoering en daarmee afstand deed van haar wettelijke herroepingsrecht. Een standaardverklaring die de consument tijdens het invullen enkel moet aanvinken, is daarvoor onvoldoende; vereist is een actieve en geïnformeerde handeling waarbij duidelijk is wat de gevolgen zijn. MGG heeft haar informatieplicht daarom geschonden. De vrouw behield haar herroepingsrecht en hoeft op grond van artikel 6:230s lid 5 BW geen kosten voor de geleverde digitale inhoud te dragen. Uit haar berichten van 22 en 27 januari 2025, in samenhang met het uitblijven van een goedkoper alternatief, leidt de kantonrechter af dat zij zich op haar herroepingsrecht heeft beroepen. In ieder geval bevatte haar conclusie van antwoord een ondubbelzinnige herroepingsverklaring. Deze was tijdig, omdat de herroepingstermijn bij het ontbreken van de vereiste informatie met maximaal twaalf maanden wordt verlengd. De vorderingen van MGG worden daarom afgewezen en MGG moet de reeds betaalde € 2.499 terugbetalen. De overige vorderingen van de vrouw worden afgewezen: de kantonrechter kan MGG niet bevelen haar activiteiten te staken of bedragen aan andere personen terug te betalen, terwijl onderzoek naar onwettige rente en misleidende handelspraktijken niet meer nodig is omdat de terugbetaling al op een andere grond wordt toegewezen. MGG wordt veroordeeld tot € 50 aan proceskosten in conventie en € 25 in reconventie.
4.13.
Het gevolg van de omstandigheid dat MGG [de gedaagde in conventie] onvoldoende heeft voorgelicht over haar (verval van) rechten, is dat [de gedaagde in conventie] geen kosten draagt (art. 6:230s lid 5 BW). [de gedaagde in conventie] heeft in dit geval, vanwege het niet verstrekken van de relevante informatie, wel een herroepingsrecht en heeft voldoende gemotiveerd dat zij daarvan gebruik heeft gemaakt. Zo heeft zij op 22 januari 2025 al aangegeven dat zij twijfelt en liever een goedkoper pakket heeft, omdat ze niet weet hoe ze een duur pakket moet betalen. Vervolgens heeft zij op 27 januari 2025 geschreven dat ze niet meer in het traject dat MGG aanbood gelooft en opnieuw gevraagd om een ander traject. Omdat haar dat niet werd geboden en/of daar niet op in is gegaan door MGG, moet het ervoor worden gehouden dat [de gedaagde in conventie] zich beroepen heeft op haar herroepingsrecht. Ze heeft ook geen (vervolg)betalingen verricht. Voor zover MGG de mededelingen van [de gedaagde in conventie] van destijds niet begrepen heeft als een beroep op het herroepingsrecht, geldt in ieder geval dat MGG uit de door [de gedaagde in conventie] geschreven conclusie van antwoord heeft moeten begrepen dat zij (ondubbelzinnig) een beroep deed op het herroepingsrecht. [de gedaagde in conventie] schrijft namelijk dat zij het volledige door haar betaalde bedrag terug wil. Dat betekent dat ze de overeenkomst wil ontbinden/ontbindt. Ook deze verklaring is binnen de herroepingstermijn gedaan, omdat de herroepingstermijn in beginsel 14 dagen is, maar wordt verlengd tot maximaal 12 maanden als de consument niet volledig over het ontbindingsrecht is geïnformeerd (art. 6:230o lid 1 en 2 BW).
4.14.
De vorderingen van MGG zullen worden afgewezen, omdat ze gegrond zijn op de stelling dat tussen partijen sprake is van een overeenkomst, maar die overeenkomst is dus - zoals hiervoor overwogen - door [de gedaagde in conventie] ontbonden. [de gedaagde in conventie] hoeft dus geen aanvullende betalingen te doen, geen buitengerechtelijke incassokosten te betalen, geen wettelijke (handels)rente en ook geen kosten voor raadpleging van het handelsregister. Omdat de overeenkomst is ontbonden, zijn partijen bevrijdt van de door de overeenkomst getroffen verbintenissen (art. 6:271 BW). De vordering van [de gedaagde in conventie] tot terugbetaling van het door haar betaalde bedrag van € 2.499,00 zal worden toegewezen.
4.15.
De overige vorderingen van [de gedaagde in conventie] worden afgewezen, omdat daar geen grondslag voor gesteld is of gebleken. De kantonrechter kan MGG niet gebieden haar activiteiten te stoppen, hij kan MGG ook niet veroordelen om eventuele andere personen (door [de gedaagde in conventie] “gedupeerden” genoemd) bedragen terug te betalen en hij kan ook niet “slachtoffers beschermen.” Verder zal de kantonrechter niet gaan onderzoeken of sprake is van onwettige rente en/of misleidende handelspraktijken, omdat de vordering van [de gedaagde in conventie] tot terugbetaling van het door haar betaalde bedrag al toegewezen is op een andere grondslag.
4.16.
Voor de goede orde merkt de kantonrechter nog op dat door de ontbinding, [de gedaagde in conventie] ook geen gebruik meer kan maken van de online omgeving. Dat zij dat ook niet doet, is duidelijk geworden, doordat MGG in haar brief van 24 februari 2025 heeft aangegeven dat de toegang tot de online omgeving is geblokkeerd en zij die procedure ook heeft beschreven in art. 10 lid 9 van haar algemene voorwaarden.