RB 3209

Claim Becel "50% minder suiker" plantaardige drinks misleidend: lijkt voor elke variant koemelk te gelden

Vz. RCC 17 september 2018, RB 3209; dossiernr. 2018/00578 (Becel plantaardige drinks) Voorzitterstoewijzing (gedeeltelijk). Strijd met wet. Misleiding. De uiting betreft een via Facebook verspreide advertentie van Becel met als kop: "Planten zijn de nieuwe koeien". Hieronder zijn vier varianten plantaardige drinks van Becel afgebeeld, te weten de varianten "Amandel", "Soja", "Choco" en "Vanille". Hieronder staat, voor zover hier van belang: "Planten zijn de nieuwe koeien. Ze stoten minder CO2 uit en de zaden zijn een bron van omega 3. Daarom hebben we er bij Becel nu ook lekkere drinks van gemaakt! Rijk aan calcium en de helft minder suiker dan koemelk." De klacht. Klaagster is het niet eens met de omschrijving dat planten de nieuwe koeien zijn. Een plant lijkt helemaal niet op een koe. Klaagster stelt verder dat de reclame misleidend is omdat wordt beweerd dat de aangeprezen producten 50% minder suiker bevatten dan koemelk.  Koemelk bevat echter geen toegevoegde suikers en alleen van nature aanwezige melksuikers. Adverteerder voegt wel suiker toe, wat veel ongezonder is dan natuurlijke suikers. Deze misleiding van consumenten gaat "over de rug van de melkveehouders".

1)  Voor zover klaagster bezwaar maakt tegen de zin "Planten zijn de nieuwe koeien", volstaat de voorzitter met te oordelen dat dit gedeelte van de klacht dient te worden afgewezen nu uit de uiting duidelijk blijkt dat de boodschap daarvan is dat de aangeprezen producten kunnen worden beschouwd als een alternatief voor 'koemelk'

2)  Het overige gedeelte van de klacht is gebaseerd op de stelling dat sprake is van misleidende reclame omdat wordt beweerd dat de producten van adverteerder 50% minder suiker bevatten dan koemelk, terwijl aan die producten juist suiker wordt toegevoegd en koemelk alleen van nature aanwezige melksuikers bevat. Deze klacht ziet dus specifiek op de vergelijking van suiker in de plantaardige drinks van adverteerder met koemelk. In verband daarmee dient te worden getoetst aan het wettelijke kader voor voedingsclaims. De claim dat de plantaardige drinks van adverteerder "de helft minder suiker dan koemelk" bevatten, is namelijk een voedingsclaim in de zin van Verordening (EU) nr. 1924/2006 (hierna: de Claimsverordening). De vermelding "de helft minder suiker" heeft meer in het bijzonder voor de gemiddelde consument waarschijnlijk dezelfde betekenis als de claim "verlaagd gehalte aan suikers” en dient aan de voorwaarden van deze specifieke claim te voldoen. Deze voorwaarden houden in dat de hoeveelheid energie van het product waarvoor de claim wordt gedaan, gelijk is aan of lager is dan de hoeveelheid energie in een soortgelijk product. Adverteerder is namens de voorzitter in de gelegenheid gesteld bij verweer op deze aspecten in te gaan.

3)  Naar het oordeel van de voorzitter is de categorie 'koemelk', die in de bestreden uiting specifiek als vergeleken product(soort) wordt genoemd, te onbepaald in het kader van de onderhavige vergelijkende voedingsclaim. Koemelk kan immers worden onderscheiden in de varianten magere melk, halfvolle melk en volle melk. De voedingswaarde van deze varianten verschilt, zoals ook blijkt uit de door adverteerder overgelegde voedingswaardetabel. De hoeveelheid energie die de amandeldrink en de sojadrink leveren, is minder dan die van volle melk, maar meer dan die van magere melk. Bij halfvolle melk levert de sojadrink meer energie dan melk, maar amandeldrink minder. De voorzitter beschikt niet over gegevens van de varianten "Choco Hazelnoot" en "Vanille soja". Adverteerder heeft nagelaten de voedingswaarde van deze varianten te noemen. Daargelaten de vraag of telkens sprake is van soortgelijke producten in de zin van de hierboven genoemde voedingsclaim waaraan dient te worden getoetst, volgt uit het voorgaande dat adverteerder in ieder geval in de uiting had dienen te vermelden met welke variant koemelk zij haar producten vergelijkt. Uitsluitend ten aanzien van volle melk wordt voldaan aan de eis dat de amandeldrink én de sojadrink van adverteerder minder energie leveren dan melk. Nu uit de uiting niet blijkt dat adverteerder, zoals zij stelt, bedoelt een vergelijking te maken met volle melk, is niet voldaan aan de eis dat voedingsclaims niet misleidend mogen zijn. Zonder duidelijke vermelding dat wordt vergeleken met volle melk, zal de gemiddelde consument immers kunnen veronderstellen dat de claim ten aanzien van elke variant koemelk geldt. De uiting is om die reden misleidend in de zin van artikel 3 Claimsverordening. Nu de uiting reeds daardoor in strijd is met artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC), komt de voorzitter niet toe aan verdere beoordeling van de toelaatbaarheid van de uiting, waaronder de vraag of telkens sprake is van soortgelijke producten. Ook de vraag of producten waaraan suiker wordt toegevoegd, zich door hun aard lenen voor een expliciete vergelijking op suikergehalte met een product waaraan juist geen suiker is toegevoegd, blijft in het midden. De voorzitter beslist als volgt.

De beslissing van de voorzitter

Op grond van hetgeen onder 2) en 3) is vermeld, adverteerder gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 2 NRC. De voorzitter beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.
Voor het overige wijst de voorzitter de klacht af.