RB 3184

CBD Clear Mind mag geen gezondheidsclaims doen zonder wetenschappelijk onderzoek

RCC 31 juli 2018, RB 3184; dossiernr. 2018/00320/A (CBD Clear Mind) Aanbeveling. Het betreft een televisiecommercial waarin een middelbare scholier CBD Clear Mind aanprijst. Hij zegt dat hij vlak voor zijn eindexamen zit en dat hij dit een spannende tijd vindt. Vervolgens zegt hij: "Gelukkig heb ik Clear Mind. Het ondersteunt mijn concentratievermogen en verbetert aanzienlijk mijn leerprestaties. De beste prestaties beginnen met een heldere geest en daarom Clear Mind." Vervolgens komt een deel van de verpakking in beeld waaruit blijkt dat het om "Original CBD" gaat waarbij achtereenvolgens wordt verwezen naar:
"Bacopa monnieri: verbetert de concentratie - verbetert het geheugen - voor betere leerprestatie",
"Melissa officinalis: helpt bij geestelijke druk en inspanning – bij innerlijke onrust",
"Centella asiatica: ondersteunt de bloedcirculatie". Bekijk de televisiecommercial hier.
De klacht: In de uiting wordt beweerd dat CBD olie van adverteerder de leerprestaties verbetert. Dit is absoluut niet wetenschappelijke aangetoond en mag in reclame niet worden beweerd.

Het oordeel van de Commissie
1. In de bestreden televisiecommercial wordt door een eindexamenkandidaat het product Clear Mind aangeprezen, onder andere met de mededeling “verbetert aanzienlijk mijn leerprestaties”. Centraal staat de vraag of het gebruik van deze gezondheidsclaim in de commercial – wegens onvoldoende onderbouwing van de geclaimde werking – in strijd is met de Claimsverordening en daardoor met de wet als bedoeld in artikel 2 NRC.

2. Gebleken is dat de claim betreffende verbetering van de leerprestaties gekoppeld is aan de botanische stof Bacopa monnieri die in Clear Mind is verwerkt. Vast staat dat voor Bacopa monnieri geen goedgekeurde gezondheidsclaims zijn geplaatst op de communautaire lijst van toegestane claims als bedoeld in artikel 13 lid 3 Claimsverordening. Wel blijken er voor Bacopa monnieri bij de EFSA gezondheidsclaims te zijn ingediend voor "Memory enhancer", die onder de overgangsregeling vallen (‘on hold’ staan) als bedoeld in artikel 28 lid 5 Claimsverordening.

Een adverteerder mag in reclame melding maken van een dergelijke gezondheidsclaim, mits de claim gedurende de periode dat deze ‘on hold’ staat aan bepaalde in de Claimsverordening genoemde eisen voldoet. Dit betreft onder meer de eis dat gezondheidsclaims niet misleidend zijn (artikel 3 sub a) en gebaseerd zijn op algemeen geaccepteerd wetenschappelijk bewijs waarbij de adverteerder het gebruik van de claim moet rechtvaardigen (artikel 6), terwijl de claims gedurende de overgangstermijn in overeenstemming moeten zijn met nationale regelgeving (artikel 28 lid 5).

3. De beslissing van de voorzitter volgt de vaste lijn van jurisprudentie bij de beoordeling van (klachten over) het gebruik van on hold claims in reclame, die is uitgezet in de beslissing van het College van Beroep van 2 februari 2016. Het College van Beroep heeft daarin overwogen dat een on hold claim in beginsel mag worden gebruikt zolang over de toelating van de ingediende gezondheidsclaim nog niet door de Europese Commissie is beslist. Als de adverteerder echter in reclame in feite vooruitloopt op de uitkomst van de toelatingsprocedure door al tijdens de on hold status zonder voorbehoud in reclame een concreet en daadwerkelijk effect te claimen, dient de adverteerder deze werking bij een gemotiveerde betwisting, vooruitlopend op de beslissing over het plaatsen van de claim op de communautaire lijst van toegestane claims, aannemelijk te maken. Indien in een uiting voor een levensmiddel of voedingssupplement op deze wijze een effect op de gezondheid wordt geclaimd dat niet aannemelijk wordt gemaakt, moet de uiting om die reden misleidend worden geacht. De gemiddelde consument zal immers verwachten dat een product waarvan stellig en zonder voorbehoud een bepaalde werking op de gezondheid wordt geclaimd, die werking ook daadwerkelijk heeft.

4. Adverteerder stelt zich op het standpunt dat bij toepassing van de door het College van Beroep uitgezette lijn de klacht moet worden afgewezen, omdat de klacht niet kan worden beschouwd als een “gemotiveerde betwisting”. Adverteerder voert hiertoe aan dat klaagster slechts denkt (“bij mijn weten”) dat de geclaimde verbetering van de leerprestaties door “CBD olie van Clear Mind” niet wetenschappelijke is aangetoond.

5. Volgens de beslissing van het College van Beroep moet de in de reclame geclaimde werking van (de Bacopa monnieri in) het product Clear Mind aannemelijk worden gemaakt indien die werking gemotiveerd wordt betwist. Klaagster heeft in haar klacht de juistheid van de claim betreffende de verbetering van leerprestaties door het aangeprezen product ter discussie gesteld. Op zichzelf genomen is juist dat klaagster die betwisting van de claim niet van verdere argumenten, onderbouwing of motivering heeft voorzien. Echter, ook bij een dergelijke summiere betwisting mag van adverteerder worden verlangd dat zij iets, eveneens op summiere wijze, aanvoert om duidelijk te maken waaraan de in de reclame geclaimde werking wordt ontleend. Dit geldt zeker nu in de bestreden commercial niet alleen wordt geclaimd dat Clear Mind de leerprestaties verbetert, maar daarin zelfs een gradatie wordt aangebracht door de mededeling dat Clear Mind een aanzienlijke verbetering van de leerprestaties teweeg brengt. Aan de beoordeling van de claim wordt echter slechts toegekomen indien de claim onder de overgangsregeling van de Claimsverordening valt en de claim ook overigens juist wordt gedaan. De Commissie overweegt daaromtrent als volgt.

6. Weliswaar heeft de Keuringsraad de verpakking van een toelatingsnummer voorzien, maar op de verpakking staat niet de claim dat Clear Mind zorgt voor een aanzienlijke verbetering van de leerprestaties. Verder heeft de Keuringsraad verklaard dat de commercial, als deze was voorgelegd, door de KAG was toegelaten indien de claim ten aanzien van verbetering van de leerprestaties duidelijk gekoppeld was aan Bacopa monnieri. Van een duidelijke koppeling is geen sprake. Aan het eind van de commercial is slechts korte tijd en naast verschillende andere mededelingen de verpakking van Clear Mind in beeld waarop – in kleine letters – drie ingrediënten worden vermeld en de werking die aan deze stoffen wordt toegeschreven.

7. Verder kan het feit dat voor de in Clear Mind verwerkte botanische stof Bacopa monnieri de gezondheidsclaim “verbetert de leerprestaties” on hold staat, niet dienen als onderbouwing van de juistheid van de claim die in de commercial wordt gedaan. In de televisiecommercial wordt immers een “aanzienlijke” verbetering van de leerprestaties geclaimd. Niet is gesteld of gebleken dat deze uitgebreidere gezondheidsclaim voor Bacopa monnieri bij de EFSA is ingediend en een on hold status heeft.

8. Naar het oordeel van de Commissie kunnen alleen gezondheidsclaims waarvan de bewoordingen (in feite) gelijk zijn aan die van de on hold claim onder de overgangsregeling van artikel 28 lid 5 van de Claimsverordening vallen. Dit volgt uit het doel en de strekking van de Claimsverordening, waarbij om een hoog beschermingsniveau voor de consument te waarborgen nauwkeurig wordt geformuleerd welke claims toelaatbaar zijn. De Commissie stelt vast dat de in de uiting gebruikte claim verder reikt dan de bewoordingen van de on hold claim waarnaar adverteerder verwijst, nu een 'aanzienlijke' verbetering van de leerprestaties wordt geclaimd. Hieruit volgt dat de bestreden claim niet geacht kan worden onder de overgangsregeling te vallen. Een dergelijke claim is immers niet ingediend. Derhalve is sprake van een verboden gezondheidsclaim in de zin van artikel 10 lid 1 Claimsverordening, zodat de uiting in strijd met de wet is als bedoeld in artikel 2 NRC. Om die reden komt de Commissie niet meer toe aan de vraag of de geclaimde werking van (Bacopa monnieri in) Clear Mind door adverteerder in het onderhavige geval tegenover de inhoud van de (summiere) klacht voldoende is onderbouwd.

9. De Commissie heeft kennis genomen van de mededeling van adverteerder dat de commercial niet meer in deze vorm wordt uitgezonden en dat zij haar best heeft gedaan en zal blijven doen om aan alle relevante wet- en regelgeving te voldoen. De Commissie ziet hierin echter geen aanleiding om een aanbeveling achterwege te laten, zoals door adverteerder is verzocht.