4 sep 2026,
Burger King-reclame voor Eurovlammer niet misleidend over formaat hamburger
RCC 4 september 2026, RB 4133; 2026/00269 (klager tegen Burger King). In deze zaak staat reclame van Burger King voor de zogenoemde Eurovlammers centraal. Op de website worden onder meer drie hamburgers, kipnuggets en een bakje saus afgebeeld. De klacht ziet op de hamburger zonder kaas, die als Eurovlammer voor € 1 wordt aangeboden. Volgens klager geeft de afbeelding een misleidend beeld van het daadwerkelijk geserveerde product. Het vlees van zijn hamburger is volgens hem veel kleiner dan het broodje, terwijl de reclame de indruk wekt dat het vlees ongeveer even groot is als het broodje. Burger King voert aan dat de hamburger in optimale staat is gefotografeerd en dat de ingrediënten zo zijn gepositioneerd dat zij goed zichtbaar zijn. Dit betreft volgens Burger King een in reclame gebruikelijke vorm van overdrijving en de uiting wekt geen verwachtingen over de absolute grootte van het vlees.
De Commissie stelt voorop dat de gemiddelde consument ermee bekend is dat levensmiddelen in reclame-uitingen in optimale staat worden afgebeeld om hun aantrekkelijkheid te vergroten. Het gunstig afbeelden van producten is een in reclame gebruikelijke overdrijving en kan als algemeen aanvaarde reclamepraktijk worden beschouwd, zolang de consument daardoor niet wordt misleid. De Eurovlammer is in de uiting slechts gedeeltelijk zichtbaar en het vlees is zo gefotografeerd dat dit, samen met de overige ingrediënten, duidelijk te zien is. Volgens de Commissie zal de gemiddelde consument begrijpen dat de afbeelding niet bedoeld is om een realistisch beeld te geven van de verhouding tussen het vlees en het broodje, maar om het product aantrekkelijk af te beelden en de ingrediënten zichtbaar te maken. Dat hierdoor een schijnbare uitvergroting van het vlees ontstaat, maakt de uiting op zichzelf niet misleidend. De Commissie neemt bovendien in aanmerking dat uit de door klager overgelegde foto niet blijkt dat de geserveerde hamburger qua formaat zodanig afwijkt van wat de gemiddelde consument op grond van de reclame mag verwachten dat sprake is van misleiding. De Commissie wijst de klacht af.
3. De Commissie heeft kennisgenomen van de door klager overgelegde foto’s van de aan hem geserveerde Eurovlammer hamburger en heeft deze vergeleken met de in de reclame-uiting afgebeelde hamburger. De hamburger in de bestreden reclame-uiting is afgebeeld als onderdeel van een reeks van in totaal vier soorten Eurovlammers. Deze zijn telkens slechts gedeeltelijk te zien, waardoor geen compleet beeld van de producten mogelijk is. Zo is de achterkant van de afgebeelde hamburgers en de snack niet te zien. Het vlees van de door klager bedoelde hamburger is zodanig gefotografeerd dat dit samen met de overige ingrediënten duidelijk zichtbaar is. Daarvoor is noodzakelijk dat het vlees in enige mate uitsteekt.
Naar het oordeel van de Commissie zal het de gemiddelde consument niet ontgaan dat de hamburger met dit doel op deze specifieke wijze is afgebeeld. De afbeelding is niet bedoeld om een realistisch beeld van de proporties van het vlees te geven, maar om, rekening houdend met de lay-out van de foto, het product aantrekkelijk af te beelden en daarbij te tonen welke ingrediënten het bevat. Dat hierdoor een schijnbare uitvergroting van het vlees ontstaat, brengt niet mee dat de uiting alleen daardoor al misleidend is. De gemiddelde consument zal begrijpen dat het vlees door de lay-out is afgebeeld op een wijze die geen goed beeld geeft van de werkelijke grootte ervan, en dus ook dat het vlees in werkelijkheid niet in dezelfde mate onder het broodje hoeft uit te steken als op de afbeelding. De Commissie neemt hierbij ook in aanmerking dat uit de door klager overgelegde foto blijkt dat de aan hem geserveerde hamburger qua formaat niet zodanig afwijkt van hetgeen de gemiddelde consument op grond van de bestreden reclame-uiting kan verwachten dat sprake is van misleiding. De Commissie beslist als volgt.