RB 3185

Alcohol- en cannabishoudende olie aanprijzen mag aan minderjarigen omdat vertrouwen niet wordt misbruikt

RCC 31 juli 2018, RB 3185; dossiernrs. 2018/00320 (CBD Clear Mind) Afwijzing. Het betreft een televisiecommercial waarin een middelbare scholier CBD Clear Mind aanprijst. Hij zegt dat hij vlak voor zijn eindexamen zit en dat hij dit een spannende tijd vindt. Vervolgens zegt hij: "Gelukkig heb ik Clear Mind. Het ondersteunt mijn concentratievermogen en verbetert aanzienlijk mijn leerprestaties. De beste prestaties beginnen met een heldere geest en daarom Clear Mind." Vervolgens komt een deel van de verpakking in beeld waaruit blijkt dat het om "Original CBD" gaat waarbij achtereenvolgens wordt verwezen naar: "Bacopa monnieri: verbetert de concentratie - verbetert het geheugen - voor betere leerprestatie",
"Melissa officinalis: helpt bij geestelijke druk en inspanning – bij innerlijke onrust",
"Centella asiatica: ondersteunt de bloedcirculatie". Bekijk de televisiecommercial hier.
De klacht: Klaagster acht het ontoelaatbaar dat een product dat cannabis en veel alcohol bevat, wordt aangeprezen aan minderjarige scholieren die examen moeten doen.

 

Het oordeel van de Commissie
1. Centraal staat de vraag of de televisiecommercial waarin het product ‘Original CBD Clear Mind’ wordt aangeprezen in strijd is met artikel 2 lid 1 KJC.

2. In de eerste plaats moet worden beoordeeld of de commercial onder het bereik van de KJC valt. In de KJC wordt over de toepasselijkheid vermeld: “Code voor reclame-uitingen die kennelijk geheel of gedeeltelijk tot kinderen en minderjarigen/jeugdigen worden gericht”. Hierbij wordt onder ‘kinderen’ personen van 12 jaar en jonger verstaan, en onder ‘minderjarigen/ jeugdigen’ personen onder de leeftijd van 18 jaar.

3. Naar het oordeel van de Commissie is de televisiecommercial onmiskenbaar tot minderjarigen gericht. De persoon die zich presenteert als scholier die vlak voor zijn eindexamen zit, richt zich bij zijn aanprijzing van Clear Mind rechtstreeks tot leeftijdsgenoten die eveneens eindexamen moeten doen. De leeftijd waarop middelbare scholieren (gemiddeld) eindexamen doen, varieert van 15/16 jaar (vmbo) en 16/17 jaar (havo) tot 17/18 jaar (vwo). De meeste eindexamenkandidaten zijn dus minderjarig. Overigens wordt in het verweer door adverteerder – de opdrachtgever voor de reclame – erkend dat de “reclame-uiting [is] gericht op leerlingen die eindexamen moeten doen”. De Commissie volgt niet het in bezwaar namens adverteerder aangevoerde standpunt dat de commercial op de ouders van eindexamenleerlingen is gericht omdat Clear Mind te duur is voor minderjarigen om te betalen. Voor de toepasselijkheid van de KJC is niet van belang of de minderjarigen al dan niet zelf het product betalen dat in de commercial aan hen wordt aangeprezen. Op grond van het voorgaande acht de Commissie de KJC van toepassing op de bestreden commercial.

4. Vervolgens moet beoordeeld worden of de commercial in strijd is met artikel 2 lid 1 KJC (in verbinding met lid 2 van dit artikel).

5. Artikel 2 lid 1 KJC luidt: Reclame gericht op kinderen mag hen geen morele of fysieke schade berokkenen en moet daarom voor hun bescherming voldoen aan de volgende criteria: zij mag niet tot de aankoop van een bepaald product aanzetten door te profiteren van hun onervarenheid of hun goedgelovigheid; zij mag er niet rechtstreeks toe aanzetten hun ouders of anderen te overreden tot de aankoop van producten waarvoor reclame wordt gemaakt; zij mag niet profiteren van het speciale vertrouwen dat kinderen hebben in ouders, leerkrachten of anderen; zij mag kinderen niet zonder reden in gevaarlijke situaties tonen. Omdat sprake is van een televisiecommercial, geldt het voorgaande niet alleen voor reclame gericht op kinderen, maar ook op minderjarigen (artikel 2 lid 2 KJC).

6. Naar het oordeel van de Commissie laat de formulering van artikel 2 lid 1 KJC geen ruimte om de aard van het aangeprezen product als toetsingscriterium onder dit artikel te laten gelden. In artikel 2 lid 1 KJC is bepaald dat reclame die op minderjarigen is gericht hen geen morele of fysieke schade mag berokkenen en daarom moet voldoen aan de in dit artikel onder a t/m d opgesomde criteria. Deze opsomming is kennelijk limitatief bedoeld. Niet is gesteld of gebleken dat in de reclame voor Clear Mind sprake is van een van de in het artikel genoemde situaties: er wordt niet geprofiteerd van de onervarenheid of goedgelovigheid van minderjarigen, zij worden niet aangezet om anderen over te halen tot aankoop van het product, er wordt niet geprofiteerd van het vertrouwen dat minderjarigen hebben in anderen en de minderjarigen worden niet in gevaarlijke situaties getoond. De stelling van adverteerder dat de commercial voor Clear Mind ten onrechte vanwege de aard van het product in strijd met artikel 2 lid 1 KJC is geacht, treft daarom doel. De beslissing van de voorzitter moet worden vernietigd.

7. Nu het aanprijzen van Clear Mind aan minderjarigen op grond van de KJC niet ontoelaatbaar moet worden geacht, wordt als volgt op de klacht beslist.