RB 3530

"Verwachte rendement" is gebaseerd op voldoende beschikbare marktinformatie

RCC 8 juni 2021, RB 3530; 2020/00622 (Klager tegen Meewind) Meewind maakt reclame voor een Energie Transitiefonds, een fonds waarin belegd kan worden. Op de website staat onder andere de tekst "verwacht rendement 6-7%". De klager vindt dit misleidend, omdat er wordt gesproken over een historisch rendement van 4,51%. Ook is volgens klager van belang dat het fonds pas twee jaar bestaat. De Commissie oordeelt dat Meewind voldoende informatie beschikbaar stelt aan potentiële beleggers, onder meer door te verwijzen naar essentiële beleggersinformatie en door de waarschuwing dat een belegging ook hoger of lager kan uitvallen dan het genoemde rendement. Daarnaast heeft Meewind voldoende aannemelijk gemaakt dat ze zich baseert op beschikbare marktinformatie en dat ze zich laat adviseren door een externe accountant. Deze mededeling is volgens de Commissie dus niet misleidend. 

4. (...) Verder heeft Meewind voldoende aannemelijk gemaakt dat bij de opzet van het ETF de beschikbare marktinformatie voor beleggingen in deze sector aanleiding gaf om het verwachte rendement in elk geval ten tijde van publicatie van de bestreden uiting op 6 tot 7% te bepalen.  Klager heeft gesteld dat dit rendement “nergens” op gebaseerd is, maar deze stelling kan niet slagen. In dit verband overweegt de Commissie dat Meewind bij verweer heeft aangevoerd dat zij dit rendement heeft bepaald bij opzet van het ETF en dat het gaat om een gemiddelde verwachting voor de komende jaren, op basis van beschikbare marktinformatie voor beleggingen in de betreffende sector. Het ETF belegt in energiebedrijven. Verder heeft Meewind bij verweer meegedeeld dat bij elke nieuwe investering onderzoek wordt gedaan om vast te stellen dat die investering binnen de kaders van het ETF, waaronder de rendementsverwachtingen, valt. Ten slotte vindt de rendementsbepaling van een nieuwe investering plaats volgens een methode die is toegelicht in bijlage II van het prospectus van het ETF, waarmee de participant vóór deelname in het ETF akkoord dient te gaan, aldus Meewind.