RB 3626

Vergelijkende claims in strijd met Gedragscode

CGR 10 maart 2022, RB 3626, LS&R 2038; K21.004 (Pfizer tegen Novartis) Pfizer en Novartis brengen direct concurrerende geneesmiddelen op de markt in Nederland. Beide geneesmiddelen zijn immers CDK4/6-remmers. Novartis heeft een publicatie getoond waarin zij over haar eigen geneesmiddel Kisqali® beweert dat het zorgt voor 12 maanden meer leven. Ook toont zij de tekst dat OS bij CDK4/6-remmers geen klasse-effect is en de tekst dat welke CDK4/6-remmer u kiest invloed heeft op het leven van de patiënt. Deze teksten stonden in een online reclame-uiting op de website van Novartis.

Ten aanzien van de uiting ‘OS bij CDK4/6-remmers is GEEN klasse-effect’ heeft de Codecommissie geoordeeld dat sprake is van vergelijkende reclame door het gebruik van de term ‘klasse-effect’. De uiting is naar het oordeel van de Codecommissie niet voldoende wetenschappelijk onderbouwd en in strijd met de Gedragscode. Dit geldt ook voor de uiting ‘Welke CDK4/6-remmer u kiest heeft invloed op het leven van de patiënt’, welke een evident vergelijkende claim is.

In de uiting ‘Kisqali® - 12 maanden meer leven*’ wordt door middel van de noot waarnaar de asterisk verwijst, vergeleken met de controle-arm in de MONALEESA2-studie, welke studie nog niet volledig en peer-reviewed is gepubliceerd. Deze uiting voldoet niet aan de eisen van de Gedragscode, omdat de comparator voor de beroepsbeoefenaar niet in één oogopslag duidelijk is en omdat de verwijzing naar het gepresenteerde abstract van de studie geen voldoende wetenschappelijke onderbouwing vormt voor de claim.

De Codecommissie verklaart de klacht van Pfizer gegrond, beveelt Novartis om het gebruik van de uitingen te staken en gestaakt te houden, maar acht de uitingen niet zodanig ernstig dat er aanleiding is om te berispen.

6.4 Anders dan Novartis, is de Codecommissie van oordeel dat op basis van deze feiten niet gezegd kan worden dat de uiting OS bij CDK4/6-remmers is GEEN klasse-effect, wetenschappelijk juist en onderbouwd is.