RB 3545

Toyota beweert onterecht in reclame dat auto's de lucht zuiveren

RCC 22 juli 2021, RB 3545; 2021/00229 (Klager tegen Toyota) In de televisiecommericals van de nieuwe Toyota Mirai wordt verkondigd dat de auto alleen water uitstoot en de lucht zuivert. Klager stelt dat de uitspraak dat auto's de lucht kunnen zuiveren misleidend is. Ondanks dat de aandrijving niet leidt tot afname van de luchtkwaliteit, kan dat niet gezegd worden voor algemeen autogebruik, ten gevolge van bandenslijtage en remslijtage. Toyota voert aan dat het voor de gemiddelde gebruiker duidelijk moet zijn dat het hier gaat om de directe uitstoot en niet het algemeen autogebruik. De Commissie gaat hier niet in mee, mede gelet op het feit dat in de reclame het thema 'schone lucht' de boventoon voert. De bestreden uiting wordt in strijd met artikel 2 MRC en artikel 7 NRC geacht en de Commissie beveelt de adverteerder aan niet meer op dergelijke wijze reclame te maken.

2. Bij de vraag of een reclame-uiting misleidend is, dient te worden uitgegaan van de totale uiting en de context waarin mededelingen worden gedaan. De televisiecommercial vestigt door middel van beelden, tekst en muziek de aandacht op het element lucht en de noodzaak van schone lucht. In de gehele uiting voert het thema ‘lucht’ de boventoon, waarbij in dit kader aan het einde van de commercial de auto wordt aangeprezen door de zinsnede: “De auto die [….] zelfs de lucht zuivert”. De Commissie is van oordeel dat deze mededeling moet worden aangemerkt als een milieuclaim in de zin van de Milieu Reclame Code (MRC). Om te voorkomen dat de consument in verwarring wordt gebracht over de milieuvoordelen van de aangeprezen ‘luchtzuiverende’ auto, moet daarover in de uiting juiste en duidelijke informatie worden verstrekt. Naar het oordeel van de Commissie is dat in de bestreden uiting niet het geval. Door de combinatie van de getoonde beelden, tekst en muziek wordt de indruk gewekt dat de aangeprezen auto als geheel de lucht zuivert en schoner maakt, waardoor een te rooskleurig beeld wordt geschetst van de (mogelijke) milieuvoordelen van de aangeprezen auto en waarbij dit (mogelijke) voordeel te nadrukkelijk wordt gepresenteerd ten opzichte van de overige aspecten van de aangeprezen auto.