RB 2872

Sponsor van botox voor vlogger moet vermeld worden

RCC 23 december 2016, RB 2872; dossiernr. 2016/00896 (Botox Mascha) Herkenbaarheid reclame. Het betreft een op YouTube geplaatst videoverslag van Mascha Feoktistova (een bekende vrouwelijke vlogger/YouTuber) waarin onder meer is te zien dat zij cosmetisch arts Dr. Jani van Docter.Inc B.V. bezoekt en een botoxbehandeling ondergaat. Eerst zegt Feoktistiva dat ze de botox zichzelf cadeau wilde doen, aan het einde van het filmpje blijkt dat ze het cadeau heeft gekregen van dokter Jani. Klacht: Er is geen sprake van “cadeau gekregen” als het gaat om een wederprestatie (een filmpje maken en Instagram en links delen). De klacht is gericht naar zowel Beautygloss die niet eerlijk is over de sponsoring, als de plastisch chirurg dr. Jani.

 

1. De Commissie vat klaagsters bezwaar aldus op dat volgens haar niet of onvoldoende uit de bestreden uiting, te weten een videoverslag op het YouTube-kanaal van Beautygloss, blijkt dat sprake is van reclame en dat klaagster dit met name van belang acht nu het reclame voor plastische chirurgie betreft en het publiek veelal uit kinderen bestaat.

2. In de eerste plaats dient de vraag beantwoord te worden of de bestreden uiting reclame in de zin van de Nederlandse Reclame Code (NRC) en de Reclamecode Social Media (RSM) betreft, nu dit door verweerders wordt bestreden. De Commissie beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende. In de NRC is in artikel 11 de verplichting opgenomen dat reclame als zodanig herkenbaar dient te zijn. De Reclamecode Social Media (RSM) maakt onderdeel uit van de NRC en beoogt transparantie in social media te bevorderen door de relatie tussen adverteerder en degene die de reclame-uiting verspreidt openbaar te maken om de geadresseerde (consument) in staat te stellen de reclame-uiting juist te duiden. In het betreffende videoverslag zijn, voor zover hier van belang, de voorbereiding op en de uitvoering en effecten van de botoxbehandelingen door de betreffende dokter Jani van Doctors Inc. uitvoerig en gedetailleerd besproken op een wijze die kan worden aangemerkt als een aanprijzing van de diensten van Doctors Inc. De Commissie wijst in dit verband op de volgende mededelingen: “hij is gewoon best-of-the-best, Docters Inc. is heel professioneel, hoe ze daar met je omgaan, ik ben er gewoon erg over te spreken.”

3. De vlogs van Beautygloss zijn geschikt om een groot publiek te bereiken mede gelet op het feit dat het YouTube-kanaal Beautygloss ruim 500.000 abonnees/volgers heeft en de betreffende uiting, zoals onder meer blijkt uit het verweer, in november 2016 in ieder geval 370.843 keer is bekeken. De video heeft om die reden commerciële waarde voor Doctors Inc. en is geschikt om de verkoop van haar diensten te bevorderen. Aldus kan de uiting naar het oordeel van de Commissie aangemerkt worden als aanprijzing van de betreffende behandelingen en daardoor als een reclame-uiting in de zin van de NRC en RSM.

4. In de tweede plaats hebben verweerders aangevoerd dat geen sprake is van een Relevante Relatie in de zin van de Reclamecode Social Media omdat de video al door Beautygloss geproduceerd en verspreid zou worden, onafhankelijk van het al dan niet om niet verkrijgen van de behandelingen. Daarnaast stellen verweerders dat de relatie met Doctors Inc. nooit gericht is geweest op het verspreiden van reclame via social media. De Commissie oordeelt dat het geen doorslaggevend aspect is of een adverteerder zelf de inhoud van een reclame-uiting heeft bepaald of beïnvloed. Wel dient in enige mate de uiting door de adverteerder te zijn gestimuleerd. Dat is hier het geval, zoals blijkt uit hetgeen hiervoor is overwogen. Dat Doctors Inc. er niet voor heeft gekozen om dit op haar eigen website te plaatsen doet daaraan overigens niets af. De Commissie is dan ook van oordeel dat sprake is van een Relevante Relatie in de zin van de RSM.

5. Niet ter discussie staat dat Beautygloss de in de uiting besproken en in beeld gebrachte behandelingen van Doctors Inc. om niet heeft verkregen van Doctors Inc. Op grond van artikel 3 RSM dient in de uiting uitdrukkelijk te worden vermeld indien een verspreider (Beautygloss) een vergoeding in geld of natura heeft ontvangen van een adverteerder, te weten degene die een verspreider aldus stimuleert tot het maken van reclame via social media. Hieraan kan in ieder geval worden voldaan indien de inhoud en aard van de Relevante Relatie duidelijk en op toegankelijke wijze geopenbaard wordt. De RSM doet suggesties maar schrijft daarvoor niet één bepaalde wijze voor. Naar het oordeel van de Commissie is in het onderhavige geval, gelet op de verplichtingen die thans in de RSM zijn beschreven, voldaan aan dit vereiste door zowel in tekst onder de uiting als in de uiting zelf uitdrukkelijk op te nemen dat de verspreider de betreffende diensten om niet heeft ontvangen.

6. Voor zover klaagster zou verwijzen naar de Kinder- en Jeugdreclamecode (KJC) is de Commissie van oordeel - mede gelet op de inhoud van de uiting - dat verweerders voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de onderhavige uiting niet specifiek is gericht tot kinderen en acht de KJC niet van toepassing.

7. Derhalve wordt beslist als volgt.

De beslissing

Op grond van het bovenstaande wordt de klacht afgewezen.