25 mrt 2026,
Rooskleurige brochures over landbouwgrond niet misleidend
Rb. Noord-Holland 25 maart 2026, RB 4072; ECLI:NL:RBNHO:2026:8136 ([eiser] tegen DTP). In deze zaak tussen [eiser] en De Twaalf Provinciën Vastgoed B.V. staat de informatievoorziening bij de verkoop van landbouwgrond als investeringsobject centraal. [eiser] kocht in 2011 en 2012 voor in totaal € 385.000 aan percelen in Zeewolde en Leek. Hij stelt dat DTP hem met onjuiste en misleidende informatie heeft bewogen tot aankoop en beroept zich onder meer op een oneerlijke handelspraktijk. DTP presenteerde de percelen in haar brochures als strategisch gelegen gronden met ontwikkelpotentie. Daarin stonden formuleringen als ‘profiteer van explosieve waardevermeerdering’ en werd gewezen op mogelijke woningbouw en andere ontwikkelingen. Tegelijkertijd vermeldden de brochures dat grondprijzen kunnen fluctueren en dat geen garanties over toekomstige waardeontwikkelingen werden gegeven. Ook in de koopovereenkomsten en leveringsakten stond dat DTP geen garantie gaf op een toekomstige bestemmingswijziging. Volgens [eiser] waren de percelen niet strategisch gelegen en schetste DTP een te positief beeld van de kansen op een bestemmingswijziging en het mogelijke rendement. Ook zou DTP onvoldoende hebben gewaarschuwd voor het risico dat de investering bij het uitblijven van een bestemmingswijziging sterk in waarde zou dalen.
De rechtbank volgt dit standpunt niet. DTP heeft voldoende onderbouwd hoe zij de ontwikkelpotentie van de percelen heeft onderzocht. Hoewel de brochures overwegend positief en rooskleurig waren, is niet aannemelijk geworden dat daarin feitelijk onjuiste informatie stond. Daarbij speelt mee dat inmiddels concrete ontwikkelingen rond beide locaties bestaan, waaronder plannen voor woningbouw in Oosterwold en een voorwaardelijk aanbod voor het perceel in Leek. Ook wist [eiser] dat hij meer betaalde dan de waarde van gewone landbouwgrond en dat het rendement afhankelijk was van een onzekere bestemmingswijziging. De rechtbank oordeelt daarom dat DTP geen onjuiste informatie over de marktomstandigheden heeft verstrekt. Evenmin heeft [eiser] concreet gemaakt welke essentiële overheidsinformatie DTP zou hebben weggelaten. De informatie in de brochures had volgens de rechtbank op onderdelen duidelijker, realistischer en minder selectief gekund. Dat is echter onvoldoende om te spreken van een misleidende omissie of een handelen in strijd met de vereisten van professionele toewijding. Van een oneerlijke handelspraktijk is daarom geen sprake. De vorderingen van [eiser] worden afgewezen.
4.22 Hoewel de rechtbank van oordeel is dat de door DTP verstrekte informatie in de aan [eiser] verstrekte brochures op onderdelen duidelijker, realistischer en minder selectief had gekund, betekent dit niet dat in dit geval sprake is van misleidende omissies of strijd met de vereisten van professionele toewijding door de onvolledigheid van de informatievoorziening. DTP heeft voldoende gemotiveerd gesteld dat de door haar aan [eiser] verstrekte informatie niet materieel onjuist is en gelet op de aard van de informatievoorziening voldoende volledig is. De rechtbank verwijst in dit verband naar hetgeen hiervoor is overwogen over de informatieverstrekking van DTP over de kwaliteit en eigenschappen van de percelen en de kans op rendement en het feit dat er positieve ontwikkelingen gaande zijn omtrent de percelen van [eiser].