RB 3339

Nadere verpakkingseisen Cubaanse sigaren rechtmatig

Rechtbank Den Haag 24 juli 2019, IEF 18665, RB 3339, LS&R 1730; ECLI:NL:RBDHA:2019:8534 (Cubacigar tegen de Staat) Overheidsaansprakelijkheid. Cubacigar is de distributeur in de Benelux van handgemaakte Cubaanse sigaren. Het geschil betreft de rechtmatigheid van nadere verpakkingseisen voor sigaren op de Nederlandse markt. De nadere verpakkingseisen in de Tabaks- en rookwarenregeling zijn naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd met de Tabaksproductenrichtlijn en het recht betreffende het vrije verkeer van goederen. De verpakkingseisen zijn gerechtvaardigd uit het oogpunt van de volksgezondheid en ook aan de eisen van het evenredigheidsbeginsel is voldaan. De vorderingen van Cubacigar worden afgewezen.

4.5.
De rechtbank is van oordeel dat de nadere verpakkingseisen van artikel 3.7a Tabaks- en rookwarenregeling het vrije verkeer van de sigaren beperkt in de zin van artikel 24 lid 1 Tabaksproductenrichtlijn, want deze maatregel kan de handel tussen de lidstaten daarin al dan niet rechtstreeks, daadwerkelijk of potentieel belemmeren. Ook is de rechtbank van oordeel dat met de nadere verpakkingseisen geen sprake is van verkoopmodaliteiten, omdat de noodzaak om de verpakking of etikettering van de ingevoerde sigaren te wijzigen dat reeds uitsluit.9 Daarom dient beoordeeld te worden of de nadere verpakkingseisen gerechtvaardigd zijn uit oogpunt van de volkgezondheid.

4.8.
Volgens de Staat dienen de nadere verpakkingseisen het gerechtvaardigde belang van de volksgezondheid en zijn de maatregelen geschikt om het beoogde doel te bereiken. De nadere verpakkingseisen van artikel 3.7a Tabaks- en rookwarenregeling zijn ingegeven door het (bredere) integrale tabaksontmoedigingsbeleid dat de overheid nastreeft, omdat roken zeer schadelijk voor de gezondheid is. Uit onderzoek van onder meer het Trimbos Instituut, dat is gebruikt bij de opstelling van de gewijzigde Tabaks- en rookwarenregeling, blijkt dat de verpakking van tabaksproducten kan worden gebruikt om de aantrekkelijkheid van het product te vergroten, in het bijzonder voor jongeren. Uit dat oogpunt zijn de nadere eisen die erop gericht zijn om de verpakking van sigaren minder aantrekkelijk te maken ook noodzakelijk. Deze eisen zijn bovendien het resultaat van een evenredige belangenafweging waarbij een redelijke overgangstermijn gehanteerd wordt, de nadere verpakkingseisen niet van toepassing verklaard zijn op (verpakkingen van) sigaren die al voor 20 mei 2016 in de handel waren (en voldoen aan het bepaalde in artikel 3.2 lid 2 Tabaks- en rookwarenbesluit) en ten slotte het gegeven dat de nadere verpakkingseisen slechts betrekking hebben op een aantal elementen die de aantrekkelijkheid van een verpakking vergroten.

4.9.
De rechtbank is van oordeel dat de nadere verpakkingseisen van artikel 3.7a Tabaks- en rookwarenregeling op grond van de volksgezondheid gerechtvaardigd en ook evenredig zijn. Van een middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de lidstaten is geen sprake. De nadere verpakkingseisen van de Staat voldoen aan de vereisten van artikel 24 lid 2 Tabaksproductenrichtlijn. Daarvoor is het volgende redengevend.

4.13.
Voorts is ook voldaan aan de vereiste evenredigheid in strikte zin, te weten dat de nadere verpakkingseisen het resultaat zijn van een bewuste belangenafweging van het volksgezondheidsbelang en ook het vrijverkeerbelang met betrekking tot de sigaren in de handel op de Nederlandse markt. Zoals hierboven onder 4.10 werd vermeld, heeft de Staat voor sigaren bewust een latere datum van inwerkingtreding van de nadere verpakkingseisen gehanteerd met het oog op de belangen van de sigarenhandel en ook in dit verband voor een ruimere uitverkooptermijn gekozen. Daarnaast gaan de verpakkingseisen in geschil met betrekking tot de sigaren waarop zij van toepassing zijn niet zover dat zij strekken tot volledige neutrale verpakking voor sigaren en blijven merkvermeldingen mogelijk en zijn ook bandjes om de sigaren, als onderdeel van het product, nog altijd toegestaan.

4.14.
Cubacigar heeft de door haar gestelde aanwezigheid van willekeurige discriminatie als gevolg van de nadere verpakkingseisen met betrekking tot de sigaren in het licht van de betwisting van de Staat onvoldoende met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd. Voor nieuwe sigaren gelden de nadere verpakkingseisen op de Nederlandse markt ongeacht de herkomst van de producten. Evenmin is met de nadere verpakkingseisen van artikel 3.7a Tabaks- en rookwarenregeling sprake van een verkapte beperking van de handel tussen de lidstaten, de overwegend publieke doelstelling van deze maatregel om een hoog beschermingsniveau van volksgezondheid na te streven is genoegzaam vast koment te staan. Ook een valide en gegronde reden om de sigaren uit te (laten) zonderen van de reikwijdte van deze nadere verpakkingseisen acht de rechtbank in het licht van hetgeen de Staat daartegenover heeft aangevoerd niet aanwezig.