RB 388

De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Mc Donalds vs Spinoza

Op 18 juni is de bescherming van bekende merken vergroot door het HvJEG in de L’Oréal /Bellure uitspraak (zie eerder bericht RB372). Maar hoe ver reikt de bescherming van deze bekende merken in een ideële uiting?

Daarover gaat een opinie genaamd "Spinoza en de grenzen aan de bescherming van een bekend merk", die geschreven is naar aanleiding van de Spinozamanifestatie (door Quirijn Meijnen, Van der Steenhoven advocaten N.V.).

"Onderdeel van de Spinozamanifestatie is het “WatSpinoza?” project van web 2.0 bureau Mediamatic (www.mediamatic.net ). Met “WatSpinoza?” wil Mediamatic met een postercampagne, met teksten geïnspireerd op Spinoza en geschreven door Dirk van Weelden, de publieke discussie tussen en met Amsterdammers aanwakkeren."

"Willem Velthoven, directeur van Mediamatic, zegt in het Parool over het gebruik van de merken voor de postercampagne van “Wat Spinoza?”:

"Merken zijn onderdeel van ons bewustzijn. Dat hebben ze zonder onze toestemming, door reclame, bewerkstelligd. Dus mag ik als ik iets wil vertellen gebruikmaken van die merken?"

De redenering van Velthoven is aantrekkelijk. Waarom zou de burger, die ongevraagd met tientallen reclame uitingen per dag wordt geconfronteerd, zodanig dat deze merken en hun betekenis onderdeel van diens bewustzijn zijn geworden, niet gebruik mogen maken van de kracht van deze merken om een bepaalde boodschap over te brengen? Voor zover een andere commerciële partij niet profiteert van het aanhaken bij de bekendheid van een bekend merk, pleit ik voor het ruimhartig toestaan van het gebruik van bekende merken voor het overbrengen van een (de merkhouder wellicht onwelgevallige) ideële boodschap."

Lees hele opinie hier.

Bron: Endymion