RB 3554

Klacht over pro-vaccinatie reclame afgewezen

RCC 16 augustus 2021, RB 3554; 2021/00335 (Klaagster tegen Heineken) Heineken heeft een reclame op onder andere YouTube verspreid waarbij een discotheek te zien is en ouderen met elkaar dansen, flirten en Heineken bier drinken. Vervolgens verschijnen de teksten 'The night belongs to the vaccinated' en 'Time to join them' in beeld. Klaagster betreurt het dat de bierproducent zich laat lenen voor het uitvoeren van overheidspropaganda. Zij vindt het misplaatst dat een drankmerk zich uitspreekt over de volksgezondheid. Heineken betoogt maatschappelijk betrokken te zijn en stelt dat de uiting in de lijn is met de huidige stand van wetenschap. Als uitgangspunt geldt dat het eenieder vrij staat om een mening kenbaar te maken, ook over de wenselijkheid en het nut van het vaccineren tegen Covid-19. De Commissie beoordeelt dat er geen dringende maatschappelijke behoefte is om de uitingsvrijheid in te perken. De klacht wordt afgewezen. 

3. Bij de beoordeling van de inhoud van de commercial stelt de Commissie zich terughoudend op. Beoordeeld wordt of er een dringende maatschappelijke behoefte bestaat om de uiting te weren en het daardoor toelaatbaar is om de vrijheid van meningsuiting van adverteerder door middel van een gegrondverklaring van de klacht in te perken. Die situatie doet zich naar het oordeel van de Commissie hier niet voor. Heineken laat met beelden van feestvierende ouderen – de grootste groep volledig gevaccineerden – en de tekst “The night belongs to the vaccinated” en “Time to join them” op duidelijk humoristisch bedoelde wijze zien wat er na vaccinatie mogelijk is in de uitgaanswereld. Het is duidelijk dat Heineken hiermee wil zeggen dat men er naar haar mening goed aan doet zich te laten vaccineren tegen Covid-19. Dat betekent niet dat Heineken mensen die zich niet willen laten vaccineren, discrimineert of buitensluit van het drinken van bier in uitgaansgelegenheden. Dit onderdeel van de klacht kan daarom niet slagen. Dat over de wenselijkheid van vaccinatie tegen Covid-19 verschillend kan worden gedacht, zoals bij meningen en denkbeelden nu eenmaal het geval is, leidt niet tot het oordeel dat Heineken in de commercial de grenzen van de haar in beginsel toekomende uitingsvrijheid te buiten is gegaan.