RB 3526

Indringende reclame niet in strijd met de Nederlandse Reclame Code

RCC 17 mei 2021, RB 3526; 2021/00162 (Klaagster tegen ANWB) Deze klacht gaat over een ANWB reclame over fietsveiligheid van kinderen. In de reclame is een bijna-aanrijding tussen een auto en een jong meisje te zien. De klaagster vindt de reclame te schokkend om op televisie te worden vertoond. De ANWB voert aan dat ze met deze reclame bewustwording ten aanzien van de verkeersveiligheid van kinderen beoogt. Ze baseert zich mede op eigen onderzoek. Daarnaast is de ANWB van mening dat ze binnen de grenzen van de proportionaliteit is gebleven, doordat er geen sprake is van een daadwerkelijke aanrijding. De Reclame Code Commissie is het daarmee eens en oordeelt dat de televisiereclame weliswaar als indringend kan worden ervaren, maar binnen de grenzen van artikel 6 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) valt. 

2. De commercial, waarin een meisje op een fiets plotseling voor een auto verschijnt die daarop een noodstop maakt, kan een schrikreactie oproepen en als indringend worden ervaren. Dit betekent echter niet dat de commercial de grens overschrijdt van wat krachtens artikel 6 NRC toelaatbaar is. De beelden zijn een passende en proportionele manier om de boodschap van ANWB over te brengen dat het verbeteren van de fietsvaardigheden van kinderen en het opdoen van fietservaring in het verkeer noodzakelijk zijn om ongelukken te voorkomen. Overigens toont de commercial uiteindelijk dat het meisje niet gewond is geraakt. Op grond van het voorgaande kan niet worden gezegd dat de commercial zonder te rechtvaardigen redenen appelleert aan gevoelens van angst.