RB 3355

HvJ EU: verplichte vermelding herkomst wanneer weglating consument kan misleiden

HvJ EU 12 november 2019, RB 3355; ECLI:EU:C:2019:954 (Psagot tegen Ministre de l’Économie et des Finances). Antwoord op prejudiciële vragen van Conseil d’État (hoogste bestuursrechter Frankrijk). Levensmiddelen die afkomstig zijn uit gebieden die worden bezet door Israël, moeten de vermelding van het gebied van oorsprong bevatten. Tevens moet in het geval dat de levensmiddelen afkomstig zijn uit een Israëlische nederzetting binnen dat gebied, ook deze herkomst vermeld worden. Uit verordening nr. 1169/2011 volgt dat de verstrekking van informatie aan de consumenten hen in staat moet stellen een goed doordachte keuze te maken op grond van onder andere ethische aspecten of aspecten die betrekking hebben op eerbiediging van het internationale recht. Dergelijke overwegingen kunnen de aankoopbeslissingen van consumenten namelijk beïnvloeden.

Antwoorden:

25      Hieruit volgt dat het land van oorsprong of de plaats van herkomst van een levensmiddel moet worden vermeld indien het weglaten daarvan de consument kan misleiden doordat bij hem de indruk wordt gewekt dat dit levensmiddel een ander land van oorsprong of een andere plaats van herkomst heeft dan zijn werkelijke land van oorsprong of zijn werkelijke plaats van herkomst. Daarnaast mag de vermelding van de oorsprong of de herkomst op dat levensmiddel niet misleidend zijn.

57      Derhalve wordt in artikel 9, lid 1, onder i), en artikel 26, lid 2, onder a), van verordening nr. 1169/2011 weliswaar verwezen naar de vermelding van het land van oorsprong „of” de plaats van herkomst, maar is het in een situatie als die van het hoofdgeding krachtens die bepalingen verplicht om zowel te vermelden dat een levensmiddel afkomstig is uit een van de in punt 33 van dit arrest bedoelde gebieden als te vermelden dat dit levensmiddel afkomstig is uit een „Israëlische nederzetting”, wanneer dat levensmiddel afkomstig is uit een nederzetting in een van die gebieden. Indien deze tweede vermelding wordt weggelaten, kan de consument immers worden misleid aangaande de plaats van herkomst van dat levensmiddel.

58      Gelet op een en ander dient op de eerste prejudiciële vraag te worden geantwoord dat artikel 9, lid 1, onder i), van verordening nr. 1169/2011, gelezen in samenhang met artikel 26, lid 2, onder a), van deze verordening, aldus moet worden uitgelegd dat op levensmiddelen die afkomstig zijn uit een door de Staat Israël bezet gebied, niet alleen dit gebied maar tevens, wanneer die levensmiddelen afkomstig zijn uit een plaats die of een geheel van plaatsen dat een Israëlische nederzetting binnen dat gebied vormt, deze herkomst moet worden vermeld.

59      Gelet op het antwoord op de eerste prejudiciële vraag hoeft de tweede prejudiciële vraag niet te worden beantwoord.

Prejudiciële vragen:

1) Vereist het recht van de Europese Unie, in het bijzonder [verordening nr. 1169/2011], voor zover de oorsprong van een binnen de werkingssfeer van deze verordening vallend product moet worden vermeld, voor een product afkomstig uit een sinds 1967 door de Staat Israël bezet gebied de vermelding van dit gebied alsmede een vermelding waarin wordt gepreciseerd dat het product afkomstig is uit een Israëlische nederzetting indien dit het geval is?

2) Indien deze vraag ontkennend wordt beantwoord, kan een lidstaat dan op grond van de bepalingen van die verordening, met name die van hoofdstuk VI ervan, dergelijke vermeldingen eisen?”