RB 3483

HvJ EU over de informatie die op cosmeticaproducten moet zijn aangebracht

HvJ EU 17 december 2020, IEF 19742, RB 3484, IEFbe 3180; ECLI:EU:C:2020:1039 (A.M. tegen E.M.) A.M. is eigenaar van een schoonheidssalon en kocht bij distributeur E.M. cosmetische producten van een Amerikaanse fabrikant. A.M. heeft een opleiding gevolgd die werd gegeven over de producten die E.M. verkocht, waarbij ook de etikettering van die producten aan bod kwam. A.M. kocht na deze opleiding diverse cosmetische producten bij E.M. A.M. beëindigde de overeenkomst, omdat de verkochte waar gebreken vertoonde. A.M. voert daarbij aan dat de verpakking van de cosmetische detailhandelsproducten geen informatie vermeldt in het Pools over de functie van het product, te weten de vermeldingen die voortvloeien uit artikel 19, lid 1, onder f), en lid 5, van verordening nr. 1223/2009. E.M. verzekerde echter dat de producten weldegelijk geëtiketteerd waren overeenkomstig de geldende bepalingen. Op de producten is een symbool aangebracht dat een hand met een open boek voorstelde en dat de eindgebruiker van het product verwees naar een bijsluiter, in casu een catalogus in het Pools. In deze omstandigheden heeft de rechter besloten hierover het Hof prejudiciële vragen te stellen. Mede gelet op het oogmerk om de voorschriften inzake de etikettering van cosmetische producten uitputtend te harmoniseren, wordt geoordeeld dat niet is voldaan aan de neergelegde verplichting om op de verpakking informatie aan te brengen over de functie van het cosmetisch product.

50     Het Hof (Derde kamer) verklaart voor recht:

1)      Artikel 19, lid 1, onder f), van verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten moet aldus worden uitgelegd dat de aanduiding van de „functie van het cosmetische product”, die krachtens deze bepaling op de recipiënt en op de verpakking van dit product moet zijn aangebracht, de consument duidelijk over het gebruik en de wijze van gebruik van dat product moet informeren opdat de consument het product in kwestie veilig kan gebruiken zonder dat zijn gezondheid erdoor wordt geschaad, hetgeen impliceert dat die bepaling niet kan worden beperkt tot de loutere aanduiding van de in artikel 2, lid 1, onder a), van die verordening vermelde doelstellingen die met het gebruik van het product worden nagestreefd. Het staat aan de verwijzende rechter om gelet op de kenmerken en de eigenschappen van het betreffende product en de verwachtingen van een normaal geïnformeerde, redelijk oplettende en omzichtige gemiddelde consument de aard en de omvang vast te stellen van de informatie die uit dien hoofde op de recipiënt en op de verpakking van het product moet zijn aangebracht opdat dit product kan worden gebruikt zonder dat zulks gevaar oplevert voor de volksgezondheid.

2)      Artikel 19, lid 2, van verordening nr. 1223/2009 moet aldus worden uitgelegd dat de in artikel 19, lid 1, onder d), f) en g), van deze verordening bedoelde aanduidingen, te weten die welke betrekking hebben op respectievelijk de bijzondere voorzorgen in verband met het gebruik van het cosmetische product, de functie van dit product en de ingrediënten ervan, niet kunnen worden vermeld in een bedrijfscatalogus waarnaar wordt verwezen met het in punt 1 van bijlage VII bij die verordening bedoelde symbool dat is aangebracht op de verpakking of de recipiënt van dat product.