RB 3499

Homeopathie aanprijzende claims zijn misleidend

RCC 2 maart 2021, RB 3499, 2020/00172 (Klager tegen KVHN) De Koninklijke Vereniging Homeopathie Nederland (KVHN) heeft op haar site een claim staan waarin wordt gesteld dat er vele wetenschappelijke onderzoeken zijn die aantonen dat homeopathie werkzaam is bij vele kwalen en aandoeningen. Klager stelt dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs is voor de werking van homeopathie en dat er “pseudowetenschappelijke onderzoeken” worden genoemd. De RCC oordeelt dat de claim van de KVHN moet worden gezien als misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Zij beveelt de KVHN aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

3)  Adverteerder zal zich in reclame dienen te onthouden van de suggestie dat wetenschappelijk is erkend dat homeopathie werkzaam is. Dit geldt in ieder geval zolang geen wetenschappelijke consensus over de werking van homeopathie bestaat. Voorkomen moet worden dat de consument zal afzien van een – wel bewezen effectieve – reguliere medische behandeling in de onjuiste veronderstelling dat inmiddels wetenschappelijk consensus bestaat over het feit dat homeopathie hiervoor een volwaardig alternatief is. Wat verder van de door adverteerder als producties 2 tot en met 5 overgelegde verklaringen ook moge zijn, deze kunnen niet tot het oordeel leiden dat inmiddels een dergelijke consensus bestaat. In feite tonen deze producties juist aan dat sprake is van een nog lopend dispuut, nu zij zich keren tegen de opvattingen van wetenschappers en wetenschappelijke instellingen die de werking van homeopathie slechts een placebo effect achten. Nu bij de huidige stand van de medische wetenschap de werking van homeopathie onvoldoende zeker kan worden geacht om daarop een absolute effectiviteitsclaim als de onderhavige te baseren, wekt de uiting bij de gemiddelde consument een onjuiste indruk over de van homeopathie te verwachten resultaten als bedoeld onder b van artikel 8.2 NRC. Deze consument kan hierdoor ertoe worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

4)  Anders dan adverteerder stelt, gaat het in de uiting niet om de aanprijzing van een denkbeeld, maar om de aanprijzing van een dienst, te weten homeopathie en de diensten van homeopaten. Daarbij wijst de voorzitter op de aanprijzing van de ‘homeopathielijn’ direct naast de bestreden mededeling en de daaronder geboden mogelijkheid een homeopaat in de buurt te vinden. Als geheel is de uiting onmiskenbaar bedoeld om de consument van het nut van homeopathie te overtuigen en zich om die reden tot een homeopaat te wenden, waarvan adverteerder de belangen behartigt. Bovendien kan worden gezegd dat de uiting strekt tot indirecte aanprijzing van homeopathische geneesmiddelen. Het gaat immers om de aanprijzing van homeopathie als geneeswijze, waarbij ziektebeelden worden genoemd die met homeopathie zouden kunnen worden genezen. Aan adverteerder zal op grond van het voorgaande een aanbeveling worden gedaan.