RB 3679

Hof heeft blijk gegeven van onjuiste rechtsopvatting

HR 15 juli 2022, RB 3679; ECLI:NL:HR:2022:1109 (Staatsloterij tegen verweerder) Verweerder (in cassatie) vorderde in eerste aanleg [RB 3138] en hoger beroep [RB 3398] een verklaring voor recht dat Staatsloterij onrechtmatig jegens hem had gehandeld door het doen van misleidende mededelingen. Hij vorderde vergoeding van de door hem geleden schade. De kantonrechter wees de vorderingen van verweerder af. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en verklaarde voor recht dat de Staatsloterij onrechtmatig had gehandeld jegens verweerder. De Staatsloterij werd veroordeeld tot betaling van de door verweerder geleden schade. De Staatsloterij heeft cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof. 

De Hoge Raad overweegt dat door, in een geval dat het gaat om abonnementsspelers, uit te gaan van het vermoeden van het bestaan van een causaal verband, blijk is gegeven van een onjuiste rechtsopvatting dan wel een ontoereikend gemotiveerd oordeel. Het gaat hier om het causaal verband tussen gedane misleidende mededelingen en het handelen van de consument. Er is geen sprake van een zodanige bewijsproblematiek met betrekking tot het causaal verband dat de bescherming die abonnementsspelers aan art. 6:194 (oud) BW kunnen ontlenen, zonder zodanig vermoeden in de praktijk illusoir kan worden. De speelgeschiedenis is immers voor abonnementsspelers beschikbaar of kan beschikbaar worden gesteld op verzoek. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar een ander hof.

3.1.3. Er bestaat voorts onvoldoende grond om voor een geval als hier aan de orde, waarin het gaat om een abonnementsspeler, een vermoeden van causaal verband te aanvaarden in de hiervoor bedoelde zin. Anders dan bij de vorm van misleiding die aan de orde was in de zaak World Online6, waarop [verweerder] in deze procedure een beroep doet, kan in geval van abonnementsspelers niet worden gezegd dat sprake is van zodanige bewijsproblematiek ter zake van het causaal verband dat de bescherming die zij aan art. 6:194 (oud) BW kunnen ontlenen met betrekking tot de misleidende mededelingen waarom het in deze procedure gaat, zonder zodanig vermoeden in de praktijk illusoir kan worden. Voor abonnementsspelers geldt immers dat hun speelgeschiedenis beschikbaar is en – zoals ook in dit geval is gebeurd – op verzoek ter beschikking wordt gesteld.

3.1.4. Gelet op hetgeen hiervoor in 3.1.2-3.1.3 is overwogen, heeft het hof, door uit te gaan van het vermoeden dat [verweerder] behoorde tot het aanzienlijk deel van de consumenten dat zou hebben afgezien van aankoop van staatsloten in de periode 2000-2008 indien Staatsloterij toen juiste en volledige mededelingen zou hebben gedaan, zonder daarbij de stellingen van partijen over het uit de speelgeschiedenis blijkende speelgedrag van [verweerder] te betrekken, ofwel blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, ofwel zijn oordeel ontoereikend gemotiveerd. Onderdeel 1 slaagt dan ook.