RB
DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op dinsdag 25 augustus 2026
RB 4111
Nederland ||
8 jul 2026,
Nederland 8 jul 2026,, RB 4111; ECLI:NL:RVS:2026:3947 ([appellante] tegen de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerichte-e-mails-aan-jongvolwassenen-vallen-onder-verbod-op-kansspelreclame

Gerichte e-mails aan jongvolwassenen vallen onder verbod op kansspelreclame

ABRvS 8 juli 2026, RB 4111; ECLI:NL:RVS:2026:3947 ([appellante] tegen de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit). In deze zaak komt [appellante], vergunninghouder voor het organiseren van kansspelen op afstand, op tegen een bestuurlijke boete van € 400.000 van de Kansspelautoriteit (Ksa). [appellante] stuurde van 12 oktober 2021 tot 15 maart 2022 gerichte e-mails aan jongvolwassenen met informatie over haar kansspelaanbod. Volgens de Ksa overtrad zij daarmee art. 2 lid 4, aanhef en onder a, Bwrvk, dat verbiedt wervings- en reclameactiviteiten voor kansspelen te richten op minderjarigen en jongvolwassenen. De rechtbank Den Haag liet de boete in stand. Zij oordeelde dat de e-mails rechtstreeks aan jongvolwassenen waren verstuurd en daarmee op deze groep waren gericht. De inhoud van de afzonderlijke e-mails hoefde daarvoor niet verder te worden onderzocht. [appellante] stelt in hoger beroep onder meer dat het begrip ‘richten op’ niet ook ‘richten aan’ omvat, dat de norm onvoldoende duidelijk is en daarom strijd oplevert met het lex-certa-beginsel. Ook beroept zij zich op andere handhavingszaken, waaronder een zaak over Holland Casino, en stelt zij dat de boete onevenredig hoog is. 

De Afdeling bestuursrechtspraak volgt het oordeel van de rechtbank. Het verbod uit art. 2 lid 4, aanhef en onder a, Bwrvk is voldoende nauwkeurig, duidelijk en ondubbelzinnig. Het rechtstreeks sturen van kansspelreclame aan jongvolwassenen valt onder het verbod om reclame op deze groep te richten. De uitleg van [appellante], waarbij daarnaast vereist zou zijn dat de inhoud of vorm van de reclame specifiek op jongvolwassenen is afgestemd, past niet bij de bescherming die de regeling aan deze maatschappelijk kwetsbare groep wil bieden. De door [appellante] genoemde andere handhavingszaken zijn onvoldoende vergelijkbaar om te concluderen dat de Ksa hier met een waarschuwing of lagere boete had moeten volstaan. Ook acht de Afdeling de boete niet onevenredig. [appellante] heeft haar financiële situatie niet concreet onderbouwd en de overtreding duurde ongeveer vijf maanden. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, zodat de boete van € 400.000 in stand blijft. 

3. [appellante] betoogt onder verwijzing naar haar beroepsgronden dat de rechtbank niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat de reclame op jongvolwassenen was gericht en dat het verbod in artikel 2, vierde lid, aanhef en onder a, van het Bwrvk voldoende nauwkeurig, duidelijk en ondubbelzinnig is. Dat de boete op deze onduidelijke norm is gebaseerd is in strijd met het lex certa beginsel. De rechtbank had in de ingeroepen bronnen steun moeten lezen voor het standpunt van [appellante] dat er geen verbod bestaat op het direct mailen van jongvolwassenen, maar alleen op het specifiek richten van reclame op jongvolwassenen, bijvoorbeeld door afbeeldingen die jongvolwassenen aantrekken. De rechtbank heeft niet onderkend dat onder meer Holland Casino een soortgelijk geval is waarin juist geen boete is opgelegd. [appellante] vindt dat de boete niet in verhouding staat tot de ernst en verwijtbaarheid van de overtreding, mede gelet op de onduidelijkheid in de wetgeving en het te hoge basisbedrag van de boete. De boete is ook afgezet tegen haar daadwerkelijke winst te hoog. Bij nader stuk heeft [appellante] gewezen op andere gevallen waarin slechts een waarschuwing is opgelegd, hoewel dezelfde norm was overtreden. Dat had in haar geval ook moeten gebeuren of de boete had lager moeten zijn, omdat ten tijde van de overtreding de norm nog onduidelijk was.

3.1. De gronden die [appellante] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op deze gronden ingegaan. [appellante] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van deze gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich, mede gelet op de uitspraak van 18 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1532, onder 4.6 tot en met 6.3, vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 6 tot en met 11 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. [appellante] heeft haar financiële situatie niet onderbouwd en dus niet aannemelijk gemaakt dat deze boete in haar geval onevenredig is. Mede gelet op de duur van de overtreding van [appellante] is niet gebleken dat de in het nader stuk genoemde gevallen zo gelijk zijn, dat de Ksa ook in het geval van [appellante] had moeten volstaan met een waarschuwing of een lagere boete.