RB 3380

Facebookreclame Staatsloterijrad is misleidend

SRC College van Beroep 13 februari 2020, RB 3380; 2019/00694 - CVB (Staatsloterij-rad) Klacht gericht tegen reclame van Staatsloterij op Facebook in de vorm van een ronddraaiend rad. De inleidende klacht komt erop neer dat de reclame misleidend is omdat door de indeling van de vakjes op het rad de indruk wordt gewekt dat de kans om te winnen op tien loten 1 op 16 is en de kans op honderd loten ook 1 op 16. Dus een kans van 1 op 8 om tien of honderd loten te winnen. De indruk dat het rad bepaalt of extra loten worden gewonnen, wordt versterkt door de oproep om aan het rad te draaien. Pas uit de actievoorwaarden blijkt dat het toekennen van loten niet door het draaien aan het rad gebeurt, maar op een geheel andere wijze met een veel lagere winkans. De Commissie heeft de klacht gegrond verklaard. Deze beslissing wordt bevestigd.

4. De uiting wekt op grond van het voorgaande een indruk die niet overeenstemt met de werkelijkheid. De kans op het winnen van “10x” of “100x” is immers veel lager dan de indeling op het rad suggereert. Deze onjuiste indruk wordt niet weggenomen door de link “Meer informatie”. Daargelaten dat het College niet beschikt over een print van de webpagina die men ziet na het klikken op die link, en dat men blijkbaar op die pagina weer op een andere link naar de actievoorwaarden moet klikken om informatie over de verdeling van de prijzen te zien, geldt het volgende. De uiting is bedoeld om de consument door weergave van te winnen prijzen te verlokken om te gaan deelnemen aan het promotionele kansspel en tevens aan de Staatsloterij. Niet kan worden geaccepteerd dat Staatsloterij als aanbieder van een kansspel in deze uiting bij de consument onjuiste verwachtingen wekt over te winnen prijzen. Bij de afweging om aan een kansspel deel te nemen, spelen irrationele gedachten, emoties en gewoonten van de consument een belangrijke rol (vgl. HR 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2014 178). Het argument dat de consument kan berekenen dat de afbeelding op het rad geen reële afspiegeling van de te winnen prijzen is, stuit hierop af. Door de deelneming aan de loterij op een wijze als de onderhavige te bevorderen, zal de gemiddelde consument zo kunnen worden beïnvloed, dat zijn besluit om te gaan deelnemen niet meer uitsluitend op grond van rationele overwegingen geschiedt. In de bestreden uiting had daarom geen enkele onduidelijkheid mogen bestaan over (de verdeling van) het prijzenpakket. Dat de uiting bepaalde beperkingen heeft, rechtvaardigt niet dat deze hierover een onjuiste indruk wekt.