RB
DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op dinsdag 24 november 2015
RB 2578
De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Envelop met juridisch symbool, zonder naam adverteerder onvoldoende herkenbaar als reclame

Vzr. RCC 21 oktober 2015, RB 2578; Dossiernr: 2015/00985 (Goed-Leven Sarl)
Toewijzing. Direct marketing. Artikel 11.1 NRC. Uiting: Het betreft een geadresseerde brief in een envelop waarop een weegschaal staat afgebeeld met de tekst “algemene directie”. Voorts staat op de envelop: “Laatste herinnering”, “Dringend” en ”Onmiddellijk openen!”. Op de envelop staat verder het postbusadres van adverteerder zonder vermelding van de naam van adverteerder. In de brief die men ziet na het openen van de envelop staat dat de ontvanger recht heeft op een “Super cheque!”.

Klacht: Klager stelt dat door het gebruik van het juridische symbool van een weegschaal sprake lijkt van een juridische brief in verband met incasso- of deurwaarderszaken. Bovendien kan de postbesteller hierdoor niet zien dat het een reclamefolder betreft waardoor hij de brievenbussticker van klager negeert.

Voorzitter:

1)  Vooropgesteld wordt dat artikel 11.1 van de Nederlandse Reclame Code (NRC), waaraan op grond van de klacht dient te wor­den ge­toetst, bepaalt dat reclame “duidelijk” als zodanig herkenbaar dient te zijn. Bij de beoor­de­ling van de vraag of ook in het on­der­havige geval aan dit vereis­te is voldaan, zal de voorzitter uit­slui­tend acht slaan op de envelop en niet op de in­houd daarvan, enerzijds omdat tegen de inhoud geen klacht is ingediend (hierdoor blijft in het midden of die inhoud misleidend is) en ander­zijds omdat artikel 11.1 NRC ook geldt voor een afzonderlijke envelop, dat wil zeggen geabstra­heerd van de inhoud daarvan. De voorzitter verwijst in dit verband naar dossier 2011/00080.

2)  De voorzitter stelt voorop dat het publiek reeds op grond van de envelop zonder moeite moet kunnen vaststellen dat sprake is van reclame. Als de ont­vanger pas na het openen van de envelop kan zien dat deze reclame bevat, is in ieder geval niet aan het voor­schrift van ar­tikel 11.1 NRC voldaan. Deze situatie doet zich voor indien uit de en­velop in het ge­heel niet blijkt dat deze reclame betreft. Hetzelfde geldt indien de ontvan­ger door infor­matie op de en­ve­lop op een ver­keerd been worden gezet, bij­voorbeeld doordat de indruk wordt gewekt dat de en­velop juist geen reclame bevat. In verband daarmee is het volgende van belang.

3)  Van een envelop waarop een weegschaal is afgebeeld in combinatie met de mededelingen “Laatste herinnering”, “Dringend” en ”Onmiddellijk openen!” gaat voor de ontvanger de boodschap uit dat de inhoud daarvan een zakelijk bericht betreft met een spoedeisend karakter. De weegschaal zal in het algemeen worden opgevat als een gebruikelijk symbool in verband met juridische kwesties. De mededelingen “Laatste herinnering”, “Dringend” en ”Onmiddellijk openen!” verwijzen naar een situatie van (dreigend) verzuim. Deze combinatie zal naar het oordeel van de voorzitter door het publiek aldus worden opgevat dat op korte termijn incassomaatregelen dreigen wegens een openstaande schuld. Dat in plaats daarvan sprake is van een reclame-uiting, zal de consument ontgaan. Adverteerder heeft ook erkend dat de mogelijkheid bestaat dat de ontvanger de envelop zal openen in de onjuiste veronderstelling dat sprake is van dreigende incassomaatregelen. Blijkbaar is dit effect door adverteerder beoogd, hetgeen de voorzitter laakbaar acht. De ontvanger die afgaat op genoemde mededeling en meent dat de envelop belangrijke informatie in verband met een openstaande schuld bevat, kan pas na het openen van de en­velop ont­dekken dat het om reclame gaat. Nu de consument blijkens het voorgaande op het verkeerde been wordt gezet met betrekking tot de inhoud van de envelop, heeft adverteerder gehandeld in strijd met artikel 11.1 NRC.

4)  Dat de brievenbus van klager blijkbaar is voorzien van een brievenbussticker als bedoeld in de Code brievenbus reclame, is voor het onderhavige geschil niet relevant. Deze code is, zoals adverteerder terecht stelt, niet van toepassing nu sprake is van geadresseerde reclame. Dit onderdeel van de klacht zal daarom worden afgewezen.

Op grond van hetgeen onder 1) tot en met 3) is vermeld, is de voorzitter van oordeel dat adverteerder heeft gehandeld in strijd met artikel 11.1 NRC. De voorzitter beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Ten aanzien van hetgeen onder 4) is vermeld wijst de voorzitter de klacht af.