RB 3494

Commissie van Beroep volgt CGR in haar uitspraak

CGR 1 maart 2021, IEF 19831, RB 3494, LS&R 1922, B20.005/B20.02 (Bayer tegen Novartis) Vervolg op [IEF 19553], [RB 3453] en [LS&R 1876]. Bayer heeft in een advertentie voor haar geneesmiddel Eylea een aantal claims gedaan die volgens de Codecommissie in strijd zijn met de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. Bayer is tegen deze uitspraak in beroep gegaan, maar hier wederom in het ongelijk gesteld. De gemaakte claims schetsen in de gegeven context een te eenzijdig en te rooskleurig beeld, waardoor de gemiddelde beroepsoefenaar op het verkeerde been kan worden gezet, aldus de Commissie van Beroep. Deze bekrachtigt dan ook de beslissing van de Codecommissie.

3.7  Gelet op het vorengaande behoeft het betoog van Bayer dat in de ALTAIR-studie gebruik is gemaakt van verklarende, inferentiële, statistiek en dat het extrapoleren van de studieresultaten van deze studie naar de Europese bevolking is toegestaan, geen verdere inhoudelijke bespreking. Daarbij merkt De Commissie van Beroep - ten overvloede - op dat de stellingen van Bayer op deze onderdelen niet, althans onvoldoende, met nader bewijs zijn onderbouwd. Het betoog van Novartis dat sprake is van een ‘gedekt verweer’ naar analogie van de artikelen 154 en 348 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, treft geen doel. De Commissie van Beroep is van oordeel dat in het B20.02 Bayer/Novartis 6 kader van de zelfregulering voornoemde artikelen niet van overeenkomstige toepassing zijn in deze procedure.

3.8  De Commissie van Beroep komt tot de conclusie dat de Codecommissie in 6.10 en 6.12 van haar uitspraak terecht heeft geoordeeld dat de claim “Dus mijn volgende INJECTIE is pas OVER 16 WEKEN?” niet wordt onderbouwd door de ALTAIR-studie en de SmPC van Eylea® en daarmee in strijd is met de Gedragscode alsmede dat de claim “Maar liefst 40% van de patiënten in de 4-wekelijkse extensiegroep had na 1 jaar behandeling met Eylea® een volgend gepland injectie-interval tot 16 weken” in de gegeven context een te eenzijdig en te rooskleurig beeld schetst, waardoor de gemiddelde beroepsoefenaar op het verkeerde been kan worden gezet. Beide claims zijn in strijd zijn met de Gedragscode. Grieven 1 en 2 worden verworpen.