10 apr 2026,
Kopieer citeerwijze ||
[eiseres] tegen de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Boete wegens overtreding voedselhygiënevoorschrift blijft in stand
Rb. Rotterdam 10 april 2026, RB 4141; LS&R 2469; ECLI:NL:RBROT:2026:3942 ([eiseres] tegen de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur). In deze zaak tussen [eiseres] en de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur staat de vraag centraal of terecht een boete van € 17.500 is opgelegd wegens het onvoldoende beschermen van vlees tegen verontreiniging. Tijdens een NVWA-controle in een trailer werden condensdruppels aangetroffen boven reeds ingeladen vlees. De toezichthouder zag dat condens naar beneden viel en op het vlees terechtkwam. Volgens de NVWA kon deze condens ziekteverwekkers bevatten en was daarmee sprake van een overtreding van de hygiënevoorschriften uit Verordening 852/2004. De minister legde aanvankelijk twee overtredingen aan de boete ten grondslag. In bezwaar verviel één daarvan, maar de overtreding van Bijlage II, hoofdstuk IX, punt 3, van Verordening 852/2004 bleef in stand. Op grond van deze bepaling moeten levensmiddelen in alle stadia van productie, verwerking en distributie worden beschermd tegen iedere vorm van verontreiniging waardoor zij ongeschikt of schadelijk kunnen worden voor menselijke consumptie.
[eiseres] betwistte de overtreding zelf niet, maar stelde dat de boete ten onrechte wegens recidive was verhoogd. Volgens haar ging het om een ander feitencomplex dan bij eerdere overtredingen, omdat nu voor het eerst condens in een koelwagen was aangetroffen. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Voor toepassing van de recidiveregeling is bepalend of hetzelfde voorschrift opnieuw is overtreden. Het hoeft niet te gaan om exact dezelfde feitelijke omstandigheden. De eerdere, onherroepelijke boete was eveneens opgelegd wegens overtreding van Bijlage II, hoofdstuk IX, punt 3, van Verordening 852/2004. Daarmee is volgens de rechtbank sprake van eenzelfde overtreding als bedoeld in artikel 2.5 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren. De rechtbank merkt daarbij wel op dat het betreffende voorschrift een ruime norm bevat en dat een recidiveverhoging bij zo’n ruime norm niet in alle gevallen redelijk hoeft te zijn. In dit geval zag ook de eerdere boete echter op condens. Dat de condens op een andere plaats binnen het bedrijf was aangetroffen, is daarom niet doorslaggevend. De rechtbank acht de boete van € 17.500 evenredig en verklaart het beroep ongegrond.
5.5 Het eerdere (onherroepelijke) boetebesluit van 5 april 2024 waar verweerder de boeteverhoging in dit geval op baseert, betreft een boete van € 17.500,- voor een overtreding van Bijlage II, hoofdstuk IX, punt 3, van Verordening 852/2004. Er is dus sprake van een eerdere overtreding van hetzelfde voorschrift als in onderhavige boetezaak, zodat verweerder in overeenstemming met artikel 2,5, eerste lid, van het Besluit handhaving de boete heeft verhoogd. Wel merkt de rechtbank op dat het voorschrift van punt 3 een zeer ruime norm betreft die op een zeer breed domein van de activiteiten van eiseres betrekking heeft. Denkbaar is dat boeteverhoging vanwege recidive bij een dergelijk ruime norm niet in alle gevallen redelijk is te achten. In dit geval is de eerdere boete evenwel eveneens opgelegd voor condens. Ook daarom ziet de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat de boeteverhoging ten onrechte is toegepast. Dat de condens op verschillende plekken bij eiseres is aangetroffen, vindt de rechtbank niet doorslaggevend. Dat – naar gesteld door eiseres – voor het eerst door een toezichthouder condens in een koelwagen is aangetroffen vindt de rechtbank evenmin reden voor matiging. Van andere omstandigheden die reden moeten zijn voor matiging is de rechtbank ook niet gebleken. De rechtbank vindt de opgelegde boete evenredig.