RB 3563

Boete na publicatie verkapte tabaksreclame

Rechtbank Rotterdam 12 oktober 2021, RB 3563; ECLI:NL:RBROT:2021:9962 (Eiseres tegen de Staatssecretaris van VWS) Toezichthouder NVWA heeft naar aanleiding van een inspectie op de digitale krant van De Telegraaf een boete opgelegd. Ten grondslag ligt een overtreding van de Tabaks- en rookwarenwet. Eiseres voert in beroep bij de rechtbank aan dat de advertentie niet kwalificeert als reclame en subsidiair dat de boete in strijd is met het EVRM. De advertentie kan volgens de rechtbank niet anders worden begrepen dan dat dit als doel had om de verkoop van aanverwante producten, te weten e-sigaretten, te bevorderen. Het bestreden besluit komt niet in strijd met het in artikel 10 van het EVRM geformuleerde recht op vrijheid van meningsuiting. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. 

6. Ook als ervan wordt uitgegaan dat voor eiseres de aanleiding voor het plaatsen van de advertentie was gelegen in de ontstane onrust dan wel mogelijk onjuiste berichtgeving in (Nederlandse) media over het gebruik van e-sigaretten waartegen zij zich teweer wilde stellen, kan niet worden gezegd dat de advertentie geen enkel commercieel doel diende. Eiseres wenst immers e-sigaretten en navulverpakkingen te verkopen. De advertentie kan daarom niet anders worden begrepen dan dat eiseres daarmee ook tot doel moet hebben gehad de verkoop van aanverwante producten te bevorderen. De advertentie is niet beperkt tot een weergave van medische feiten of niet-betwistbare fouten in de berichtgeving, maar verwijst naar eigen aanverwante producten en beklemtoont de kwaliteit daarvan, in combinatie met de suggestie dat e-sigaretten minder schadelijk zijn voor de gezondheid. Daardoor is sprake van een commerciële mededeling die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct of aanverwant product tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft, als bedoeld in artikel 1 van de Trw.

In de advertentie maakt eiseres melding van de kwaliteit van haar eigen aanverwante producten. Het feit dat deze onder de merknaam ‘Logic’ worden verkocht en deze merknaam in de advertentie niet wordt genoemd kan niet tot een ander oordeel leiden. De definitie van ‘reclame’ in artikel 1 van de Trw stelt niet als eis dat een eigen product of merk bij naam of met een andere onderscheidend kenmerk wordt genoemd. Dit sluit aan bij hetgeen uit de geschiedenis van de totstandkoming van het reclameverbod in de Trw naar voren komt, namelijk dat is beoogd een allesomvattende definitie van reclame te geven die in de meest brede zin des woords moet worden begrepen (Nota van Wijziging, Tweede Kamer 2000–2001, 26 472, nr. 7, blz. 19). Voor zover eiseres uit deze geschiedenis iets anders afleidt kan dat het voorgaande niet anders maken nu dat geen vertaling heeft gevonden in de wettelijke definitie van het begrip reclame.