RB 3130

Gebruik verklaringen reumatologen om werking crème te bewijzen is oneerlijk

RCC 28 februari 2018, RB 3130; Dossiernr. 2018/00069 (BeezMax) Aanbeveling met ALERT (Misleiding). De bestreden reclame-uiting betreft een op Facebook getoonde en op de website www.mysupplelegs.com geplaatste uiting waarin het product BeezMax crème wordt aangeprezen. Met de BeezMax crème zou elke aandoening van de gewrichten of wervels kunnen worden behandeld en zou een patiënt een volledig gezond persoon maken, in plaats van de symptomen tijdelijk onderdrukken zoals het geval is bij de meeste medicijnen. Dit wordt in de reclame beweerd door drie bij naam genoemde “reumatologen”, die verbonden zijn (geweest) met de Nederlande Vereniging voor Reumatologen. De klacht: In de uiting, waarin valse beloftes worden gedaan, worden de namen van klaagster en twee van haar collega-reumatologen genoemd, hoewel zij daarvan niet op de hoogte zijn gesteld en daarvoor zeker geen toestemming hebben gegeven. De foto’s in de uiting zijn niet van de genoemde personen. Klaagster stelt dat de namen van haar en haar collega’s alsmede de uitspraken die zij zogenaamd zouden hebben gedaan uit de uiting moeten worden verwijderd. Dat geldt ook voor de naam van de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie (NVR), waarvan klaagster vicevoorzitter is.

Het oordeel van de Commissie

1. In de uiting wordt BeezMax crème onder meer aangeprezen als “innovatieve remedie”, waarmee “elke aandoening van de gewrichten of wervels kan worden behandeld”, die “de pijn elimineert en tegelijkertijd gezonde gewrichten bevordert” als gevolg waarvan “een patiënt een volledig gezond persoon wordt”. De beweringen dat BeezMax de beschreven werking heeft, worden in de uiting toegeschreven aan twee bij naam genoemde Nederlandse reumatologen, onder wie klaagster, terwijl van een derde genoemde Nederlandse reumatoloog wordt gezegd dat zij als “voormalige voorzitter van de Vereniging voor Reumatologie”  eerdere toelating van BeezMax in Nederland uit persoonlijke (zakelijke) motieven heeft tegengehouden.

2. Klaagster ontkent dat zij en/of haar twee collega-reumatologen de aan hen toegeschreven uitspraken hebben gedaan of toestemming hebben gegeven voor het in de uiting opnemen van hun namen. Ook de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie, waarvan klaagster vicevoorzitter is, mag volgens haar niet in de uiting worden genoemd.

3. De Commissie acht aannemelijk geworden dat de in de uiting weergegeven mededelingen en uitspraken over het product BeezMax niet daadwerkelijk afkomstig zijn van de drie met naam en toenaam genoemde reumatologen. In de eerste plaats geldt dat adverteerder de stellingen van klaagster niet heeft weersproken. Verder heeft de Commissie ambtshalve geconstateerd dat op de in de uiting opgenomen foto’s niet de genoemde reumatologen zijn afgebeeld, hoewel in de uiting wel die indruk wordt gewekt. Voorts heeft de Commissie ambtshalve geconstateerd dat de uiting met dezelfde inhoud – tekst en foto’s – ook in het Italiaans is gepubliceerd, waarbij alleen de namen van de Nederlandse reumatologen zijn vervangen door Italiaanse namen, van wie er twee waren of zijn verbonden aan de “associazione dei reumatologi”.

4. Door in de uiting in strijd met de waarheid de indruk te wekken dat het product BeezMax als effectief middel bij elke aandoening van de wervels en de gewrichten wordt aangeprezen door reumatologen en de (Nederlandse) Vereniging voor Reumatologie, heeft adverteerder gehandeld in strijd met de vereisten van professionele toewijding. Deze handelwijze zal het economische gedrag van de gemiddelde consument op wie de reclame is gericht ernstig (kunnen) verstoren. Het is immers aannemelijk dat de consument die op zoek is naar een werkzaam middel door de suggestie dat de reumatologen achter het product BeezMax en de daaraan toegeschreven werking staan, ertoe wordt gebracht het product aan te schaffen. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de bestreden uiting oneerlijk is in de zin van artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). In de ernst van de overtreding van de NRC ziet de Commissie bovendien aanleiding om haar uitspraak door middel van een Alert onder de aandacht te brengen van een breed publiek.

5. Op grond van het voorgaande wordt als volgt beslist.

De beslissing

De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken en zal deze beslissing als Alert laten verspreiden.