Berichten met ALERT

RB 3130

Gebruik verklaringen reumatologen om werking crème te bewijzen is oneerlijk

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 28 feb 2018, RB 3130; Dossiernr. 2018/00069 (BeezMax), http://www.reclameboek.nl/artikelen/gebruik-verklaringen-reumatologen-om-werking-cr-me-te-bewijzen-is-oneerlijk

RCC 28 februari 2018, RB 3130; Dossiernr. 2018/00069 (BeezMax) Aanbeveling met ALERT (Misleiding). De bestreden reclame-uiting betreft een op Facebook getoonde en op de website www.mysupplelegs.com geplaatste uiting waarin het product BeezMax crème wordt aangeprezen. Met de BeezMax crème zou elke aandoening van de gewrichten of wervels kunnen worden behandeld en zou een patiënt een volledig gezond persoon maken, in plaats van de symptomen tijdelijk onderdrukken zoals het geval is bij de meeste medicijnen. Dit wordt in de reclame beweerd door drie bij naam genoemde “reumatologen”, die verbonden zijn (geweest) met de Nederlande Vereniging voor Reumatologen. De klacht: In de uiting, waarin valse beloftes worden gedaan, worden de namen van klaagster en twee van haar collega-reumatologen genoemd, hoewel zij daarvan niet op de hoogte zijn gesteld en daarvoor zeker geen toestemming hebben gegeven. De foto’s in de uiting zijn niet van de genoemde personen. Klaagster stelt dat de namen van haar en haar collega’s alsmede de uitspraken die zij zogenaamd zouden hebben gedaan uit de uiting moeten worden verwijderd. Dat geldt ook voor de naam van de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie (NVR), waarvan klaagster vicevoorzitter is.

Het oordeel van de Commissie

1. In de uiting wordt BeezMax crème onder meer aangeprezen als “innovatieve remedie”, waarmee “elke aandoening van de gewrichten of wervels kan worden behandeld”, die “de pijn elimineert en tegelijkertijd gezonde gewrichten bevordert” als gevolg waarvan “een patiënt een volledig gezond persoon wordt”. De beweringen dat BeezMax de beschreven werking heeft, worden in de uiting toegeschreven aan twee bij naam genoemde Nederlandse reumatologen, onder wie klaagster, terwijl van een derde genoemde Nederlandse reumatoloog wordt gezegd dat zij als “voormalige voorzitter van de Vereniging voor Reumatologie”  eerdere toelating van BeezMax in Nederland uit persoonlijke (zakelijke) motieven heeft tegengehouden.

2. Klaagster ontkent dat zij en/of haar twee collega-reumatologen de aan hen toegeschreven uitspraken hebben gedaan of toestemming hebben gegeven voor het in de uiting opnemen van hun namen. Ook de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie, waarvan klaagster vicevoorzitter is, mag volgens haar niet in de uiting worden genoemd.

3. De Commissie acht aannemelijk geworden dat de in de uiting weergegeven mededelingen en uitspraken over het product BeezMax niet daadwerkelijk afkomstig zijn van de drie met naam en toenaam genoemde reumatologen. In de eerste plaats geldt dat adverteerder de stellingen van klaagster niet heeft weersproken. Verder heeft de Commissie ambtshalve geconstateerd dat op de in de uiting opgenomen foto’s niet de genoemde reumatologen zijn afgebeeld, hoewel in de uiting wel die indruk wordt gewekt. Voorts heeft de Commissie ambtshalve geconstateerd dat de uiting met dezelfde inhoud – tekst en foto’s – ook in het Italiaans is gepubliceerd, waarbij alleen de namen van de Nederlandse reumatologen zijn vervangen door Italiaanse namen, van wie er twee waren of zijn verbonden aan de “associazione dei reumatologi”.

4. Door in de uiting in strijd met de waarheid de indruk te wekken dat het product BeezMax als effectief middel bij elke aandoening van de wervels en de gewrichten wordt aangeprezen door reumatologen en de (Nederlandse) Vereniging voor Reumatologie, heeft adverteerder gehandeld in strijd met de vereisten van professionele toewijding. Deze handelwijze zal het economische gedrag van de gemiddelde consument op wie de reclame is gericht ernstig (kunnen) verstoren. Het is immers aannemelijk dat de consument die op zoek is naar een werkzaam middel door de suggestie dat de reumatologen achter het product BeezMax en de daaraan toegeschreven werking staan, ertoe wordt gebracht het product aan te schaffen. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de bestreden uiting oneerlijk is in de zin van artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). In de ernst van de overtreding van de NRC ziet de Commissie bovendien aanleiding om haar uitspraak door middel van een Alert onder de aandacht te brengen van een breed publiek.

5. Op grond van het voorgaande wordt als volgt beslist.

De beslissing

De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken en zal deze beslissing als Alert laten verspreiden.

RB 3086

Aanbeveling met ALERT omdat Bebo Parket prijzen exclusief BTW blijft vermelden

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 11 dec 2017, RB 3086; Dossiernr. 2017/00833 (Bebo Parket), http://www.reclameboek.nl/artikelen/aanbeveling-met-alert-omdat-bebo-parket-prijzen-exclusief-btw-blijft-vermelden

RCC 11 december 2017, RB 3086; Dossiernr. 2017/00833 (Bebo Parket) Aanbeveling. Tijdschrift. Het betreft een advertentie van Bebo Parket in het dagblad De Telegraaf. De klacht In Nederland moet worden geadverteerd met prijzen inclusief BTW en moet het duidelijk worden aangegeven als het prijzen exclusief BTW zijn en dat is in de uiting niet het geval, aldus klager. Gezien het kleine lettertype, zeker in verhouding met de ‘koeienletters’ van de overige teksten in de advertentie, moet de vermelding “excl. BTW” met een loep bekeken worden en staat ook nog eens helemaal onderaan de pagina waardoor deze bijna van de pagina “af valt”, aldus klager.

RB 2421

Agressieve reclame Dr. Kramer

Voorz. RCC 21 mei 2015, RB 2421; dossiernr. 2015/00311 (Dr. Kramer talisman)
Aanbeveling met Alert. Bijzondere Reclamecode Brievenbussampling. Dr. Kramer Agressieve reclame / talisman voor ontvangen geldbedragen / alleen postbusnummer in brievenbusreclame vermeld. Klaagster stelt dat zij tegen haar wil per week 2 à 3 van dergelijke brieven ontvangt van Dr. Kramer en andere adverteerders. Zij heeft ook tegen de van andere adverteerders afkomstige uitingen een klacht ingediend (bij de Commissie bekend onder de dossiernummers 2015/00292, 2015/00310 en 2015/00312). Zij wil dat de toezending van deze uitingen stopt, maar weet niet hoe zij dit kan bereiken. In de in dossier 2015/00292 ingediende klacht, die in de onderhavige klacht wordt genoemd, stelt klaagster dat ze 72 jaar is en er “weleens in [is] getrapt, het gaat ze alleen maar om die 45 euro”.

II. In de uiting wordt voorts meegedeeld dat adverteerder klaagster na ontvangst van haar antwoord “een klein voorwerp” zal toezenden, dat voor haar “een onuitputtelijke bron van geld” zal zijn en waardoor zij “steeds opnieuw mooie geldbedragen ontvangen” zal. De Commissie neemt aan dat adverteerder hierbij doelt op bij kansspelen te winnen geldprijzen.
Krachtens artikel 8.5 in combinatie met punt 15 van Bijlage 1 bij de NRC betreft het beweren dat producten het winnen bij kansspelen kunnen vergemakkelijken onder alle omstandigheden misleidende reclame. Daardoor is de uiting ook op dit punt oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

III. De bestreden uiting betreft geadresseerde reclame die via de brievenbus is verspreid. Op deze reclame is, naast de algemene bepalingen van de NRC, de Code Brievenbusreclame, huissampling en direct response advertising (CBR) van toepassing. Krachtens artikel 2 CBR dient de opdrachtgever zich in brievenbusreclame zodanig te identificeren, dat hij gemakkelijk kenbaar en daadwerkelijk bereikbaar is voor de ontvanger. Daartoe moeten naam en adres van de opdrachtgever worden vermeld en kan niet worden volstaan met de vermelding van het postbusnummer. Nu in de onderhavige uiting het adres van adverteerder ontbreekt en slechts een postbusnummer is vermeld, is de uiting in strijd met artikel 2 CBR.

IV. In de uiting wordt druk uitgeoefend op de geadresseerde om snel te reageren om niet de uitbetaling van de twee geldbedragen mis te lopen. In deze omstandigheid en in de ernst van de geconstateerde overtredingen van de toepasselijke regelgeving ziet de Commissie aanleiding om de uitspraak als Alert te verspreiden. Hierdoor wordt de uitspraak onder de aandacht gebracht van een breed publiek.
RB 2412

Agressieve en misleidende reclame vermeldt slechts een postbusadres

RCC 21 mei 2015, RB 2412, dossiernr. 2015/00311 (Dr. Kramer)
Mailbox FullAanbeveling met ALERT.  De uiting: Het betreft een aan klaagster gerichte brief van adverteerder, met daarbij gevoegd een “beëdigde copie” van een op klaagsters naam gestelde “Mededeling van de afdeling prijsuitbesteding” aan “de bevestigde winnaar ‘Prijs van grote waarde’”, een eveneens op klaagsters naam gestelde “Laatste verwittiging voor de uitbesteding van de prijs, Saldobedrag van € 36.442,21 te uwer gunste!”, een “Dringende aanvraag van de prijs voor [naam klaagster] Saldobedrag van € 36.442,21 te uwer gunste!” en een “Bevestiging van de aanname van het bedrag van € 1.150,00.”  De klacht: Klaagster stelt dat zij tegen haar wil per week 2 à 3 van dergelijke brieven ontvangt van Dr. Kramer en andere adverteerders.

Zij heeft ook tegen de van andere adverteerders afkomstige uitingen een klacht ingediend (bij de Commissie bekend onder de dossiernummers 2015/00292, 2015/00310 en 2015/00312). Zij wil dat de toezending van deze uitingen stopt, maar weet niet hoe zij dit kan bereiken. In de in dossier 2015/00292 ingediende klacht, die in de onderhavige klacht wordt genoemd, stelt klaagster dat ze 72 jaar is en er “weleens in [is] getrapt, het gaat ze alleen maar om die 45 euro”.

Het oordeel:

I. In zowel de brief als de bijlagen wordt naar het oordeel van de Commissie de stellige indruk gewekt dat klaagster - door snel te reageren - twee geldprijzen, van respectievelijk € 1.150,- en € 36.442,21, zal ontvangen.

Zo staat in de brief aan klaagster:

“Het bedrag van 1.150,00 Euro is reeds voor u vrijgemaakt en komt u definitief toe, Mevrouw [naam klaagster]! Dit is geen grap en geen kunstje!” en

“Het bedrag van 1.150,00 Euro komt u nog steeds toe! U hoeft het enkel op te vragen” en

“U kunt bovendien het tweede bedrag van 36.442,21 Euro aanvragen!” en “wij hebben besloten, dat u de begunstigde van het saldobedrag van 36.442,21 Euro zult zijn. Een tweede bedrag komt u aldus toe!” en

“Van zodra u mij de dringende aanvraag toegezonden heeft, kunt u ook het tweede bedrag van 36.442,21 Euro opvragen en op uw bankrekening ontvangen.”

In de “beëdigde copie” van de “Mededeling van de afdeling prijsuitbesteding” wordt klaagster aangeduid als “de bevestigde winnaar ‘Prijs van grote waarde’” en “de geïdentificeerde en rechtsgeldige winnaar” van het bedrag van € 1.150,-.

In de op klaagsters naam gestelde “Laatste verwittiging voor de uitbesteding van de prijs” wordt klaagster verschillende malen als “winnares” van het bedrag van € 36.442,21 aangeduid. Voorts wordt gezegd “dat dit document geldt als onherroepelijke bevestiging van de winnares. De winnares zal navolgend op zijn aanvraag het bedrag van *** € 36.442,21*** binnen de 48 uur per aanschrijven met ontvangstbevestiging ontvangen”, en wordt meegedeeld dat klaagster “een aanvraagtermijn van 10 dagen na ontvangst van deze brief [heeft] om de prijs op te vragen”.

Blijkens de “Dringende aanvraag van de prijs” dient klaagster voor de “gegarandeerde overmaking van € 36.442,21” en het in ontvangst kunnen nemen van dit bedrag slechts aan te kruisen dat zij het vrijgemaakte bedrag zo snel mogelijk wil ontvangen, de “zegel voor de toebedeling van het saldobedrag van € 36.442,21” heeft opgeplakt en binnen de “aanbevolen termijn” van 10 dagen heeft geantwoord en wenst “GRATIS van de bevoorrechte behandeling van mijn uitbetaling te profiteren.”

Door de hiervoor aangehaalde inhoud van de brief en de bijlagen wordt de indruk gewekt dat klaagster door binnen tien dagen te reageren de genoemde geldprijzen zal ontvangen.

De Commissie acht het – mede gelet op het ontbreken van een reactie van adverteerder – niet onaannemelijk dat de door de uiting gewekte indruk dat klaagster definitief winnaar is van de twee genoemde geldbedragen niet strookt met de werkelijkheid. Voorts blijkt uit de “bevestiging van de aanname van het bedrag van € 1.150,00” dat klaagster, “om het bedrag van € 1.150,00, dat mij met 100% zekerheid toekomt, zo snel mogelijk GRATIS te ontvangen” niet kan volstaan met het tijdig reageren, maar dat bij dat antwoord “een bijdrage van € 40” verschuldigd is voor een verzekerde overschrijving van het geld en een talisman. Voor het met voorrang behandelen van het antwoord wordt € 5,- extra in rekening gebracht. Het totaalbedrag van € 40,- of € 45,- is bij “vooruitbetaling aan Dr. Kramer” verschuldigd.

Gelet op het voorgaande dient de onderhavige wijze van reclame maken aangemerkt te worden als agressieve reclame als bedoeld in artikel 14.2 en in de aanhef en onder 2 van Bijlage 2 bij de Nederlandse Reclame Code (NRC), waarin is bepaald dat sprake is van onder alle omstandigheden agressieve reclame in het volgende geval: De bedrieglijke indruk wekken dat de consument al een prijs heeft gewonnen of zal winnen dan wel door een bepaalde handeling te verrichten een prijs zal winnen of een ander soortgelijk voordeel zal behalen, als er in feite: geen sprake is van een prijs of een ander soortgelijk voordeel, dan wel als het ondernemen van stappen om in aanmerking te komen voor de prijs of voor een ander soortgelijk voordeel afhankelijk is van de betaling van een bedrag door de consument of indien daaraan voor hem kosten zijn verbonden.

Nu sprake is van agressieve reclame, is de uiting ook oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

II. In de uiting wordt voorts meegedeeld dat adverteerder klaagster na ontvangst van haar antwoord “een klein voorwerp” zal toezenden, dat voor haar “een onuitputtelijke bron van geld” zal zijn en waardoor zij “steeds opnieuw mooie geldbedragen ontvangen” zal. De Commissie neemt aan dat adverteerder hierbij doelt op bij kansspelen te winnen geldprijzen.

Krachtens artikel 8.5 in combinatie met punt 15 van Bijlage 1 bij de NRC betreft het beweren dat producten het winnen bij kansspelen kunnen vergemakkelijken onder alle omstandigheden misleidende reclame. Daardoor is de uiting ook op dit punt oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

III. De bestreden uiting betreft geadresseerde reclame die via de brievenbus is verspreid. Op deze reclame is, naast de algemene bepalingen van de NRC, de Code Brievenbusreclame, huissampling en direct response advertising (CBR) van toepassing. Krachtens artikel 2 CBR dient de opdrachtgever zich in brievenbusreclame zodanig te identificeren, dat hij gemakkelijk kenbaar en daadwerkelijk bereikbaar is voor de ontvanger. Daartoe moeten naam en adres van de opdrachtgever worden vermeld en kan niet worden volstaan met de vermelding van het postbusnummer. Nu in de onderhavige uiting het adres van adverteerder ontbreekt en slechts een postbusnummer is vermeld, is de uiting in strijd met artikel 2 CBR.

IV. In de uiting wordt druk uitgeoefend op de geadresseerde om snel te reageren om niet de uitbetaling van de twee geldbedragen mis te lopen. In deze omstandigheid en in de ernst van de geconstateerde overtredingen van de toepasselijke regelgeving ziet de Commissie aanleiding om de uitspraak als Alert te verspreiden. Hierdoor wordt de uitspraak onder de aandacht gebracht van een breed publiek.
RB 2120

Bol van misleidende definitieve prijzen

RCC 11 maart 2014, dossiernr. 2014/00121 (prijs-express-aanvraagbewijs)
Agressieve reclame. Aanbeveling met Alert. Art. 14.2 bijlage 2 NRC, 7 NRC.   De uiting staat bol van misleidende “definitieve” prijzen, waardoor de suggestie wordt gewekt dat de geadresseerde een prijs heeft gewonnen. De tekst is zo opgesteld dat adverteerder achteraf, na ontvangst van een bijdrage van € 40,-, kan stellen dat er niets wordt uitgekeerd. Op ontoelaatbare wijze wordt misbruik gemaakt van “achteloze” lezers.

In een schijnbaar handgeschreven brief met daarbij een op naam van de klaagster gesteld ‘definitief prijscertificaat’, wekt adverteerder Baroness de Rothman de indruk dat de geadresseerde twee grote geldbedragen toegezonden zal krijgen. Enkel door het ‘beslist vandaag nog’ te antwoorden, het inzenden van enkele ‘certificaten’ en, zo blijkt, het betalen van een ‘bijdrage’ van 40 euro, zal zij de geldbedragen ontvangen.

Mede door het ontbreken van een reactie van adverteerder Baroness de Rothman acht de Commissie het niet onaannemelijk dat de in de brief gewekte indruk niet strookt met de werkelijkheid, en zij beschouwt deze wijze van reclame maken als agressieve en oneerlijke reclame. In de brief wordt tevens een ‘rijkdomstalisman’ beloofd die een ‘onuitputtelijke geldbron’ voor de geadresseerde zal zijn. Beweren dat producten het winnen van kansspelen vergemakkelijken is voorts misleidende reclame in de zin van de Nederlandse Reclame Code.

I. De Commissie acht het – mede gelet op het ontbreken van een reactie van adverteerder – niet onaannemelijk dat de door de uiting gewekte indruk dat klaagster definitief winnaar is van de twee genoemde geldbedragen niet strookt met de werkelijkheid. Voorts blijkt uit het “aannamecertificaat” dat niet kan worden volstaan met het insturen van de betreffende certificaten, maar dat een “bescheiden bijdrage van slechts 35 Euro” moet worden toegevoegd, “plus 5 Euro voor de veilige verzending, dus een totaal van 40 Euro”, welke “bijdrage onderdeel [is] van de onkosten voor de verwerking- en verzendingskosten”.

II. In de uiting wordt voorts meegedeeld dat adverteerder klaagster een “zeer bijzonder voorwerp [zal] schenken, dat u zal helpen regelmatig geld te winnen” c.q. een “magische rijkdomstalisman”, die voor klaagster “een onuitputtelijke geldbron” zal zijn. Krachtens artikel 8.5 in combinatie met punt 15 van Bijlage 1 bij de NRC betreft het beweren dat producten het winnen bij kansspelen kunnen vergemakkelijken onder alle omstandigheden misleidende reclame. Daardoor is de uiting ook op dit punt oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

III. In de uiting wordt in tekst en lettertype de indruk gewekt dat sprake is van een handgeschreven brief, hetgeen naar het oordeel van de Commissie het vermoeden rechtvaardigt dat de uiting met name op ouderen gericht is. Bovendien wordt in de uiting druk uitgeoefend op de geadresseerde om snel te reageren. In deze omstandigheden en in de ernst van de overtredingen van de NRC ziet de Commissie aanleiding om de uitspraak als Alert te verspreiden en aldus onder de aandacht te brengen van een breed publiek.
RB 1992

€ 118,- prijsverhoging tijdens boekingsproces vlucht en hotel

CVB 13 november 2013, dossiernr 2013/00465
Plane Spotting at ORDAlert. Aanbeveling. Het betreft een boekingsmodule op de website van adverteerder met betrekking tot een vlucht en hotel bij een reis van Amsterdam naar Philipsburg, Sint Maarten.
De klacht - Klager boekte op 28 mei 2013 een reis (vlucht en hotel) naar Sint Maarten. Bij aanvang van de boeking werd een “Pakket prijs” van Totaal” € 2.966,14 vermeld. Tijdens het boeken is dit bedrag 3 maal verhoogd, de laatste keer zelfs nadat klager zijn Visagegevens had ingevuld en op enter had gedrukt. Blijkens de “Reisbevestiging” bedroeg de prijs in “Totaal”: € 3.026,18. Klager beschikt niet over screenshots van elke wijziging. Hij gaat er immers niet van uit dat prijzen wijzigen nadat men gestart is met boeken. Toen klager een rekening van Visa ontving, bleek dat ook nog € 58,- in rekening werd gebracht voor “www.schiphol.nl internet nl”. In totaal diende klager € 118,- meer te betalen dan waarop hij rekende toen hij boekte. Volgens adverteerder staat in de voorwaarden dat wordt gewerkt met liveprijzen. Klager vindt het geen probleem dat prijzen fluctueren, maar kan zich niet vinden in het feit dat prijzen nog veranderen, nadat men met de boeking is begonnen. 

Het oordeel van het College

Ten aanzien van grief 1
1. Met grief 1 stelt appellante de vraag aan de orde welke eisen aan de motivering van de inleidende klacht dienen te worden gesteld en welke stukken in dat kader dienen te worden overgelegd. Het College verwijst in dit verband naar artikel 15 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Uit dit artikel volgt dat een klacht gemotiveerd dient te zijn, dat wil zeggen voldoende duidelijk en voldoende onderbouwd. Bij de vraag of aan deze eisen is voldaan, dient rekening te worden gehouden met het feit dat sprake is van een laagdrempelige procedure.

2. Het College acht de klacht, gelet op de aan een laagdrempelige procedure als de onderhavige te stellen eisen, voldoende duidelijk en voldoende onderbouwd. Geïntimeerde maakt, voor zover in beroep van belang, in de kern bezwaar tegen het feit dat tijdens het boeken de prijs is verhoogd. Ter onderbouwing hiervan heeft geïntimeerde stukken overgelegd die het aannemelijk maken dat de prijs bij aanvang van het boeken € 2.966,14 bedroeg terwijl op het moment dat de boeking werd afgerond en hij de “Reisbevestiging” ontving dezelfde reis € 3.026,18 kostte. Niet valt in te zien dat geïntimeerde aldus zijn klacht onvoldoende gemotiveerd zou hebben.

3. Volgens de eigen stellingen van appellante is een prijsverhoging tijdens het boekingsproces in beginsel mogelijk. Blijkbaar is geïntimeerde hiermee geconfronteerd. Het College volstaat met deze constatering. Of sprake is geweest van in totaal drie prijsverhogingen tijdens het boeken, zoals geïntimeerde stelt, of hooguit één, acht het College voor de beoordeling niet relevant. Het College zal daarom uitgaan van de situatie dat geïntimeerde tijdens het boeken met één prijsstijging is geconfronteerd. Grief 1 treft op grond van het voorgaande geen doel.

Ten aanzien van de grieven 2 en 3
4. Deze grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Het College zal daarbij uitgaan van hetgeen appellante stelt over het live-boekingssysteem waaraan de uiting die als bijlage 1 aan de beslissing van de Commissie is gehecht, blijkbaar is gekoppeld. Het systeem van appellante werkt op basis van een indeling in categorieën met daaraan gekoppelde prijzen. Hierbij wordt begonnen met de laagste (voordeligste) categorie. Indien die categorie is volgeboekt, komt de klant automatisch in de volgende (duurdere) categorie terecht. De mogelijkheid bestaat dat men, zoals kennelijk ten aanzien van geïntimeerde het geval was, bij de aanvang van de boeking een bepaalde prijs ziet en dat nog tijdens het boeken deze prijs wordt verhoogd doordat een bepaalde categorie is volgeboekt en men daardoor in een duurdere categorie belandt. Bij geïntimeerde bleek dit laatste impliciet uit het feit dat in de Reisbevestiging een hogere prijs stond dan genoemd bij de aanvang van het boekingsproces.

5. Appellante stelt dat de kans dat een categorie tijdens het boeken volgeboekt raakt groter is naarmate het boekingsproces langer duurt. Ter vergadering is echter gebleken dat appellante deze kans reeds reëel acht bij een boekingsduur van in totaal 10 minuten. Het College acht een dergelijke duur niet ongebruikelijk lang. Daarnaast is van belang dat in het onderhavige geval geen sprake is van een boeking die het hoogseizoen betrof. De boeking had kennelijk evenmin betrekking op een massabestemming of een aanbieding. Desalniettemin kan, zoals is gebleken, zelfs in die situatie al sprake zijn van het optreden van een prijsstijging als gevolg van het feit dat een bepaalde categorie niet meer beschikbaar blijft tijdens het boeken. Van een “incident”, zoals aan de orde was in de procedure die bekend is onder dossiernummer 2009/00928, is op grond van het voorgaande geen sprake.

6. In de beleving van de gemiddelde consument, die niet bekend kan worden geacht met het feit welke consequenties het systeem van appellante voor hem kan hebben, betekent de indeling in een duurdere categorie tijdens het boeken een onverwachte en onverklaarbare prijsverhoging. In de uiting wordt niet op de mogelijkheid van een prijsverandering gewezen. Nu uit het voorgaande volgt dat er een niet te verwaarlozen kans is dat de consument tijdens het boeken met een prijsverhoging wordt geconfronteerd, acht het College het uit het oogpunt van de verplichting voor een aanbieder tot het hanteren van duidelijke prijzen als bedoeld onder IV sub 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen, noodzakelijk dat appellante de consument bij de aanvang van het boekingsproces informeert over de mogelijkheid dat de getoonde prijs tijdens het boeken nog kan wijzigen.

7. Appellante kan in dit verband er niet mee volstaan om bedoelde informatie uitsluitend in haar algemene voorwaarden (de spreekwoordelijke kleine lettertjes) onder te brengen. Deze informatie is zo belangrijk dat zij op duidelijke wijze in de uiting zelf behoort te worden vermeld. Veel mensen nemen bovendien niet de moeite algemene voorwaarden te lezen en daardoor ontgaat hun die informatie. Er komt bij dat de consument die bij appellante boekt, pas aan het einde van het boekingsproces op de algemene voorwaarden wordt gewezen. Dit is te laat voor consumenten die op dat moment reeds tot een transactie hebben besloten. Voor zover Appellante zich in dit kader nog beroept op de beslissingen in de dossiers 2009/00928 en 2013/00298 volstaat het College met op te merken dat die zaken een wezenlijk andere situatie aan de orde was. De grieven treffen op grond van het voorgaande geen doel.

8. Appellante stelt dat een aanbeveling haar in een ongelijke marktpositie zal brengen. Indien het juist is dat, zoals appellante stelt, alle andere aanbieders bij het gebruik van hetzelfde systeem evenmin informatie geven over de mogelijkheid van een tussentijdse prijswijziging, is het van belang dat de onderhavige beslissing ook onder de aandacht van die aanbieders wordt gebracht. Het College zal om die reden als volgt gebruik maken van zijn bevoegdheid als bedoeld in artikel 17 lid 1 aanhef en onder in verbinding met artikel 27 van het Reglement van de Reclame Code Commissie en het College van beroep. Het College zal deze beslissing onder de aandacht brengen van een breed publiek zonder verwijzing naar appellante.

 

De beslissing
Het College bevestigt de beslissing van de Commissie en brengt deze beslissing onder de aandacht van een breed publiek zonder verwijzing naar appellante.
Regeling: RRA IV. sub 1.

RB 1990

Misleiding omtrent prijs verplichte excursies bij gewonnen reis

RCC 25 oktober 2013, dossiernr. 2013/00738 (Phonix reizen)
ALERT! Reizen. Prijsaanduiding. Het betreft de aan klagers schoonmoeder geadresseerde reclame-uiting waarin onder meer staat: “In de najaarsverloting is uw deelnemerskaart getrokken. U wint …..4 dagen “Rijn/Moezel” ter waarde van € 249,- (incl.ontbijt)
-GRATIS- voor 2 pers. in een 2 pers.kamer
of naar keuze 5 dagen “Bohemen/Tsjechië” ter waarde van € 249,- (incl. ontbijt)
-GRATIS- voor 2 pers. in een 2 pers.kamer” (…)
“Als u zelf geen gebruik maakt van deze reis, kunt u deze reis ook aan een andere reisgenieter doorgeven!
Voor alle administratieve werkzaamheden, plaatsreservering, (…) enz. enz. brengen wij voor dit alles maar een speciale prijs van € 59,90 per persoon in rekening.”
De klacht - De prijs van € 59,90 p.p. blijkt exclusief BTW te zijn. Dit staat niet in de uiting, maar alleen in de op de achterzijde van de uiting staande Algemene Reisvoorwaarden. Voorts staat op de achterzijde in kleine lettertjes dat deelname aan de reis verplichte deelname aan de excursies inhoudt. Na voldoening van de administratiekosten werd aan klager meegedeeld dat voor de verplichte excursies minimaal € 100,- p.p. moet worden betaald. Dit bedrag wordt in de uiting niet genoemd. Klager acht deze wijze van reclame maken in strijd met de artikelen 5, 7 ,8.2 ,8.3 , 8.4 en met de bij artikel 8.5 behorende bijlage 1 onder 19 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) en met het bepaalde onder III artikel 1 van de Reclamecode Reisaanbiedingen (RR).

Het oordeel van de Commissie
Allereerst overweegt de Commissie dat zij uitsluitend oordeelt over de door klager overgelegde reclame-uiting en dat de door adverteerder inmiddels gewijzigde uiting in deze zaak buiten beschouwing zal blijven.

Met betrekking tot het in de uiting genoemde bedrag ter zake van onder meer de administratiekosten ad € 59,90 overweegt de Commissie dat het op grond van artikel 38 van de Wet op de Omzetbelas¬ting 1968 de ondernemer verboden is aan anderen dan ondernemers en publiekrechtelijke lichamen goederen en diensten aan te bieden tegen prijzen met zodanige aanduidingen dat de omzetbelasting niet in de prijzen zou zijn begrepen. Dit verbod heeft een ruime strekking en omvat ook prijzen die in reclame-uitingen worden genoemd. De Commissie verwijst voorts naar artikel 8.4 van de Nederlandse Reclame Code, waarin ten aanzien van de uitnodiging tot aankoop, waarvan in het onderhavige geval sprake is, is bepaald dat prijzen “inclusief belastingen” dienen te worden genoemd. Aangezien de uiting op particulieren is gericht, had het ter zake van de administratiekosten verschuldigde bedrag inclusief BTW vermeld moeten worden. Nu adverteerder dit heeft nagelaten, voldoet de uiting niet aan de eis van artikel 2 NRC dat reclame in overeenstemming met de wet dient te zijn.

Met betrekking tot de verplichte deelname aan excursies overweegt de Commissie dat, nu daarvan uitsluitend melding wordt gemaakt in de in kleine lettertjes op de achterzijde van de uiting staande Algemene Reisvoorwaarden, deze verplichting niet duidelijk in de uiting is vermeld. Potentiële deelnemers zullen hierdoor op het verkeerde been worden gezet. Voorts staat niet in de uiting dat deze verplichte excursies minimaal € 100,- per persoon kosten.

Aldus is sprake van voor de gemiddelde consument onduidelijke reclame als bedoeld in artikel 8.2 aanhef NRC die de gemiddelde consument ertoe kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat hij anders niet had genomen. Tevens is, nu de prijs van de verplichte excursies niet in de uiting staat, sprake van het verborgen houden van essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een besluit over een transactie te nemen als bedoeld in artikel 8.3 onder c van de NRC.

Voorts wordt de reis in de uiting “gratis” aangeboden, terwijl niet alleen de in de uiting vermelde administratie kosten betaald moeten worden maar ook betaald moet worden voor de verplichte excursies. Nu de consument iets anders moet betalen dan de onvermijdelijk kosten om aan de aangeboden “gratis” reis deel te kunnen nemen, is de reclame-uiting tevens in strijd met het bepaalde in bijlage 1 onder punt 19 behorende bij artikel 8.5 NRC.

Gelet op het vorenstaande is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

In de ernst van de overtreding van de NRC ziet de Commissie aanleiding om gebruik te maken van de haar in artikel 18 lid 4 van het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep gegeven bevoegdheid om de uitspraak als Alert te verspreiden en aldus onder de aandacht te brengen van een breed publiek.

 

De beslissing
Op grond van het vorenstaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met de artikelen 2 en 7 NRC en beveelt zij adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Voorts heeft de Commissie besloten om de uitspraak onder de aandacht van een breed publiek te brengen als bedoeld in artikel 18 lid 4 van het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep.

Regeling:    NRC (nieuw) art. 2 (wet)
NRC (nieuw) art. 8.5
NRC (nieuw) art. 8.4 onder c.
NRc (nieuw) art. 8.3 onder c.
NRC (nieuw) art. 8.2 aanhef
Bijlage 1. onder 19.

RB 1956

Spotje donorweek is in strijd met de goede smaak en nodeloos kwetsend

RCC 17 oktober 2013, dossiernr. 2013/00784D (Donorweek)
Vrijblijvend advies met ALERT. Het betreft een in de zendtijd van de Rijksoverheid uitgezonden televisiespot in het kader van de Donorweek 2013. In de spot is te zien hoe een op een landweg joggende man een spoorwegovergang nadert. Terwijl de rode overweglichten knipperen, de bel rinkelt, de slagbomen zich sluiten en met hoge snelheid een trein die toetert nadert, neemt hij een sprintje om nog net voor de trein langs de spoorweg over te steken. (...)
De klacht - Te zien is dat de triatleet, terwijl de spoorbomen naar beneden gaan en de lichten knipperen en de trein vervolgens toetert, snel onder de spoorbomen door rent, vlak voor de trein langs. Het spotje geeft een zeer slecht voorbeeld, door te suggereren dat als je maar hard genoeg rent, je nog net voor de trein langs kunt lopen. Dit gedrag moet juist worden voorkomen, omdat die inschatting heel vaak verkeerd afloopt. Dit leidt elk jaar tot veel ongevallen, met doden en zwaargewonden tot gevolg. Veel machinisten zullen gaan remmen om een aanrijding te voorkomen, maar het kan ook leiden tot gezondheidsklachten zoals posttraumatische stressstoornis, waardoor de machinist op de lange duur zijn/haar werk niet meer kan doen. 

Vervolg spot
Vervolgens rijdt de man op een racefiets door Amsterdam. Bij het naderen van een brug slalomt hij tussen wachtende auto’s door, negeert de bel ten teken dat de brug opengaat, en rijdt hij hard door. Omdat de brug dan al een stukje open is, komt hij met een sprongetje op het wegdek aan de andere kant terecht. Bij het passeren van een terras, roept één van de bezoekers hem toe: “Denk aan je hart!”, waarop de man glimlacht. Tenslotte rijdt hij met zijn fiets het water van het IJ in. Terwijl hij naar de overkant zwemt, wordt gezegd: “14 tot en met 20 oktober is het weer donorweek. Dan vragen we allemaal een ander om ook donor te worden”. Als de zwemmer de overkant heeft bereikt en het water heeft verlaten, zegt hij: “Ik ben [naam], triatleet met een donorhart. Ben jij al donor?” In beeld verschijnt de tekst: “JaofNee.nl”.

Het oordeel van de Commissie
In de bestreden spot, die deel uitmaakt van de overheidscampagne om donoren te werven, is een jonge man te zien, welke man - naar pas aan het eind van de spot blijkt - een donorhart heeft. Hij is bezig met een triatlon. Daarbij steekt hij vlak voor een aanstormende trein die toetert een spoorwegovergang over en rijdt hij op een racefiets over een brug die al opengaat. Blijkens het verweer is gekozen voor deze “risicovolle beelden” en een “spannend en prikkelend filmpje” om zoveel mogelijk - ook jonge - mensen aan te spreken en meer donorregistraties te verkrijgen. De Commissie is echter van oordeel dat de uiting - wat er zij van de goede intenties van zowel de campagne als de in de spot optredende triatleet - door de bovenbeschreven beelden in strijd is met de goede smaak en nodeloos kwetsend is als bedoeld in de artikelen 2 en 4 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). De Commissie overweegt daartoe het volgende.

Strijd met de goede smaak acht de Commissie aanwezig nu van de spot de suggestie uitgaat dat het “risicovolle” gedrag van de triatleet stoer is en een mens het uiterste uit zijn leven haalt als hij risico’s, die zijn leven in gevaar brengen, neemt.

Nodeloos kwetsend acht de Commissie de spot omdat zij, anders dan verweerder, van oordeel is dat de getoonde beelden niet als fictieve situaties herkenbaar zijn, maar dat sprake is van realistisch aandoende situaties. Het nog net voor een naderende trein oversteken, komt immers vaker voor en daartegen wordt ook regelmatig door de overheid gewaarschuwd. Daar waar de atleet de spoorwegovergang oversteekt op het moment dat de slagbomen sluiten en een trein met hoge snelheid nadert, wordt - ook door de geluiden - op realistische wijze een levensgevaarlijke situatie getoond. Het is algemeen bekend dat dergelijke situaties een schrikbeeld kunnen zijn voor veel machinisten en dat de beelden zowel bij hen als ook bij andere groeperingen in de samenleving die betrokken zijn (geweest) bij ongelukken op het spoor een schokeffect teweeg kunnen brengen. Van de overheid had verwacht mogen worden dat zij met dergelijke gevoelens rekening had gehouden. Gelet op het voorgaande acht de Commissie de uiting nodeloos kwetsend.

In de ernst van de overtreding van de NRC ziet de Commissie aanleiding om gebruik te maken van de haar in artikel 18 lid 4 van het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep gegeven bevoegdheid om de uitspraak als Alert te verspreiden en aldus onder de aandacht te brengen van een breed publiek.

De beslissing
Gelet op het vorenstaande acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met de artikelen 2 en 4 NRC. Zij geeft verweerder, die in dit geval reclame voor denkbeelden maakt, een zogenaamd vrijblijvend advies om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Voorts heeft de Commissie besloten om de uitspraak onder de aandacht van een breed publiek te brengen als bedoeld in artikel 18 lid 4 van het Reglement betreffende de Reclame Code Commissie en het College van Beroep.

Regeling:    NRC (nieuw) art. 4

NRC (nieuw) art. 2 (goede smaak en fatsoen)