RB 3010

Weergave gebruik koptelefoon in verkeer niet in strijd met wet, fatsoen of goede smaak

Storytel

RCC 2 oktober 2017, RB 3010; dossiernr. 2017/00548/F (Storytel). Afwijzing. Goede smaak en fatsoen. Het betreft een televisiecommercial voor Storytel. In de commercial is onder meer een vrouw te zien die via een app op haar smartphone een luisterboek ‘selecteert’. De vrouw staat op dat moment bij haar (langs een gracht geparkeerde) fiets. Vervolgens zet zij haar koptelefoon op en ‘start’ het luisterboek. In de volgende scène is te zien hoe de vrouw door een straat(je) rijdt met de koptelefoon op. De klacht: klager maakt bezwaar tegen de uiting omdat het nu al een “drama” is hoe fietsers met hun smartphone en dus met hun veiligheid (in het verkeer) omgaan. Adverteerder zou volgens hem niet het signaal moeten geven dat je prima op de fiets naar verhalen kunt luisteren.

Het oordeel van de Commissie
1. De Commissie vat de klacht aldus op dat klager bezwaar maakt tegen gebruik van een koptelefoon in het verkeer, en dat klager bezwaar maakt tegen de uiting omdat adverteerder daarin (direct of indirect) het gebruik van een smartphone op de fiets aanmoedigt.
2. Hoewel er volgens klager behoefte is aan een wettelijk verbod op het gebruik van ‘appen’ en/of het dragen van een koptelefoon op de fiets, is er op dit moment geen sprake van een dergelijke (wettelijke) bepaling en is er daarom in het onderhavige geval geen sprake van strijd met de wet. De Commissie zal de toelaatbaarheid van de uiting beoordelen aan de hand van de criteria ‘goede smaak en het fatsoen’. Bij de vraag of een reclame-uiting in strijd is met de goede smaak en het fatsoen beoordeelt de Commissie de gehele uiting en stelt zij zich terughoudend op, gelet op het subjectieve karakter van de cri­teria goede smaak en fatsoen. Met inachtneming van deze terughoudend­heid oordeelt de Commissie als volgt.
3. De Commissie is met de voorzitter van oordeel dat de boodschap van de commercial is dat men het luisterboek kan beluisteren ‘waar men maar wil’. Het luisteren op de fiets dient ter illustratie van die boodschap. De gemiddelde consument zal deze boodschap ook zo begrijpen en de uiting niet opvatten als een oproep of aanmoediging van adverteerder om met een koptelefoon op aan het verkeer deel te nemen.
4. Van een aanmoediging om een smartphone in het verkeer te gebruiken is volgens de Commissie evenmin sprake, alleen al omdat dit in de uiting niet getoond wordt.
In de commercial te zien is dat de vrouw haar luisterboek op haar smartphone selecteert en start op het moment dat zij naast haar geparkeerde fiets staat. In de scène waarin zij daadwerkelijk fietst met de koptelefoon op, heeft zij beide handen aan het stuur. In de commercial is met andere woorden niet te zien dat de vrouw in het verkeer op haar smartphone bezig is, waar een groot deel van klagers bezwaar op ziet, zoals uit het schriftelijke bezwaar en de mondelinge behandeling is gebleken.
5. Het bezwaar van klager dat adverteerder een dergelijk gebruik van koptelefoon en smartphone “niet moet willen” is volgens de Commissie onvoldoende om te oordelen dat adverteerder met deze uiting de grens van het toelaatbare heeft overschreden.

De Commissie bevestigt de beslissing van de voorzitter en wijst de klacht af.