RB 3150

Reclame voor lening om te beleggen in een klassieke auto is misleidend over eventuele waardedaling van de auto

RCC 31 mei 2018, RB 3150; Dossiernr. 2018/00281 (Autoweek) Aanbeveling (Misleiding). De bestreden uiting betreft een advertentie van Findio in Autoweek Classics. In de uiting staat onder meer: “Spaargeld brengt niet veel meer op, dus beleggen mensen in andere zaken om toch wat rendement uit hun geparkeerde geld te halen. Je kunt je geld ook in een klassieke auto stoppen. (…) Is het verstandig om er geld voor te lenen?”. Hieronder staat: Geld lenen voor een klassieker? En hoe zit het met een lening? Je moet je realiseren dat je daar rente over betaalt, dus de kans is niet erg groot dat je klassieker een groter rendement heeft dan de rente die je betaalt. Het hangt er ook van af hoeveel je leent en hoeveel eigen geld je hebt. Waar je dus wel van kunt uitgaan, is dat de waarde van de klassieker aan het eind van het contract gelijk is of zelfs hoger. Vanuit die optiek heb je veel plezier van je geleende geld. Om nog maar te zwijgen van het plezier dat het rijden in een monument uit een vervlogen tijd je biedt”. De klacht wordt als volgt samengevat. De claim “Waar je dus wel van kunt uitgaan, is dat de waarde van de klassieker aan het eind van het contract gelijk is of zelfs hoger” is in strijd met de waarheid als bedoeld in artikel 2 NRC. In het betreffende tijdschrift worden maandelijks trends van prijzen van klassiekers beschreven. Deze laten zowel stijgingen als dalingen zien. Bovenbedoelde onjuiste mededeling impliceert dat de hoofdsom van een lening door de waarde van de auto gedekt zal blijven. Hierdoor wordt een onjuist beeld van het risico gegeven. Dit kan een gemiddelde consument ertoe brengen een beslissing te nemen die hij anders niet had genomen.

Over de klacht tegen de mededeling “Waar je dus wel van kunt uitgaan, is dat de waarde van de klassieker aan het eind van het contract gelijk is of zelfs hoger” oordeelt de Commissie als volgt.

Deze mededeling kan gelezen worden als een antwoord op de vraag of het met oude auto’s net zo zal gaan als met antieke meubels of Friese staartklokken. Over die producten wordt gezegd:

“(..) een goed exemplaar behoudt zijn waarde of wordt zelfs meer waard. De vraag is of dat ook zo blijft. Ooit waren antieke meubels en Friese staartklokken razend populair en daardoor ook schreeuwend duur. En nu? Veel van dat oude spul is aan de straatstenen niet meer kwijt te raken.

Vervolgens komt de vraag:

“Zal dat met oude auto’s ooit ook zo gaan?”

De mededeling “Waar je dus wel vanuit kunt gaan is dat is dat de waarde van je klassieker aan het eind van het contract gelijk is of zelfs hoger” kan, zeker door het gebruik van het woord “dus”, worden gelezen als een antwoord op die vraag of het met de waarde van oude auto’s net zo zal gaan als met antieke meubels en Friese staartklokken. Verweerder heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat dat antwoord juist is.

Gelet op het bovenstaande acht de Commissie de mededeling “Waar je dus wel van kunt uitgaan, is dat de waarde van de klassieker aan het eind van het contract gelijk is of zelfs hoger” te absoluut, omdat door deze mededeling voor de gemiddelde consument onvoldoende duidelijk is dat rekening moet worden gehouden met het risico dat de waarde van een klassieker op enig moment, dus mogelijk ook gedurende de looptijd van een lening daalt. Gelet hierop acht de Commissie de uiting niet duidelijk als bedoeld in artikel 4:19 lid 2 van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en daardoor in strijd met de wet. Artikel 4:19 lid 2 Wft luidt:

“De door een financiële onderneming aan cliënten verstrekte of beschikbaar gestelde informatie, waaronder reclame-uitingen, ter zake van een financieel product, financiële dienst of nevendienst is correct, duidelijk en niet misleidend”.