RB 2889

NEE/JA-sticker weert reclamefolder Djoser: geen onderdeel van Volkskrant

CVB 31 mei 2017, RB 2889; Dossiernr. 2017/00109 - CVB (Reclamefolder Djoser) College bevestigt aanbeveling in strijd met art. 3.1 Code VOR. Bijzondere reclamecode. Uiting: Reclamefolder met reisaanbiedingen van Djoser is tezamen met Volkskrant bezorgd. Klacht: Klager heeft een NEE/JA-sticker op zijn brievenbus. Niettemin heeft klager op 17 december 2016 de reclamefolder met reisaanbiedingen van Djoser in de brievenbus ontvangen. De folder zat ingestoken in de Volkskrant, maar dit maakt de folder nog niet tot onderdeel van de krant, aldus klager. De folder was los bijgevoegd en was niet samen met de krant in cellofaan verpakt. Qua verschijningsvorm lijkt er geen enkele relatie tussen de folder en de krant. Er staat in de folder geen verwijzing naar de Volkskrant, en andersom evenmin. Klager heeft zich op 17 december 2016 per e-mail bij Djoser beklaagd over de bezorging van de folder, maar heeft daarop niet binnen de voorgeschreven vier weken een reactie van Djoser ontvangen.

Het oordeel van het College

1. Geïntimeerde maakt bezwaar tegen het gelijktijdig met de Volkskrant ontvangen van een ongeadresseerde folder van Djoser. In deze kleurrijke folder, die uit verschillende pagina’s bestaat, wordt uitvoerig ingegaan op reizen die Djoser aanbiedt en haar dienstverlening. De folder is afzonderlijk ingestoken in de Volkskrant. Beoordeeld dient te worden of de folder een geïntegreerd onderdeel is van de Volkskrant waarmee deze tegelijk werd bezorgd. Uitsluitend dan is sprake van een reclame-uiting die niet onder de Code VOR valt.

2. Hetgeen in dossier 2016/00733 is overwogen over het noodzakelijke verband tussen reclamedrukwerk en een huis-aan-huisblad, is hier van overeenkomstige toepassing. Ook in deze zaak geldt als maatstaf dat in woord en/of beeld duidelijk dient te zijn dat drukwerk en krant onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, derhalve één geheel zijn. Uitsluitend indien aan deze eis is voldaan, doet de bezorging van reclame bij de Volkskrant in brievenbussen van abonnees die zijn voorzien van een brievenbussticker in de zin van de Code VOR geen afbreuk aan de op deze wijze geuite mededeling dat men geen prijs stelt op ongeadresseerd reclamedrukwerk.

3. Het noodzakelijke verband tussen de Volkskrant en de folder van Djoser volgt niet reeds uit het gelijktijdig bezorgen van beide en het feit dat de folder is ingestoken in de Volkskrant. Deze aspecten zijn onvoldoende om te kunnen spreken van een bijlage bij de krant, in die zin dat folder en krant als één geheel zijn te beschouwen en krant en folder een geïntegreerd geheel zijn. Niet in geschil is verder dat de folder van Djoser sterk afwijkt van de Volkskrant waarmee deze tegelijk is bezorgd. De folder houdt optisch of anderszins geen verband met de Volkskrant. In de krant en de folder staat ook niet dat de folder een bijlage bij de Volkskrant is.

4. De abonnee, zoals geïntimeerde, die de krant thuisbezorgd krijgt, zal op grond van het voorgaande gemakkelijk de indruk krijgen dat de folder een losse reclamefolder is die geen verband houdt met zijn abonnement op de Volkskrant. Het College oor-deelt daarom dat de folder als op zichzelf staand ongeadresseerd reclamedrukwerk dient te worden beschouwd. Dergelijk drukwerk mag, zoals de Commissie ook heeft geoordeeld, op grond van artikel 3.1 Code VOR niet worden bezorgd in brievenbussen die, zoals in het geval van geïntimeerde, zijn voorzien van een Nee/Ja-sticker. Indien de Persgroep reclamebijlagen wil verspreiden bij de Volkskrant, dient zij ervoor te zorgen dat die uitingen voor de abonnees duidelijk herkenbaar zijn als bijlagen bij die krant, dat wil zeggen dat voor de abonnee duidelijk is dat deze worden verspreid als onderdeel van het abonnement. Aan deze eis is blijkens het voorgaande niet voldaan.

5. De grieven treffen op grond van het voorgaande geen doel, zodat wordt beslist als volgt.

De beslissing van het College van Beroep

Het College bevestigt de beslissing van de Commissie.