RB 2886

CVB: “Jesse zal gaan stikken” niet te schokkend

CVB 31 mei 2017 RB 2886; dossiernr. 2017/00116 - CVB (Billboardposter Metakids) Het College vernietigt bestreden beslissing. Subjectieve normen. Misleiding. Uiting: Het betreft de billboardposter waarop een kindergezicht is afgebeeld met daaroverheen, in gekerfde letters, de tekst: “Jesse zal gaan stikken”. Onderin de poster staan het logo van Metakids en de tekst: “Metabole ziekten maken kinderlevens kapot Tijd voor actie. Ga naar metakids.nl”. Klacht: Het bewust creëren van het angstbeeld dat het kind door verstikking om het leven gaat komen, is zeer verwerpelijk. In een Nederlands ziekenhuis gaat niemand dood door verstikking, maar toch is dat voor veel mensen een grote angst. Er wordt gemeen ingespeeld op irreële angst met als doel mensen te laten doneren, aldus klager.

 

1. Voor zover Metakids stelt dat de Commissie de klacht onjuist heeft geïnterpreteerd door deze aldus uit te leggen dat de klacht inhoudt dat de bestreden reclame-uiting misleidend is, geldt dat ter zitting duidelijk is geworden dat deze interpretatie juist is. Het standpunt van geïntimeerde komt immers erop neer dat sprake is van misleiding omdat niemand hoeft te stikken door metabole ziekten door de mogelijkheid van palliatieve zorg in ziekenhuizen. Het gedeelte van grief 2 dat uitgaat van een onjuiste uitleg van de klacht treft derhalve geen doel. Ten aanzien van de overige grieven overweegt het College als volgt, waarbij in verband met grief 1 eerst zal worden beoordeeld of sprake is van een aanprijzing die verband houdt met een commerciële activiteit van Metakids.

2. De onderhavige reclame-uiting toont een kindergezicht dat het publiek aankijkt waarbij de tekst “Jesse zal gaan stikken” op zodanige wijze op het gezicht is afgebeeld dat het enigszins lijkt alsof de letters in de huid zijn gekerfd. Verder staat in de uiting “Metabole ziekten maken kinderlevens kapot. Tijd voor actie. Ga naar metakids.nl”. Naar het oordeel van het College is duidelijk dat de uiting is bedoeld om de aandacht te vestigen op metabole ziekten die bij kinderen dodelijk kunnen zijn. Daarbij wordt meegedeeld dat het tijd is voor actie en wordt men opgeroepen de website van Metakids te bezoeken. De uiting als zodanig strekt blijkens het voorgaande tot aanprijzing van een ideëel doel en is niet (mede) commercieel van aard. Nu de uiting geen commerciële activiteit betreft en evenmin sprake is van handelen in het economische verkeer of mogelijke beïnvloeding van het economisch gedrag van de consument, is de regeling van misleidende reclame niet op de uiting van toepassing. Grief 1 treft doel voor zover deze (impliciet) uitgaat van de stelling dat de uiting ten onrechte is getoetst aan artikel 7 NRC en daarmee in strijd is geacht.

3. Metakids heeft op grond van de door haar overgelegde verklaringen van deskundigen en ouders voldoende aannemelijk gemaakt dat metabole ziekten bij kinderen tot overlijden als gevolg van (onder meer) respiratoire insufficiëntie kunnen leiden. Niet in geschil is dat dit door het publiek als (een vorm van) ‘stikken’ zal worden beschouwd. Dat het volgens geïntimeerde mogelijk is door middel van palliatieve zorg te voorkomen dat men daadwerkelijk overlijdt door stikken, neemt niet weg dat Metakids ‘stikken’ als doodsoorzaak bij metabole ziekten mag noemen en hiervoor aandacht mag vragen.

4. Op grond van het voorgaande kan niet worden gezegd dat Metakids zonder te rechtvaardigen redenen appelleert aan gevoelens van angst of dat de uiting nodeloos kwetsend is. De uiting maakt het publiek bekend met (de ernst van) metabole ziekten bij kinderen en roept op tot actie tegen die ziekten. Dat de reclame-uiting zeer indringend is doordat in verband met een kind dat Jesse wordt genoemd en dat het publiek aankijkt, wordt gezegd dat het zal gaan stikken, leidt niet tot het oordeel dat de uiting in strijd is met de geldende maatschappelijke opvattingen. Het publiek zal begrijpen dat ‘Jesse’ symbool staat voor kinderen die aan metabole ziekten lijden en die als gevolg daarvan kunnen ‘stikken’. Gelet op de boodschap van de uiting, het daarmee beoogde doel, de wijze waarop dit in de uiting is uitgewerkt, het medium en de verdere omstandigheden van openbaarmaking van de uiting alsmede de aan Metakids toekomende vrijheid van meningsuiting, is het College van oordeel dat de bestreden uiting niet te schokkend is en de grens van hetgeen maatschappelijk toelaatbaar is daardoor niet is overschreden.

De beslissing van het College van Beroep

Het College vernietigt de bestreden beslissing en wijst de klacht alsnog af