RB 3583

Advies AG aan Hoge Raad over limiet aan lengte civiele processtukken in hoger beroep

De in de procesreglementen van de gerechtshoven opgenomen regels dat civiele processtukken in hoger beroep niet langer mogen zijn dan 25 pagina’s zijn toelaatbaar, omdat zij gebaseerd kunnen worden op de eisen van een behoorlijke rechtspleging. Die regels zijn niet in strijd met het recht op toegang tot de rechter of met het beginsel van hoor en wederhoor. De regels mogen echter niet bepalen dat een processtuk dat langer is dan 25 pagina’s in zijn geheel wordt geweigerd. Voor zo’n ingrijpende sanctie is een wettelijke basis vereist, maar die is er niet. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) De Bock de Hoge Raad in haar conclusie van vrijdag.

Lees verder op Hoge Raad.nl.

RB 3582

Misleidende reclame inktcartridges

Rechtspraak (NL/EU) 15 dec 2021, RB 3582; (Digital Revolution tegen HP 2), http://www.reclameboek.nl/artikelen/misleidende-reclame-inktcartridges

Rechtbank Amsterdam 15 december 2021, IEF 20412, RB 3582; C/13/687259 / HA ZA 20-7049 (Digital Revolution tegen HP) HP is onderdeel van een wereldwijd technologiebedrijf dat onder meer inktcartridges fabriceert. HP brengt deze inktcartridges onder eigen naam op de markt. Digital Revolution exploiteert een webwinkel 123inkt.nl. Via deze webwinkel verkoopt zij HP-cartridges en huismerkcartridges. Beide partijen hebben teksten op hun website geplaatst die volgens de andere partij onder meer misleidend zijn. De rechter concludeert in conventie dat HP zich niet schuldig heeft gemaakt aan misleidende (vergelijkende) reclame en oneerlijke handelspraktijk. In reconventie wordt geoordeeld dat de mededelingen die Digital Revolution openbaar heeft gemaakt op onderdelen ongeoorloofd vergelijkend zijn en daarmee onrechtmatig tegenover HP. Aannemelijk is dat HP als gevolg van dit onrechtmatig handelen van Digital Revolution schade heeft geleden. Digital Revolution wordt veroordeeld die schade aan HP te vergoeden. Zie ook [IEF 20404] betreffende misleidende reclame van tonercartridges.

RB 3581

Bezwaren tegen terugbetalingsregeling afgewezen

Rechtspraak (NL/EU) 14 dec 2021, RB 3581; (Boehringer tegen AstraZeneca), http://www.reclameboek.nl/artikelen/bezwaren-tegen-terugbetalingsregeling-afgewezen

Vzr. Rechtbank Den Haag 14 december 2021, IEF 20405, RB 3581, LS&R 2008;C/09/619649 / KG ZA 21 /1010 (Boehringer tegen AstraZeneca) Kort geding. Zowel Boehringer als AstraZeneca brengt geneesmiddelen op de markt voor de behandeling van patiënten met diabetis mellitus type 2 (hierna: DM2). In deze zaak gaat het over de zogenoemde SGLT-2 remmers voor de behandeling van DM2. De bezwaren van Boehringer tegen de TBR (terugbetalingsregeling) van AstraZeneca zijn te onderscheiden in (i) bezwaren tegen de TBR als zodanig en (ii) bezwaren tegen de communicatie over de TBR. Aan bod komen, onder meer: de toelaatbaarheid van TBR-en in het kader van receptgeneesmiddelen in het algemeen; de toelaatbaarheid van TBR-en in het licht van de regels omtrent gunstbetoon; de relativiteit van de normen uit hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet inzake geneesmiddelenreclame; en de reikwijdte van de ‘algemene’ reclameregels vervat in de artikelen 6:193 en 6:194 BW. De vorderingen van Boehringer worden afgewezen.

RB 3580

Misleidende reclame tonercartridges

Rechtspraak (NL/EU) 15 dec 2021, RB 3580; (Digital Revolution tegen HP), http://www.reclameboek.nl/artikelen/misleidende-reclame-tonercartridges

Rechtbank Amsterdam 15 december 2021, IEF 20404; C/13/689643 / HA ZA20-930 (Digital Revolution tegen HP) HP is onderdeel van een wereldwijd technologiebedrijf dat onder meer tonercartridges fabriceert. HP brengt deze cartridges onder eigen naam op de markt. Digital Revolution exploiteert een webwinkel 123inkt.nl. Via deze webwinkel verkoopt zij HP-cartridges en huismerkcartridges die gebruikt kunnen worden in printers van HP. Beide partijen hebben teksten op hun website geplaatst die volgens de andere partij onder meer misleidend zijn. De rechter concludeert o.a. in conventie dat HP zich niet schuldig heeft gemaakt aan misleidende (vergelijkende) reclame en oneerlijke handelspraktijk. In reconventie wordt geoordeeld dat de mededelingen die Digital Revolution openbaar heeft gemaakt  op onderdelen ongeoorloofd vergelijkend zijn en daarmee onrechtmatig tegenover HP. Aannemelijk is dat HP als gevolg van dit onrechtmatig handelen van Digital Revolution schade heeft geleden.

RB 3578

Kansspelreclame toegestaan

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 17 nov 2021, RB 3578; (Holland Casino), http://www.reclameboek.nl/artikelen/kansspelreclame-toegestaan

SRC VAF 17 november 2021, RB 3578; Dossiernr: 2021/00484 (Holland Casino) Kansspel. Bijzondere reclamecode. De klacht betreft een televisiecommercial van Holland Casino die begint met beelden van een zakelijke bespreking en de door een voice-over gesproken mededeling: “Met Holland Casino online speel je poker nu ook op je telefoon”. Vervolgens is te zien dat een vrouw tijdens de bespreking een pokkerspel speelt op haar telefoon. Op het moment dat een nieuwe vrouwelijke CEO wordt voorgesteld, roept de vrouw die poker speelt: “Nee, geen vrouw”. De klacht houdt in dat het onacceptabel is dat reclame voor gokken is toegestaan en dat onmatige deelname tot voorbeeld wordt gesteld door de beelden van de vrouw die tijdens haar werk, ook tijdens een belangrijke vergadering, blijft deelnemen aan een online pokerspel op haar telefoon. De voorzitter oordeelt dat voor zover klager bezwaar maakt tegen het feit dat reclame wordt gemaakt voor een kansspel op afstand, dergelijke reclame is toegestaan binnen de kaders van de Reclamecode voor kansspelen. De televisiecommercial is bovendien uitgezonden op een tijdstip waarop dit is toegestaan, namelijk na 21.00 uur. Het feit dat de vrouw deelname aan een online kansspel boven het werkbelang en carrière stelt duidt inderdaad op een situatie van kansspelverslaving. Dit is echter onvoldoende om te oordelen dat de televisiecommercial in strijd met de regelgeving is. Daarvoor is noodzakelijk dat de reclame ook aanzet tot onmatige deelname. Aan deze eis is niet voldaan. De voorzitter wijst de klacht af.

RB 3577

Geen verwijzing naar de transgender- en travestiewereld

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 17 nov 2021, RB 3577; (Undiemeister ondergoed), http://www.reclameboek.nl/artikelen/geen-verwijzing-naar-de-transgender-en-travestiewereld

RCC VAF 17 november 2021, RB 3577; Dossiernr: 2021/00512 (Undiemeister ondergoed) Audiovisuele Mediadiensten. De klacht betreft een televisiecommercial van Undiemeister waarin te zien is hoe twee ambulancemedewerkers de broek openknippen van een man die naast een motorfiets op de grond ligt. Als zij zien dat de man een opvallende tangaslip draagt, moeten de ambulancemedewerkers lachen. Vervolgens wordt Undiemeister ondergoed aangeprezen. De klacht houdt in dat deze reclame stuitend is voor de “transgender en travestie wereld”. De voorzitter ziet in de beelden geen directe of indirecte verwijzing naar de “transgender en travestie wereld”. Een motorrijder met een tangaslip is niet per definitie een transgender of travestiet. De beelden zijn humoristisch bedoeld. Dat niet iedereen de televisiecommercial vanwege het soort humor zal waarderen, leidt in dit geval niet tot het oordeel dat sprake is van strijd met de goede smaak en het fatsoen als bedoeld in artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code. De klacht wordt afgewezen.

RB 3576

Vennootschap schuldig aan oneerlijke handelspraktijken

Nederland 24 nov 2021, RB 3576; ECLI:NL:RBMNE:2021:5725 (Eiseres tegen Hoch Capital LTD), http://www.reclameboek.nl/artikelen/vennootschap-schuldig-aan-oneerlijke-handelspraktijken

Rechtbank Midden-Nederland 24 november 2021, IEF 20397, IT 3748, RB 3576; ECLI:NL:RBMNE:2021:5725 (Eiseres tegen Hoch Capital LTD) Hoch Capital is een Cypriotische vennootschap, dat in Nederland Contracts for Difference (CFD’s) aanbiedt. Hoch Capital heeft zich naar het oordeel van de rechtbank schuldig gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken. Zij heeft op een misleidende manier geadverteerd over haar product door te doen alsof het ging om bitcoins. Daarnaast heeft zij in strijd met consumentenbeschermende maatregelen van de Europese toezichthouder op de financiële markten (ESMA) gehandeld door eiseres met onware mededelingen over te halen om een professionele cliënt te worden, waardoor het financiële risico voor eiseres verder toenam. Dit betekent dat eiseres alle CFD-transacties terecht heeft vernietigd op grond van artikel 6:193j lid 3 BW. De vennootschap wordt veroordeeld om alle bedragen die eiseres heeft ingelegd terug te betalen. 

RB 3571

Doosjevol is eigenlijk maar 65% vol

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 3 nov 2021, RB 3571; (Doosjevol blauwe bessen), http://www.reclameboek.nl/artikelen/doosjevol-is-eigenlijk-maar-65-vol

RCC CvB 3 november 2021, IEF 20363, RB 3571; 2021/00342 (Doosjevol blauwe bessen)  De klacht is gericht tegen de verpakking van “Doosjevol blauwe bessen” van het huismerk van Albert Heijn. Bij meting van twee exemplaren van het onderhavige product blijkt dat het doosje slechts voor 65% gevuld is. Om die reden acht geïntimeerde de vermelding “Doosjevol” misleidend. De Commissie heeft de klacht gegrond geacht omdat zowel op de voorzijde als de bovenzijde van het product: “Doosjevol blauwe bessen” staat, hierdoor wordt gesuggereerd en zal de gemiddelde consument ervan uitgaan dat het betreffende doosje “vol” is met blauwe bessen, temeer nu de verpakking ondoorzichtig is. De comissie oordeelt dat er sprake van misleidende voedselinformatie, waardoor de uiting oneerlijk is als bedoeld in artikel 7 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) en tevens in strijd is met artikel 7 lid 4 onder b van Verordening (EU) Nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, waardoor de uiting ook in strijd is met de wet als bedoeld in artikel 2 NRC. In appel komt Het College komt tot hetzelfde oordeel als de Commissie, er sprake is van misleidende voedselinformatie, waarbij de misleiding ziet op de hoeveelheid van het product. 

RB 3569

Uiting in strijd met Milieu Reclame Code

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 3 nov 2021, RB 3569; (Too Good to Go en Albert Heijn), http://www.reclameboek.nl/artikelen/uiting-in-strijd-met-milieu-reclame-code

RCC 3 november 2021, IEF 20335, RB  3569; Dossiernr: 2021/00432 (Too Good to Go en Albert Heijn) Buitenreclame. De klacht betreft een reclame-uiting op een digitaal scherm op het treinstation met de tekst “De #1 oplossing tegen klimaatverandering = minder voedsel verspillen”. De klacht houdt in dat de tekst onwaar is en ertoe kan leiden dat consumenten via de app van adverteerder 1 eten bestellen, terwijl ze dat wellicht niet hadden gedaan als niet op deze misleidende wijze reclame was gemaakt. Omdat de bestreden uiting refereert aan milieuaspecten wordt de uiting getoetst aan de Milieu Reclame Code (MRC). Volgens artikel 3 van de MRC moet de juistheid van een milieuclaim door de adverteerder aangetoond worden. De gemiddelde consument zal de reclame-uiting zo zou kunnen begrijpen dat het verspillen van voedsel op zich de nummer 1 oorzaak van klimaatverandering is.

RB 3568

Gerecht EU handhaaft miljardenboete Google

EU 10 nov 2021, RB 3568; ECLI:EU:T:2021:763 (Google Shopping), http://www.reclameboek.nl/artikelen/gerecht-eu-handhaaft-miljardenboete-google

Gerecht EU 10 november 2021, IT 3715, RB 3568, IEFbe 3318; ECLI:EU:T:2021:763 (Google Shopping) Het Gerecht verwerpt grotendeels het beroep van Google tegen het besluit van de Commissie waarin wordt vastgesteld dat Google misbruik heeft gemaakt van haar machtspositie door haar eigen prijsvergelijkingsdienst te bevoordelen boven concurrerende prijsvergelijkingsdiensten. Het Gerecht handhaaft de aan Google opgelegde boete van € 2,42 miljard. Het Gerecht erkent het mededingingsverstorende karakter van de litigieuze praktijk en oordeelt dat de Commissie terecht schadelijke gevolgen voor de mededinging heeft vastgesteld. Het Gerecht sluit elke objectieve rechtvaardiging voor het gedrag van Google uit.


 
RB 3567

Conclusie A-G in Verstappen tegen Picnic

Nederland 8 okt 2021, RB 3567; ECLI:NL:PHR:2021:953 (Verstappen tegen Picnic), http://www.reclameboek.nl/artikelen/conclusie-a-g-in-verstappen-tegen-picnic

HR Conclusie A-G 8 oktober 2021, IEF 20319; ECLI:NL:PHR:2021:953 (Verstappen tegen Picnic) Deze zaak gaat over een kort filmpje waarin de bekende coureur Max Verstappen wordt nagespeeld door een lookalike. Het filmpje is in het najaar van 2016 door onlinesupermarkt Picnic op haar Facebook-pagina geplaatst. De lookalike bezorgt in dat filmpje, rijdend in een bestelbusje, boodschappen thuis in een raceoutfit en met een pet die sterk lijken op wat Verstappen draagt tijdens optredens in de media en op het circuit. Het filmpje is online geplaatst daags nadat een televisiereclame van supermarktketen Jumbo verscheen, waarin de werkelijke Verstappen boodschappen thuisbezorgt. De vraag die centraal staat, is of Verstappen c.s. zich tegen openbaarmaking van het filmpje van Picnic kunnen verzetten en of Picnic onrechtmatig heeft gehandeld ten opzichte van Verstappen c.s. Het hof [IEF 1939] heeft deze vraag, anders dan de rechtbank [IEF 17658], ontkennend beantwoord. De A-G stelt dat het hof een te scherpe bocht heeft genomen bij de invulling van het begrip 'portret' in art 21 AW. Het filmpje is een portret. Voor de beoordeling of het openbaar gemaakt mocht worden is een nog te maken belangenafweging noodzakelijk. Zijn conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing naar het hof.

RB 3565

Nationaal Reclamerecht Congres op 16 december

Houd uw agenda vrij voor het Nationaal Reclamerechtcongres op donderdag 16 december in Hotel Jakarta.
Ebba Hoogenraad en Willem Leppink leiden ons door een interactief dagprogramma, met parallelsessies, paneldiscussies en boeiende sprekers vanuit bedrijfsleven, advocatuur en toezichthouders. Natuurlijk starten we met het jaarlijkse overzicht van rechterlijke ´hits and misses´, een ‘behind the scenes’ van de Stichting Reclame Code en een terugblik op het jaar door de ACM. Het Commissariaat voor de Media geeft een voorzet op enkele beleidsvoornemens (met influencers voorop). In de middag komen thema’s als Pharma, Food en Duurzaamheid aan bod.

RB 3564

Boete voor reclame homeopathische middelen te hoog

Nederland 1 okt 2021, RB 3564; ECLI:NL:RBMNE:2021:5164 (De maatschap tegen de Minister voor Medische Zorg), http://www.reclameboek.nl/artikelen/boete-voor-reclame-homeopathische-middelen-te-hoog

Rechtbank Midden-Nederland 1 oktober 2021, RB 3564.LS&R 1993; ECLI:NL:RBMNE:2021:5164 (De maatschap tegen de Minister voor Medische Zorg) De minister heeft de maatschap een boete opgelegd wegens het presenteren van Pertussinum en Asclepias tuberose als geneesmiddelen. De maatschap kan zich niet verenigen met de opgelegde boete en gaat hiertegen in beroep. Net als de minister oordeelt de rechtbank dat de maatschap met de uitingen op haar website reclame heeft gemaakt in de zin van artikel 1 lid 1 onder xx van de Geneesmiddelenwet. Dat het niet de bedoeling was reclame te maken is niet van belang. Wel oordeelt de rechtbank dat de boete van € 15.000 in dit geval te hoog was. De minister heeft nagelaten te motiveren waarom het bereik van de website 'groot' is. Dit moet volgens de rechtbank worden beoordeeld aan de hand van het feitelijke bereik en niet de theoretische vindbaarheid. De boete wordt verlaagd naar € 12.000. 

RB 3563

Boete na publicatie verkapte tabaksreclame

Rechtspraak (NL/EU) 12 okt 2021, RB 3563; ECLI:NL:RBROT:2021:9962 (Eiseres tegen de Staatssecretaris van VWS), http://www.reclameboek.nl/artikelen/boete-na-publicatie-verkapte-tabaksreclame

Rechtbank Rotterdam 12 oktober 2021, RB 3563; ECLI:NL:RBROT:2021:9962 (Eiseres tegen de Staatssecretaris van VWS) Toezichthouder NVWA heeft naar aanleiding van een inspectie op de digitale krant van De Telegraaf een boete opgelegd. Ten grondslag ligt een overtreding van de Tabaks- en rookwarenwet. Eiseres voert in beroep bij de rechtbank aan dat de advertentie niet kwalificeert als reclame en subsidiair dat de boete in strijd is met het EVRM. De advertentie kan volgens de rechtbank niet anders worden begrepen dan dat dit als doel had om de verkoop van aanverwante producten, te weten e-sigaretten, te bevorderen. Het bestreden besluit komt niet in strijd met het in artikel 10 van het EVRM geformuleerde recht op vrijheid van meningsuiting. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. 

RB 3561

Lunch Merken-, Modellen- en Auteursrecht verplaatst naar 8 december

De jurisprudentielunch Merken-, Modellen- en Auteursrecht van 17 november is verplaatst naar woensdag 8 december.
Tobias Cohen Jehoram (De Brauw Blackstone Westbroek), Charles Gielen (NautaDutilh) en Joris van Manen (HOYNG ROKH MONEGIER) geven u tijdens lunchtijd een compleet overzicht van relevante en recente rechtspraak in drie vakgebieden.

Tijd: 13.00 tot 16.15 uur
Accreditatie: 3 PO punten
Locatie: ntb  (Amsterdam)

Bent u er ook bij? Aanmelden kan via de website, of door te mailen naar info@delex.nl

 

RB 3560

HR: Gemeente Utrecht tegen DPG Media

Rechtspraak (NL/EU) 24 sep 2021, RB 3560; (Gemeente Utrecht tegen DPG Media), http://www.reclameboek.nl/artikelen/hr-gemeente-utrecht-tegen-dpg-media

HR 24 september 2021, IEF 20217, RB 3560; 20/01411 (Gemeente Utrecht tegen DPG Media)  In de Afvalstoffenverordening van de gemeente Utrecht is met ingang van 1 januari 2020 bepaald dat ongeadresseerd reclamedrukwerk en huis-aan-huisbladen alleen mogen worden bezorgd bij inwoners die met een JA/JA- of NEE/JA-sticker hebben aangegeven dat zij dit drukwerk willen ontvangen (het opt-in systeem). De uitgever van een huis-aan-huisblad heeft in een kort geding tegen de gemeente een verbod tot handhaving van deze regeling gevorderd. In cassatie spitst het geschil zich toe op de vraag of het hof heeft kunnen oordelen dat het opt-in-systeem jegens deze uitgever in strijd is met art. 10 EVRM omdat niet voldaan is aan het noodzakelijkheidsvereiste. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de gemeente. Zie ook de conclusie van P-G Wassink [IEF 19936].

RB 3559

Prejudiciële vragen over reclametijd

EU 21 apr 2021, RB 3559; (Reti Televisive Italiane), http://www.reclameboek.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-over-reclametijd

Consiglio di Stato 21 april 2021, IEF 20209, RB 3559, IEFbe 3285, IT 3668; C-255/21 (Reti Televisive Italiane) Verzoek om een prejudiciële beslissing. Via MinBuza: De Italiaanse toezichthouder heeft drie zenders van RTI sancties opgelegd wegens het overtreden van de regels omtrent maximale reclametijd per klokuur. Volgens RTI werd in deze tijd ook zelfpromotie gepresenteerd, die bij de berekening niet mee hoeven worden genomen. In het geschil is dan ook aan de orde de vraag of het aanprijzen door de moedermaatschappij van (radio)programma's van de dochter-onderneming rechtmatig is. De verwijzende rechter verwijst in dit verband naar een besluit van de AGCOM, volgens welke de concentratie van televisie- en radio-uitzendingen ertoe kan leiden dat concurrenten worden uitgesloten van de markt. Er worden verschillende prejudiciële vragen gesteld over deze kwestie. De belangrijkste ziet op de vraag of het bestaan van diverse vormen van communicatie ondergebracht in onderling verbonden ondernemingsgroepen ertoe kan leiden dat de omroeporganisatie als groep aan te merken is als één economische eenheid. De overige vragen zien op de maximumzendtijd voor reclame en de gevolgen hiervan als de verschillende ondernemingen inderdaad als één economische eenheid beschouwd moeten worden.

RB 3556

Onterechte bewering over CO2-neutraliteit

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 26 aug 2021, RB 3556; (Klagers tegen Shell ), http://www.reclameboek.nl/artikelen/onterechte-bewering-over-co2-neutraliteit

RCC 26 augustus 2021, RB 3556; 2021/00190 (Klagers tegen Shell) Klagers stellen dat Shell ten onrechte claimt dat de milieuschade die wordt veroorzaakt door de CO2-uitstoot van haar fossiele brandstoffen kan worden geneutraliseerd. De campagne luidt als volgt: 'Maak het verschil, rij CO2-neutraal'. Volgens klagers is, wetenschappelijk gezien, een daadwerkelijke compensatie niet mogelijk. Shell voert als verweer dat de uitstoot gecompenseerd wordt door de aankoop van credits. Deze credits worden ingezet in verschillende natuurprojecten die vermindering van CO2 realiseren. Volgens Shell is het publiek van deze aanpak op de hoogte. Daarnaast zouden internationaal erkende organisaties zoals ISO en BSI de term CO2-neutraal gedefinieerd hebben. De Commissie vindt dit niet genoeg. Er wordt onterecht door Shell de indruk gewekt dat de uitstoot teniet wordt gedaan door daar een tegengesteld effect tegenover te plaatsen. De uitingen zijn in strijd met artikel 2 en 3 MRC. 

RB 3555

Vacature: juridisch medewerker bij Stichting Reclame Code

De Stichting Reclame Code (SRC) is op zoek naar een jurist ter ondersteuning van de afdeling Compliance.
De Stichting Reclame Code is dé instantie in Nederland op het gebied van zelfregulering van reclame en is aangesloten bij de European Advertising Standards Alliance (EASA) en de International Council for Advertising Self-Regulation (ICAS). De SRC bevordert verantwoord reclame maken met als doel de betrouwbaarheid en acceptatie van reclame te waarborgen.