RB 3518

JUROU: Influencers houden zich onvoldoende aan advertentieregels op Instagram

Er komen steeds meer klachten bij de ASA (Advertising Standards Authority) binnen over de vraag of influencer-advertenties op de juiste manier worden vermeld op sociale media. De ASA heeft proactief een selecte groep influencers gecontroleerd met wie zij eerder contact hebben gehad over de manier waarop zij content als reclame vermelden. Zij hebben dit gedaan om vast te stellen in hoeverre zij zich houden aan de regels die vereisen dat advertenties duidelijk als zodanig herkenbaar moeten zijn.

De drie weken durende controleperiode was gericht op inhoud op Instagram, omdat klachten bij de ASA over de openbaarmaking van advertenties van influencers meestal over dit specifieke platform gingen. De regels voor de openbaarmaking van advertenties gelden voor alle platforms en media waar influencers ervoor kiezen om reclame te maken.

RB 3514

Inhoudsopgave Mediaforum 2021-2

Inhoudsopgave van de nieuwe editie Mediaforum 2-2021.

41 Opinie
Mag ik u wat vragen? * Thomas Bruning

42 Rechtspraktijk
De Digital Services Package als beoogd wereldwijd rolmodel (deel 1 – Digital Services Act) * Marjolein Geus en Feyo Sickinghe

RB 3515

Inhoudsopgave Mediaforum 2021-1

Inhoudsopgave Mediaforum aflevering 1, 2021.

1 Opinie
Wie beslist of Trump weer online mag? * Anke Strijbos

2 Rechtspraktijk
De nasleep van Schrems II houdt niet over – De gevolgen van de uitspraak van het HvJ EU in Schrems II en de daaropvolgende (concept)aanbevelingen van de EDPD onder de loep genomen * Chloë Baartmans en Manuela Cox

8 Rechtspraktijk
Openbaarheid en auteursrecht anno 2021 * Paul Kreijger

RB 3517

Vier vragen aan Polo van der Putt

In een serie interviews stellen we graag een aantal vrouwen en mannen achter de deLex-platforms aan jullie voor. Als eerste: Polo van der Putt. Partner bij Vondst en vanaf het eerste uur betrokken bij IT en Recht. Hoog tijd voor een paar vragen.

U bent in 1996 begonnen in de advocatuur. Was u toen al direct actief binnen de IT-sector of is deze interesse pas later tot uiting gekomen?

Ja, ik ben meteen binnen de IT-praktijk gaan werken, maar het had ook net zo goed iets anders kunnen zijn. Ik werd wel direct gegrepen en heb de IT-praktijk nooit meer verlaten. Het leuke vind ik nog steeds de opwinding bij trajecten dat het allemaal beter gaat worden (al mislukt er natuurlijk wel heel erg veel). Tijdens mijn studie had ik overigens al IT-vakken gevolgd. Het inleidende vak was in feite een cursus Word en Excel. Bij het verdiepingsvak hebben we geprogrammeerd in een hogere programmeertaal. Doel was om een programma te schrijven dat een rechtsvraag kon oplossen. Dat was leuk. De docent vertelde vol trots dat, met de nodige subsidie, door de universiteit software was ontwikkeld om wetten te toetsen. Belangrijkste wapenfeit was dat die software een fout in de Wegenverkeerswet had gevonden. Als je die letterlijk las, mochten trams op de stoep rijden. Een blunder van jewelste, aldus de docent. Dat ik ondanks dit succesverhaal toch nog open stond voor de IT-praktijk mag eigenlijk een wonder heten.

Wat is de meest spraakmakende zaak die u heeft meegemaakt?

RB 3516

Vacature: merkengemachtigde bij DLA Piper

DLA Piper zoekt een Merkengemachtigde ter versterking en uitbreiding van het IP-team en in het bijzonder het merkenbureau. In deze rol adviseer je over de bescherming van merken, modellen, domeinnamen en auteursrecht. Je dagelijkse werkzaamheden bestaan o.a. uit het uitvoeren van merkonderzoeken, merkregistraties en merkbewakingen, wereldwijd. Je bent betrokken bij onderhandelingen, het opstellen en beoordelen van juridische documenten, zoals verklaringen en overeenkomsten, het voeren van opposities en het begeleiden of opstarten van andere juridische procedures, zowel in binnenland als buitenland (via DLA Piper collega’s of correspondenten). Als Merkengemachtigde werk je intensief samen met DLA kantoorgenoten in binnen- en buitenland en ben je samen met de Partner, een medewerker en de twee merkassistenten verantwoordelijk voor de uitvoering van het merkenbureau. 
Lees verder.

RB 3512

Het bijzondere van octrooirechtelijke vertalingen

Hendriks & James Legal Translations is in 2002 opgericht door Nynke Hendriks en Ian James Gaukroger. Zij vertalen vaak in IE-zaken en hebben uitgebreide ervaring met octrooizaken.

Nynke Hendriks heeft in Engeland gestudeerd en is afgestudeerd in Nederlands Recht. Zij heeft haar eindscriptie over de octrooirechtelijke bepalingen in het TRIPs-verdrag geschreven dat in artikelvorm in IER is gepubliceerd.

Ian James Gaukroger is Engels en opgegroeid in Zimbabwe. Op 18-jarige leeftijd is hij naar Londen vertrokken om te studeren. Hij blonk op school uit in natuur- en scheikunde en heeft zijn belangstelling voor de techniek altijd behouden.

Hoe gaan jullie te werk bij octrooirechtelijke vertalingen?

Ian: het eerste wat we doen bij een octrooirechtelijke vertaling  is op zoek gaan naar het onderliggende octrooi. En dan in bijzonder naar conclusie 1 van dat octrooi. Een goed begrip van die conclusie is ons anker tijdens de verdere rechtsprocedure.

Nynke: het blijft interessant hoe juristen op grond van hetzelfde octrooi de meest tegenstrijdige posities kunnen verdedigen. Die posities zijn doorgaans gestoeld op zeer technische details. Het is zaak om die ook helder te houden bij het vertalen van de juridische argumentatie, anders sla je al snel de plank mis.
 

RB 3511

P-G Wassink: opt-in systeem huis-aan-huisbladen is in strijd met art. 10 EVRM

Rechtspraak (NL/EU) 7 mei 2021, RB 3511; ECLI:NL:PHR:2021:447 (Gemeente Utrecht tegen DPG), http://www.reclameboek.nl/artikelen/p-g-wassink-opt-in-systeem-huis-aan-huisbladen-is-in-strijd-met-art-10-evrm

HR 7 mei 2021, IEF 19936, RB 3511; ECLI:NL:PHR:2021:447 (Gemeente Utrecht tegen DPG) In de Afvalstoffenverordening van de gemeente Utrecht is met ingang van 1 januari 2020 bepaald dat ongeadresseerd reclamedrukwerk en huis-aan-huisbladen alleen mogen worden bezorgd bij inwoners die met een JA/JA- of NEE/JA-sticker hebben aangegeven dat zij dit drukwerk willen ontvangen (het opt-in systeem). De uitgever van een huis-aan-huisblad heeft in een kort geding tegen de gemeente een verbod tot handhaving van deze regeling gevorderd. In cassatie spitst het geschil zich toe op de vraag of het hof heeft kunnen oordelen dat het opt-in-systeem jegens deze uitgever in strijd is met art. 10 EVRM omdat niet voldaan is aan het noodzakelijkheidsvereiste. P-G Wissink concludeert dat het hof dit terecht heeft mogen doen en adviseert tot verwerping van het cassatieberoep van de gemeente.

RB 3508

Informatieboekje varkenshouderij in strijd met artikel 11.1 NRC

16 mrt 2021, RB 3508; (Informatieboekje Varkenshouderij ), http://www.reclameboek.nl/artikelen/informatieboekje-varkenshouderij-in-strijd-met-artikel-11-1-nrc

RCC College van Beroep 16 maart 2021, RB 3508; 2020/00480 - CVB (Informatieboekje Varkenshouderij) De klacht van Varkens in Nood luidt kort samengevat als volgt: Het Informatieboekje Varkenshouderij is onderdeel van de PR-campagne “The Pig Story”. Het boekje is door POV naar basisscholen gestuurd in de vorm van ‘lesmateriaal’, maar het betreft in werkelijkheid reclame in de zin van artikel 1 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Op grond van artikel 11.1 NRC moet reclame duidelijk herkenbaar zijn voor het publiek waarvoor het is bedoeld. Het woord ‘reclame’ of ‘advertentie’ komt in het boekje echter niet voor, hetgeen volgens ViN in strijd is met artikel 11.1 NRC en/of artikel 4a van de Kinder- en Jeugdreclamecode (KJC). Door het boekje als ‘lesmateriaal’ op te sturen naar basisscholen is volgens ViN bovendien sprake van strijd met artikel 2 lid 1 sub c KJC, waarin is bepaald dat reclame gericht op kinderen niet mag profiteren van het speciale vertrouwen dat kinderen in leraren hebben. Het boekje geeft daarbij een eenzijdig beeld van de varkenshouderij, waarbij dierenwelzijns- en milieuproblemen volledig worden verzwegen. De Commissie acht de reclame-uiting in strijd met artikel 11.1 NRC.

RB 3506

Misleidende en vergelijkende reclame over hoortoestellen

Rechtspraak (NL/EU) 19 apr 2021, RB 3506; ECLI:NL:RBMNE:2021:1567 (Kwaliteitsaudiciëns tegen gedaagde), http://www.reclameboek.nl/artikelen/misleidende-en-vergelijkende-reclame-over-hoortoestellen

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 19 april 2021, IEF 19906, RB 3506, ECLI:NL:RBMNE:2021:1567 (Kwaliteitsaudiciëns tegen gedaagde) Gedaagde is als audicien een verkoper van hoortoestellen. Zij heeft onlangs een reclamecampagne gelanceerd voor op televisie, radio, internet en in kranten waarin zij een aantal gewaagde claims maakt. Zo stelt zij de eigen bijdrage - het bedrag dat niet door een zorgverzekeraar wordt vergoed - van hun hoortoestellen vóór de klant te betalen. Daarnaast beweert zij dat er veel andere audiciens zijn die hoortoestellen aan hun klanten adviseren die niet door zorgverzekeraars worden vergoed. Branchevereniging de Kwaliteitsaudiciens vindt de uitingen te ver gaan en stelt dat gedaagde zich schuldig maakt aan het verspreiden van misleidende en vergelijkende reclame. De voorzieningenrechter gaat hierin mee en verbiedt de reclamecampagne van gedaagde wegens het creëren van misleidende reclame, van een ontoelaatbare vergelijkende reclame en van een misleidende handelspraktijk. Zij ziet echter geen noodzaak voor Kwaliteitsaudiciëns om een rectificatie op te leggen aan gedaagde.

RB 3505

Suggestie commerciële band is ten onrechte

Rechtspraak (NL/EU) 29 mrt 2021, RB 3505; ECLI:NL:RBDHA:2021:2986 (Schlumberger en ITT Controls), http://www.reclameboek.nl/artikelen/suggestie-commerci-le-band-is-ten-onrechte

Vzr. Rechtbank Den Haag 29 maart 2021, IEF 19898, RB 3505; ECLI:NL:RBDHA:2021:2986 (Schlumberger en ITT Controls) Kort geding. Het Schlumberger-concern is leverancier van producten en diensten in de olie- en gasindustrie. ITT Controls verkoopt als wederverkoper meet- en regelsystemen voor de olie- en gasindustrie aan professionele afnemers, waaronder producten van het Schlumberger-concern. Geoordeeld wordt onder meer dat ITT Controls inbreuk maakt op de merkrechten van Schlumberger, omdat ten onrechte een commerciële band met Schlumberger wordt gesuggeerd. De vermelding 'exclusieve leverancier' op de website van gedaagde is misleidende reclame in de zin van artikel 6:194 lid 1 sub i BW omdat ITT Controls geen officiële wederverkoper is van Schlumberger. Ook is sprake van auteursrechtinbreuk op handleidingen en afbeeldingen. De op het auteursrecht op de ‘look and feel’ van de website van Schlumberger gebaseerde vorderingen worden afgewezen.

RB 3504

RCC wijst klachten over vaccinatiecampagne af

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 23 mrt 2021, RB 3504; (Klagers tegen VWS), http://www.reclameboek.nl/artikelen/rcc-wijst-klachten-over-vaccinatiecampagne-af

RCC 23 maart 2021, RB 3504, LS&R 1936, Dossier 2021/00051 (A) (B) (Klagers tegen VWS) De Reclame Code Commissie heeft een aantal klachten ontvangen en in behandeling genomen over de vaccinatiecampagne van de Rijksoverheid. Het betreft klachten tegen de tv- en radiocommercial en tegen drukwerkuitingen. Klagers stellen voornamelijk dat de uitingen in de vaccinatiecampagne onwaar en misleidend zijn. De Reclame Code Commissie heeft alle klachten afgewezen.

RB 3503

Auteursrechtinbreuk door advertenties voor mondkapjes op Bol.com

Rechtspraak (NL/EU) 16 mrt 2021, RB 3503; ECLI:NL:RBDHA:2021:3326 (VOF tegen MoMo Allround), http://www.reclameboek.nl/artikelen/auteursrechtinbreuk-door-advertenties-voor-mondkapjes-op-bol-com

Vzr. Rechtbank Den Haag 16 maart 2021, IEF 19893, RB 3503, LS&R 1935; ECLI:NL:RBDHA:2021:3326 (VOF tegen MoMo Allround) Kort geding. MoMo Allround biedt onder de naam ‘Toys & Gadgets’ mondkapjes aan in advertenties op Bol.com, waarbij hij gebruik maakt van door VOF geregistreerde en gebruikte EAN-codes. De door VOF aan de EAN-codes gekoppelde informatie, waaronder Beneluxmerk, foto’s, logo,  productbeschrijving en handelsnaam, wordt hierdoor overgenomen in de advertenties. VOF stelt dat MoMo Allround inbreuk maakt op haar Beneluxmerk en het handelsnaamrecht. De vorderingen worden niet weersproken en toegewezen. MoMo Allround betwist ook niet dat het gebruik van foto’s, logo en productbeschrijving auteursrechtinbreuk oplevert, zodat ook het daarop gegronde inbreukverbod wordt toegewezen.

RB 3499

Homeopathie aanprijzende claims zijn misleidend

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 2 mrt 2021, RB 3499; (Klager tegen KVHN), http://www.reclameboek.nl/artikelen/homeopathie-aanprijzende-claims-zijn-misleidend

RCC 2 maart 2021, RB 3499, 2020/00172 (Klager tegen KVHN) De Koninklijke Vereniging Homeopathie Nederland (KVHN) heeft op haar site een claim staan waarin wordt gesteld dat er vele wetenschappelijke onderzoeken zijn die aantonen dat homeopathie werkzaam is bij vele kwalen en aandoeningen. Klager stelt dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs is voor de werking van homeopathie en dat er “pseudowetenschappelijke onderzoeken” worden genoemd. De RCC oordeelt dat de claim van de KVHN moet worden gezien als misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC. Zij beveelt de KVHN aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

RB 3498

Facebook moet gegevens advertentie-accounts afgeven

Nederland 17 mrt 2021, RB 3498; ECLI:NL:RBDHA:2021:2422 (PVH tegen Facebook), http://www.reclameboek.nl/artikelen/facebook-moet-gegevens-advertentie-accounts-afgeven
Facebook-Unsplash

Rechtbank Den Haag 17 maart 2021, IEF 19857, RB 3498, IT 3460; ECLI:NL:RBDHA:2021:2422 (PVH tegen Facebook) [Vervolg op IEF 18172RB 3273IT 2694]. PVH is een groot kleding- en modebedrijf dat verschillende merken exploiteert, waaronder Tommy Hilfiger. Op Facebook en Instagram constateerde PVH een aantal advertenties voor kleding en schoeisel met de naam "Tommy Hilfiger" die niet van haar afkomstig waren, terwijl zij met Facebook al een advertentieovereenkomst had gesloten ten behoeve van haar eigen merk. Dit leidde tot een bevel van de voorzieningenrechter jegens Facebook om de nodige maatregelen te nemen tegen de inbreukmakende advertenties. Facebook is hiertegen in beroep gegaan en heeft o.a. geweigerd om de gegevens van de advertentie-accounts aan PVH te geven. De rechtbank oordeelt dat Facebook deze gegevens alsnog moet afgeven en benadrukt daarbij dat zij het plaatsen van de inbreukmakende advertenties gestaakt dient te houden. Daarnaast stelt zij ook dat Facebook niet aansprakelijk is voor inbreuken gemaakt door klanten, maar dat zij zich wel succesvol mag beroepen op de hosting vrijstelling. Tot slot wordt Facebook ook een beperkte filterverplichting met betrekking tot de advertenties opgelegd.

RB 3497

Vacature: hoofd klachtenbehandeling / jurist bij Stichting Reclame Code

De Stichting Reclame Code (SRC) zoekt een hoofd klachtenbehandeling / jurist (m/v/x) voor 37,5 uur in de week voor de afdeling die de klachten afhandelt en die kan bijdragen aan de verdere professionalisering en ontwikkeling van de organisatie en het klachtenafhandelingsproces. Iemand met affiniteit met reclamerecht die beschikt over aantoonbare leidinggevende en organisatorische capaciteiten.
Lees verder.

RB 3496

Jaarverslag CGR

De Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) heeft haar jaarverslag 2020 gepubliceerd.
Lees verder.

RB 3495

Claims Novartis ook in beroep in strijd geacht met Gedragscode

1 mrt 2021, RB 3495; (Novartis tegen Bayer), http://www.reclameboek.nl/artikelen/claims-novartis-ook-in-beroep-in-strijd-geacht-met-gedragscode

CGR 1 maart 2021, IEF 19832, RB 3495, LS&R 1923, B20.006/B20.03 (Novartis tegen Bayer) [Vervolg op IEF 19593, RB 3460, LS&R 1883]. Beroepszaak van Novartis tegen de beslissing van de Codecommissie waarmee een advertentie van Novartis voor haar geneesmiddel Beovu in strijd werd geacht met de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. De Commissie van Beroep is van oordeel dat de Codecommissie hierin geen onjuiste kijk op de zaak heeft gehad. De claims die Novartis in haar advertentie maakt zijn onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd.

RB 3494

Commissie van Beroep volgt CGR in haar uitspraak

1 mrt 2021, RB 3494; (Bayer tegen Novartis), http://www.reclameboek.nl/artikelen/commissie-van-beroep-volgt-cgr-in-haar-uitspraak

CGR 1 maart 2021, IEF 19831, RB 3494, LS&R 1922, B20.005/B20.02 (Bayer tegen Novartis) Vervolg op [IEF 19553], [RB 3453] en [LS&R 1876]. Bayer heeft in een advertentie voor haar geneesmiddel Eylea een aantal claims gedaan die volgens de Codecommissie in strijd zijn met de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. Bayer is tegen deze uitspraak in beroep gegaan, maar hier wederom in het ongelijk gesteld. De gemaakte claims schetsen in de gegeven context een te eenzijdig en te rooskleurig beeld, waardoor de gemiddelde beroepsoefenaar op het verkeerde been kan worden gezet, aldus de Commissie van Beroep. Deze bekrachtigt dan ook de beslissing van de Codecommissie.

RB 3493

Leeway Advocaten breidt verder uit met Jos Klaus

Jos Klaus heeft zich als advocaat-counsel per 1 maart 2021 bij Leeway Advocaten aangesloten. Jos is een ervaren advocaat op het gebied van auteurs- en modelrecht, merkenrecht en handelsnaamrecht en heeft veel expertise op het gebied van anti-counterfeiting, online IP-inbreuken en misleidende reclame. Ook adviseert hij regelmatig over complexe IP-gerelateerde overeenkomsten.

RB 3492

Ongeoorloofde vergelijkende reclame-uitingen Premiumkeur

23 feb 2021, RB 3492; ECLI:NL:RBAMS:2021:728 (Woningkeur Groep en Perfectkeur tegen Premiumkeur), http://www.reclameboek.nl/artikelen/ongeoorloofde-vergelijkende-reclame-uitingen-premiumkeur

Vzr. Rechtbank Amsterdam 23 februari 2021, IEF 19783, IT 3492; ECLI:NL:RBAMS:2021:728 (Woningkeur Groep en Perfectkeur tegen Premiumkeur) Woningkeur is een franchise-organisatie die met ongeveer twintig franchisenemers in heel Nederland bouwkundige keuringen uitvoert, veelal ten behoeve van potentiële kopers van woningen. Perfectkeur voert eveneens op landelijke schaal bouwkundige keuringen uit. Woningkeur en Perfectkeur zijn aan elkaar gelieerd en zijn beide aangesloten bij het keurmerk Vakkundig Gekeurd. Premiumkeur voert eveneens bouwkundige keuringen uit ten behoeve van potentiële kopers van woningen. Op de websites en op haar eigen YouTubekanaal zendt Premiumkeur filmpjes uit, waarbij gedaagde zich steeds bij een andere te keuren woning bevindt en de kijker uitleg geeft over wat hij ziet en doet. In deze filmpjes worden Woningkeur en Perfectkeur in een kwaad daglicht gezet. Hierop hebben Woningkeur en Perfectkeur, Premiumkeur aangeschreven en gesommeerd om de misleidende reclame, de ongeoorloofde vergelijkende reclame en de oneerlijke handelspraktijken op zijn websites en in zijn You Tubefilmpjes te staken. Premiumkeur beroept zich onder meer op zijn recht op vrijheid van meningsuiting. Geoordeeld wordt dat Premiumkeur de juistheid van de zware beschuldigingen onvoldoende aannemelijk heeft weten te maken, de vorderingen worden daarom toegewezen.