RB 3302

Jurisprudentielunch Privacyrecht op dinsdag 14 mei

Slachtoffers of nabestaanden van noodlottige gebeurtenissen hebben veelal geen behoefte aan publiciteit die rond een voor hen noodlottig voorval ontstaat. Dit kwam onder andere naar voren in een zaak bij het Hof Den Haag eind vorig jaar [IT 2744], waar een slachtoffer van een auto ongeval wilde opkomen tegen berichtgeving over de rechtszaak die hierop volgde, en in een zeer recente zaak voor de Rechtbank Amsterdam [IT 2750], waar nabestaanden van een slachtoffer van moord bezwaar hadden tegen (bepaalde passages uit) een boek over het slachtoffer. Welke argumenten vonden gehoor bij de rechters in deze zaken? Dit, en meer, komt aan de orde tijdens de Jurisprudentielunch Privacyrecht, onder leiding van Peter Blok, op dinsdagmiddag 14 mei in Amsterdam. 

RB 3305

Chipproducent Infineon maakt inbreuk op merkrechten NXP

Rechtspraak (NL/EU) 30 apr 2019, RB 3305; ECLI:NL:GHDHA:2019:897 (NXP tegen Infineon), http://www.reclameboek.nl/artikelen/chipproducent-infineon-maakt-inbreuk-op-merkrechten-nxp

Hof Den Haag 30 april 2019, IEF 18431, Rb 3305; ECLI:NL:GHDHA:2019:897 (NXP tegen Infineon) Merkenrecht. Inbreuk. Vergelijkende en misleidende reclame. NXP en Infineon zijn beide producent van computerchips. NXP heeft een aantal merkrechten van het merk MIFARE. Infineon verhandelt chips met de aanduiding ‘Mifare compatible’. De rechtbank heeft de vorderingen van NXP afgewezen (zie IEF 16733). In hoger beroep heeft Infineon allereerst aangevoerd dat het merk MIFARE nietig is. NXP heeft echter aangetoond dat MIFARE wel degelijk als merk wordt gebruikt en zelfs een bekend merk is. Daarna komt de inbreuk aan bod. Infineon betoogt dat er geen sprake is van inbreuk nu zij stelt toestemming te hebben. Deze toestemming weet zij echter niet voldoende aan te tonen. Het verweer dat het merk enkel als beschrijvende verwijzing wordt gebruikt, slaagt niet. Ook komt niet vast te staan of de gebruikte aanduiding omtrent compatibiliteit juist is. NXP heeft verder gesteld dat er sprake is van onrechtmatige reclame. Deze grief slaagt nu er producten worden vergeleken, waarbij de producten van NXP als inferieur worden afgeschilderd. Infineon wordt veroordeeld in de proceskosten.

RB 3300

Jurisprudentielunch Merken- Modellen- en Auteursrecht op 29 mei

Het afgelopen jaar was een bewogen jaar voor IE-liefhebbers. Zo werd smaak niet beschermd, maar rode zolen wel (IEF 18217), en was er discussie over de terugwerkende kracht van een nieuwe weigeringsgrond bij Uniemerken. Onlangs is de DSM richtlijn aangenomen, stond een remake van de Nachtwacht ter discussie, en is een prejudiciële vraag over een Usenetdienst voorgelegd aan het HvJ (Verricht Usenetdienst een mededeling aan het publiek?) (IEF 18372). Voldoende gespreksstof dus voor de Jurisprudentielunch Merken- Modellen- en Auteursrecht op 29 mei. In korte tijd word je van alle recente beslissingen op de hoogte gebracht!

RB 3298

Doorgehaalde prijs zonder toelichting suggereert ten onrechte prijsvoordeel

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 16 apr 2019, RB 3298; 2018/00821 (Klager tegen NRV), http://www.reclameboek.nl/artikelen/doorgehaalde-prijs-zonder-toelichting-suggereert-ten-onrechte-prijsvoordeel

RCC 16 april 2019, Rb 3298; 2018/00821 (klager tegen NRV) Misleidende reclame. Misleiding prijs. Het betreft de aanbieding van de 21-daagse groepsreis 'Relaxt door Peru'. De inleidende klacht is gebaseerd op de weergave van de prijs voor de groepsreis. Enkele keren is de reis aangeboden met de mededeling € 175,- korting. Volgens geïntimeerde is echter voorafgaand aan de kortingsacties de prijs steeds verhoogd tot meer dan € 2600,-, en is de prijs na de acties weer teruggebracht tot de gebruikelijke prijs van ongeveer € 2459,-.
De Commissie en het College gaan ervan uit dat de gemiddelde consument een doorgestreepte prijs zo zal begrijpen dat deze de voorafgaand aan de kortingsactie geldende prijs betreft. In dit geval betreft de doorgestreepte prijs evenwel niet de vorige prijs, maar de basisverkoopprijs, die niet voorafgaand aan de nieuwe actie gold. De enkele vermelding van de doorgestreepte prijs zonder toelichting, suggereert voor de gemiddelde consument ten onrechte een aanzienlijk reëel prijsvoordeel.

RB 3301

Jurisprudentielunch Privacyrecht op dinsdag 14 mei

Onlangs oordeelde het Hof Amsterdam (IT 2731) dat Kees van der Spek bepaalde met verborgen camera gemaakte opnames niet mocht gebruiken in zijn programma ‘Van der Spek ontmaskert’. Dit in verband met de belangen van degene die in de opnames te zien is. Zeventien dagen later oordeelde de Rechtbank Amsterdam (IT 2746) dat het recht op vrijheid van meningsuiting van het programma ‘Gestalkt’ wél opweegt tegen de belangen van appellant, die ongewenst in het programma is opgenomen. Dit terwijl de Hoge Raad eind vorig jaar oordeelde dat het heimelijk opnemen van gesprekken in een klaslokaal een inbreuk op de privacy vormt (IT 2735). Benieuwd waarom deze uitspraken verschillen, en hoe de jurisprudentie in het privacyrecht zich ontwikkelt?
Kom dan naar de Jurisprudentielunch Privacyrecht op dinsdag 14 mei!

RB 3299

Actualiteitenlunch Reclamerecht op 6 juni

, RB 3299; http://www.reclameboek.nl/artikelen/actualiteitenlunch-reclamerecht-op-6-juni

Kort en krachtig: de ‘Actualiteitenlunch Reclamerecht’ met Ebba Hoogenraad en Bram Duivenvoorde (Hoogenraad & Haak, Advertising + IP Advocaten). Tijdens de lunchpauze krijgt u in hoog tempo alle relevante Europese en Nederlandse rechtspraak en actualiteiten aangeboden, om daarna, helemaal up to date, weer verder te werken op kantoor. Reserveer donderdag 6 juni in uw agenda!
 
Tijd en datum: donderdag 6 juni, van 12:15 – 14:30 uur (inloop 12:00 uur)
Accreditatie: 2 PO-punten
Locatie: Amsterdam, Spaces Zuidas

Inschrijven of meer informatie? Kijk op de website.

RB 3297

Na elkaar uitgezonden commercials kunnen samen verkeerde indruk wekken

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 4 apr 2019, RB 3297; 2019/00017 (Klager tegen Salveo), http://www.reclameboek.nl/artikelen/na-elkaar-uitgezonden-commercials-kunnen-samen-verkeerde-indruk-wekken

RCC 2 april 2019, Rb 3297; 2019/00017 (klager tegen Salveo) Misleidende reclame. Het betreft twee TV commercials die opeenvolgend worden uitgezonden. Commercial 1 (totale duur: 9 seconden) begint met een roze wereldbol en een zogeheten ‘nieuwsleader’. In de roze wereldbol staat de tekst “griepalert.nl”. Vervolgens verschijnt een man in beeld die zegt: “De ‘r‘ is weer in de maand. Volg de griepsituatie bij jou in de buurt op griepalert.nl.” Hij laat daarbij zijn telefoonscherm aan de kijker zien. De commercial eindigt met de beeldvullende tekst “griepalert.nl”.
In commercial 2 (een animatiefilmpje van 9 seconden) is een getekende man te zien die zich op een winderige straathoek wapent tegen de kou. De voice-over zegt: “Rrrrr in de maand? Neem dan een buisje Oscillococcinum. Indien nodig, twee tot drie per dag. Oscillococcinum. Voor groot en klein.” Aan het einde van de commercial verschijnen de verpakking en het product Oscillococcinum in beeld met de teksten:
“voor groot én klein”; “95% van de gebruikers raadt het je aan*”; “* bron: online review 2326 kopers […]” en “Homeopathisch geneesmiddel. Lees voor gebruik de bijsluiter”.
Klager is van mening dat het lijkt alsof de uitingen bij elkaar horen, en dat daardoor de indruk kan ontstaan dat Oscillococcinum tegen griep beschermt.

RB 3296

Kia moet reclame aanpassen omdat voorgespiegeld verbruik onhaalbaar is

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 9 apr 2019, RB 3296; 2018/00893 (Klager tegen Kia), http://www.reclameboek.nl/artikelen/kia-moet-reclame-aanpassen-omdat-voorgespiegeld-verbruik-onhaalbaar-is

RCC 9 april 2014, RB 3296; 2018/00893 (Klager tegen Kia) Misleidende reclame. Het betreft de televisiecommercial waarin (een voordeelactie op) de Kia Niro wordt aangeprezen. In de commercial is onder meer te zien dat een man die in een Kia Niro Hybrid rijdt op het display de knop “hybrid” indrukt, waarna op het display komt te staan:
“Fuel economy|
 3,8 l/100 km”.
Dit verbruik is volgens klager in de praktijk onhaalbaar.

RB 3294

Geen schadevergoeding vanwege onvoldoende verband misleidende uitlatingen en aankoop loten

Rechtspraak (NL/EU) 19 mrt 2019, RB 3294; ECLI:NL:RBDHA:2019:2662 (X tegen de Staatsloterij), http://www.reclameboek.nl/artikelen/geen-schadevergoeding-vanwege-onvoldoende-verband-misleidende-uitlatingen-en-aankoop-loten

Rechtbank Den Haag dinsdag 19 maart 2019, IEF 18402, Rb 3294; ECLI:NL:RBDHA:2019:2662 (X tegen de Staatsloterij). Misleidende reclame. Causaal verband. X speelt met een abonnement mee in de Nederlandse Staatsloterij. Vast staat de de Staatsloterij misleidende uitlatingen heeft gedaan over de winkansen van deelnemers. X heeft mede in het licht van zijn spelgeschiedenis niet aannemelijk kunnen maken dat zijn meespelen verband houdt met de uitlatingen die de Staatsloterij heeft gedaan. X heeft derhalve niet de feiten en omstandigheden gesteld die hij moest stellen om aan te nemen dat hij als gevolg van de misleidende uitingen is overgegaan tot aankoop van de loten.

RB 3295

Beelden met gewonde ezels in reclamespot te heftig voor jonge kinderen

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 9 apr 2019, RB 3295; 2019/00016 (Klager tegen Donkey Sanctuary), http://www.reclameboek.nl/artikelen/beelden-met-gewonde-ezels-in-reclamespot-te-heftig-voor-jonge-kinderen

RCC 9 april 2019, RB 3295; 2019/00016 (Klager tegen Donkey Sanctuary) Reclame. Schokkende uitingen. Het betreft een televisiecommercial van Donkey Sanctuary waarin zij het publiek vraagt om een gift van 3 euro per maand. Die bijdrage wordt blijkens de uiting besteed aan de zorg voor werkezels in het buitenland. Het eerste deel van de commercial bevat een toelichting in beeld en gesproken tekst van het leven van zwaarbelaste werkezels, dat “wreed en kort kan zijn”. Ook als de werkezels wonden hebben of kreupel zijn, moeten zij “met weinig voedsel, water of rust blijven gaan, wat er ook gebeurt”. In het tweede deel van de commercial is te zien dat Donkey Sanctuary dankzij giften zorgt voor opvang en behandeling van de werkezels ter plaatse en voorlichting geeft over hun verzorging.

RB 3293

HvJ EU: Etiketteringsverboden tabak moeten worden opgevat als verbod om smaakstof als reclame te gebruiken

30 jan 2019, RB 3293; ECLI:EU:C:2019:76 (Planta Tabak), http://www.reclameboek.nl/artikelen/hvj-eu-etiketteringsverboden-tabak-moeten-worden-opgevat-als-verbod-om-smaakstof-als-reclame-te-gebr
Planta Tabak

HvJ EU 30 januari 2019, IEF 18370; IEFbe 2860; LS&R 1699; RB 3293; ECLI:EU:C:2019:76 Merkenrecht. Tabak. Reclame. Het verbod op het gebruik van elementen of kenmerken – inclusief merken – die verwijzen naar een smaak, naar geur- of smaakstoffen of naar andere additieven, dan wel naar het ontbreken daarvan in artikel 13, lid 1, onder c), van de richtlijn. Verduidelijkt moest nog worden of de etiketteringsverboden moeten worden opgevat als een verbod om de smaakstof als reclame te gebruiken. Dit is het geval, dit oordeel is in lijn met de conclusie van de AG [IEF 17815; IEFbe 2641; LS&R 1625; RB 3162] .

RB 3292

Opnemen 'Kassa citaat’ in advertenties niet onrechtmatig

13 mrt 2019, RB 3292; ECLI:NL:RBOVE:2019:874 (Advertenties met kassa citaat), http://www.reclameboek.nl/artikelen/opnemen-kassa-citaat-in-advertenties-niet-onrechtmatig
chocolademelk water dat smaakt naar oud papier

Vzr. Rechtbank Overijssel 13 maart 2019, IEF 18339; ECLI:NL:RBOVE:2019:874 (chocolademelk: Soort water dat smaakt naar oud papier) E Eiseres is een bedrijf dat onder andere gebrande suiker, koffiestroop en smaakversterkers produceert. Het bedrijf is sinds de oprichting gevestigd in plaats X. Een deel van de productie is door het bedrijf in de afgelopen periode verplaatst naar een andere plaats. Gedaagde is het niet eens met de nieuwe vestigingsplaats. In januari 2019 heeft hij advertenties geplaatst in de Stentor en de Stadskoerier. Hierin staat onder meer “smadelijke aftocht van [eiseres] uit [plaats x]” en “[eiseres] ’s chocolademelk: Soort water dat smaakt naar oud papier… TV Kassa. In dit kort geding gaat het om de vraag of in de advertenties onrechtmatige uitingen staan in de zin van het bepaalde in artikel 6:162 BW op grond waarvan een rectificatie in de zin van artikel 6:167 lid 1 BW gerechtvaardigd is. De voorzieningenrechter stelt dat de gedaagde in de advertenties geen (directe) beschuldigingen jegens eiseres heeft geuit, maar slechts een opinie - namelijk de gedeeltelijke verhuizing van de productie is geen goede ontwikkeling voor de gemeenschap van plaats X en de onderneming. Bij zijn uitlatingen heeft de gedaagde zich ook niet bediend van zware of nodeloos grievende bewoordingen of verdachtmakingen. Hetzelfde geldt voor het aangehaalde citaat uit het televisieprogramma Kassa. Dit citaat staat geheel los van de inhoud van de advertentie en het is een oud klantenonderzoek dat wellicht geen recht doet aan de huidige kwaliteit van de chocolademelk, gelet op de context van de advertenties en het feit dat het slechts een citaat is uit een onafhankelijk consumentenonderzoek en het niet eigen bewoordingen van gedaagde betreft - is het opnemen van het ‘Kassa citaat’ in de advertenties niet onrechtmatig is. De gebruikte bewoordingen zijn weliswaar een negatieve kwalificatie zijn, maar afgewogen tegen het belang van de vrijheid van meningsuiting van gedaagde niet dermate kwaadsprekend dat de aanduiding als onrechtmatig moet worden aangemerkt. De rechter wijst de vordering af.

RB 3290

Misleidende informatie bij productaankoop leidingsysteem, maar geen aansprakelijkheid

Rechtspraak (NL/EU) 12 feb 2019, RB 3290; ECLI:NL:GHARL:2019:1290 (Vivantes tegen Nathan en Uponor), http://www.reclameboek.nl/artikelen/misleidende-informatie-bij-productaankoop-leidingsysteem-maar-geen-aansprakelijkheid

Hof Arnhem-Leeuwarden 12 februari 2019, RB 3290; ECLI:NL:GHARL:2019:1290 (Vivantes tegen Nathan en Uponor) Hoger Beroep. Misleidende mededeling. Uponor is producent van kunststofbuizen. Nathan is de fabrieksvertegenwoordiger van Uponor in Nederland en België. Uponor prijst haar buizen aan door middel van folders, waarin zij stelt dat de betreffende buizen een maximaal constante werktemperatuur van 95°C kunnen verdragen (hierna: de aanprijzing). Vivantes stelt dat deze aanprijzing misleidend dan wel onrechtmatig is. De rechtbank heeft in eerste aanleg [RB 1607] geoordeeld dat de aanprijzing misleidend is in de zin van artikel 6:194 sub a BW, waarmee in beginsel sprake is van een onrechtmatige daad die aan Nathan en Uponor moet worden toegerekend. De rechtbank achtte het echter onvoldoende aannemelijk dat Vivantes haar keuze voor de Unipipe-buizen heeft gebaseerd op de aanprijzing. Derhalve heeft de rechtbank geen causaal verband aangenomen. In hoger beroep voert Vivantes drie grieven aan tegen deze beslissing. Met haar eerste grief stelt Vivantes dat degene die in verband met een misleidende mededeling schadevergoeding vordert niet hoeft aan te tonen dat hij op die misleidende mededeling is afgegaan indien er sprake is van een misleidende mededeling. Dit is echter onjuist nu Vivantes een rechtspersoon is handelend in de uitoefening van bedrijf of beroep. Vervolgens beroep Vivantes zich op het HR World Online arrest (HR 27 november 2009, ECLI: NL:HR:2009: BH2162). Dit beroep gaat echter niet op nu er belangrijke verschillen zijn met de situatie in het World Online arrest. Belangrijke verschillen zijn dat de productfolder zich in dit geval richt op een specifieke doelgroep van technisch onderlegde professionals in plaats van, zoals in de World Online-zaak, op een breed publiek van beleggers (waaronder professionele beleggers en consumenten zonder kennis en ervaring met beleggen), terwijl de in de World Online-zaak geschetste bewijsproblemen voor de beleggers zich niet of anders en in mindere mate voordoen voor Vivantes. Tot slot heeft Vivantes onvoldoende gesteld om aan te nemen dat de aanprijzing in de folder voldoende van belang is geweest bij de beslissing om de kunststofbuizen aan te kopen. Alle grieven falen.

RB 3289

Staatsloterij hoeft ondanks misleidende uitlatingen geen schadevergoeding te betalen doordat deelnemer niet heeft kunnen aantonen hierdoor beïnvloed te zijn

19 mrt 2019, RB 3289; ECLI:NL:RBDHA:2019:2663 (deelnemer tegen Staatsloterij), http://www.reclameboek.nl/artikelen/staatsloterij-hoeft-ondanks-misleidende-uitlatingen-geen-schadevergoeding-te-betalen-doordat-deelnem

Ktr. Rechtbank Den Haag 19 maart 2019, RB 3289; ECLI:NL:RBDHA:2019:2663 (deelneemster tegen Staatsloterij) en ECLI:NL:RBDHA:2019:2662 (deelnemer tegen Staatsloterij) Misleidende mededelingen van 2000 tot 2007. De vordering op grond van dwaling wordt afgewezen omdat de deelneemster niet voldoende heeft aangevoerd om aan te nemen dat zij in de bewuste periode bij de aankoop van staatsloten is beïnvloed door de misleidende mededelingen.

RB 3288

Ook enkel openbaar maken misleidende mededeling is onrechtmatige daad

Rechtspraak (NL/EU) 18 jan 2019, RB 3288; ECLI:NL:PHR:2019:244 (Mikas tegen BPD), http://www.reclameboek.nl/artikelen/ook-enkel-openbaar-maken-misleidende-mededeling-is-onrechtmatige-daad

Conclusie AG HR 18 januari 2019, RB 3288; ECLI:NL:PHR:2019:244 (Mikas tegen BPD) Misleidende reclame. Leverancier en handelsagent aansprakelijk jegens de projectontwikkelaar die de betreffende producten in zijn bestekken heeft voorgeschreven? Verjaring. Causaal verband.

RB 3287

Claim 'zonder toegevoegde suikers' toelaatbaar ondanks toevoeging van appelsapconcentraat

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 5 mrt 2019, RB 3287; Dossiernummer 2018/00620 (Foodwatch tegen HiPP), http://www.reclameboek.nl/artikelen/claim-zonder-toegevoegde-suikers-toelaatbaar-ondanks-toevoeging-van-appelsapconcentraat

RCC 5 maart 2019, RB 3287; dossiernr. 2018/00620 (Foodwatch tegen HiPP). Foodwatch heeft bezwaar gemaakt tegen gebruik van de door HiPP gebruikte claim ‘Zonder toegevoegde suikers’, omdat de claim volgens foodwatch gebruikt wordt terwijl er wel suiker in de koekjes zit vanwege het feit dat aan de koekjes appelsapconcentraat is toegevoegd (een schuilnaam voor suiker, aldus foodwatch). De RCC heeft geoordeeld dat gebruik van de claim ‘Zonder toegevoegde suikers’ in dit geval toelaatbaar is, aangezien HiPP voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat toevoeging van het appelsapconcentraat niet heeft plaatsgevonden vanwege de zoetkracht, zoals foodwatch heeft betoogd.
 
HiPP heeft terecht aangevoerd ‘dat de benaming van het product ‘Kinderkoek met appel’ een indicatie vormt dat het appelconcentraat aan het product is toegevoegd als een ‘defining ingredient’, en dus is gebruikt om de beoogde appelsmaak te verkrijgen. Veder heeft HiPP aan de hand van de overgelegde stukken aannemelijk gemaakt dat door toevoeging van andere ingrediënten dan appelsapconcentraat om de appelsmaak te bereiken niet kan worden voldaan aan de veiligheidseisen die gelden voor het productieproces, en bovendien de gewenste structuur niet kan worden bereikt. Tenslotte heeft HiPP terecht gewezen op de voedingswaarde als reden voor toevoeging van het geconcentreerde appelsap. (…)’
 
Ook de mate waarin het appelsapconcentraat is toegevoegd (18%) acht de Commissie niet zodanig dat dat gebruik van de claim ‘zonder toegevoegde suikers’ ontoelaatbaar zou maken. De claim is niet in strijd met artikel 8 lid 1 van de Claimsverordening, noch met artikel 2 NRC en is ook niet misleidend nu de claim alleen ziet op de toegevoegde suikers, terwijl de verpakking duidelijk vermeldt dat het product wel van nature aanwezige suikers bevat.

RB 3286

Geen misleidende uitlatingen omtrent certificeerbaarheid van producten

Rechtspraak (NL/EU) 23 jan 2019, RB 3286; ECLI:NL:RBROT:2019:1369 (Aviation Glass tegen Air-Craftglass), http://www.reclameboek.nl/artikelen/geen-misleidende-uitlatingen-omtrent-certificeerbaarheid-van-producten

Rechtbank Rotterdam 23 januari 2019, IEF 18271, RB 3286; ECLI:NL:RBROT:2019:1369 (Aviation Glass tegen Air-Craftglass). Misleidende reclame. Bedrijfsgeheimen. Aviation Glass drijft een onderneming die zich bezighoudt met glastoepassingen voor de luchtvaart. Gedaagde is CEO geweest van Aviation Glass, maar is uit deze functie ontslagen. Gedaagde is hierna doorgegaan in dezelfde branche met een ander, nieuw bedrijf (te weten: Air-Craftglass). Hierna is een conflict ontstaan tussen gedaagde en Aviation Glass, waarna Aviation Glass naar de Rechtbank Rotterdam is gestapt. Hier stelt Aviation Glass o.a. dat gedaagde misleidende uitlatingen heeft gedaan over haar nieuwe producten. Gedaagde zou namelijk reclame maken met certificeringen die zij niet bezit. Ook stelt Aviation Glass dat gedaagde bedrijfsgeheimen van haar heeft gestolen. De rechtbank komt in beide gevallen tot de conclusie dat de vordering niet toewijsbaar is. Dit omdat bij de vermeend misleidende uitlatingen het mogelijk is dat gedaagde haar producten eerst laat certificeren alvorens deze toe te passen, de producten zijn namelijk wel certificeerbaar. Met betrekking tot de bedrijfsgeheimen oordeelt de rechtbank dat onvoldoende is gemotiveerd dat er sprake is van gestolen bedrijfsgeheimen.

RB 3283

Gall & Gall voert promotie met misleidende beschikbaarheid

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 6 feb 2019, RB 3283; 2018/00861 (Klaagster tegen Gall & Gall), http://www.reclameboek.nl/artikelen/gall-gall-voert-promotie-met-misleidende-beschikbaarheid

Vz. RCC 6 februari 2019, RB 3283; dossiernr. 2018/00861 (Klager tegen Gall & Gall). Gedeeltelijke voorzitterstoewijzing. Misleiding beschikbaarheid. Het betreft een op 24 november 2018 in het NRC Handelsblad gepubliceerde advertentie van Gall & Gall in het kader van ‘Topselectie wijnen’ waarin onder meer een ‘Tokara Director’s Reserve 2014’ wordt aangeboden voor € 11,99. In de advertentie staat, haaks op de verdere inhoud daarvan: “Deze actie is geldig t/m woensdag 5 december 2018, of zolang de voorraad strekt”. Toen klaagster de wijn uit de advertentie bij aanvang van de actie wilde kopen bleek deze niet meer beschikbaar.

2)  Wel is de klacht gegrond voor zover klaagster bezwaar maakt tegen het feit dat zij van de actie geen gebruik kon maken doordat de wijn bij de aanvang van de actie in (een aantal) filialen van adverteerder niet te koop was, terwijl het evenmin mogelijk was de wijn via de webshop van adverteerder te bestellen. Op het moment dat een actie start, dient immers altijd enige voorraad van het actieproduct beschikbaar te zijn, tenzij in de reclame-uiting bepaalde filialen worden uitgezonderd. De vermelding “zolang de voorraad strekt” of een soortgelijke vermelding ontslaat adverteerder niet van deze verplichting (vgl. dossier 2013/000085). Op grond van het voorgaande acht de voorzitter de uiting in strijd met het bepaalde in artikel 8.2 aanhef en onder b van de Nederlandse Reclame Code (NRC). De uiting wekt immers ten onrechte de indruk dat de desbetreffende wijn als aanbieding beschikbaar is. Verder is de voorzitter van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden acht de voorzitter de bestreden uiting misleidend en oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

RB 3285

Brief aan ouders is geoorloofd nu er geen aanprijzing wordt gedaan

Zelfregulering (RCC, KOAG/KAG) 12 feb 2019, RB 3285; 2018/00733 (Bibliotheek op school), http://www.reclameboek.nl/artikelen/brief-aan-ouders-is-geoorloofd-nu-er-geen-aanprijzing-wordt-gedaan

RCC 12 februari 2019, RB 3285; dossiernr. 2018/00733 (Bibliotheek op school). Bevestiging voorzittersafwijzing. De bestreden uiting betreft een geadresseerde brief van de bibliotheek waarin onder meer staat:  "Uit onze gegevens blijkt dat uw kind op dit moment geen gebruik maakt van dit bibliotheekabonnement. Wilt u wel gebruik maken van het abonnement in onze bibliotheken dan kunt u gratis een pas aanvragen bij een van onze bibliotheken. Uw kind kan dan meteen een stapel leuke boeken mee naar huis nemen. Wilt u geen gebruik meer maken van het bibliotheekabonnement buiten de ‘Bibliotheek op school’, dan hoeft u niks te doen. Na 2 maanden wordt uw kind afgemeld voor dit bibliotheekabonnement."

De klacht wordt als volgt samengevat. In de brief wordt de suggestie gewekt dat de bibliotheek en klagers kind een overeenkomst zijn aangegaan, die binnenkort eindigt of verlengd moet worden. Volgens klager is er geen klantrelatie, zijn de persoonsgegevens niet verkregen uit hoofde van een overeenkomst of na verkoop van een product of dienst. Klagers dochter heeft begin 2018 “ongevraagd” van de juf in de klas een pas van de bibliotheek gekregen. Klager heeft de bibliotheek er toen op gewezen dat er nooit een overeenkomst tot stand is gekomen, en de persoonsgegevens van zijn kind onrechtmatig verkregen en verwerkt zijn. Uit de brief die hij nu ontving (de onderhavige uiting) blijkt dat er nog steeds persoonsgegevens onrechtmatig worden verwerkt: er is geprofileerd en gekeken naar het gebruik van de pas en ook voor de verzending van deze brief zijn onrechtmatig persoonsgegevens verwerkt. De brief, die aanspoort tot verlengen of opnieuw afsluiten van het abonnement is direct mail, aldus klager. Klager en zijn dochter staan ingeschreven bij Postfilter. Volgens klager handelt de bibliotheek in strijd met de volgende artikelen: Artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC) wegens strijd met de algemene verordening gegevensbescherming (AVG), artikelen 8 en 14 NRC; Artikel 7 Code brievenbusreclame (CBR); Artikelen 5.2 en 6.2 Code Postfilter; Artikel 2 lid 1 onder cen de artikelen 9, 12 lid 1 en lid 2 van de Kinder- en Jeugdreclamecode. Klager verwijst ten slotte in zijn klacht op de beslissing van de Commissie in dossier 2016/00160, waarin de bibliotheek een aanbeveling heeft gekregen.