RB 3040

Verwijzen naar voorwaarden mag, maar TV-spot mag geen onjuist beeld van de actie vormen door onvolledigheden

RCC 2 november 2017, RB 3040; dossiernr. 2017/00673 - CvB (Nuon 'Powerdeal'). Aanbeveling. Nutsvoorzieningen. Het betreft een uiting op de website van Nuon, in het bijzonder op de subpagina www.nuon.nl/producten/energie/aanbiedingen/Powerdeal. De klacht wordt als volgt samengevat: in de “Powerdeal” reclame van Nuon wordt melding gemaakt van een korting op stroom oplopend tot wel 25%. Klager verkrijgt zijn stroom van Nuon, gas verkrijgt hij (verplicht) door middel van stadsverwarming. Klager vindt de uitingen op internet en tv misleidend nu niet wordt gezegd dat het aanbod slechts geldt wanneer men stroom én gas bij Nuon afneemt (en hij dus niet van het aanbod gebruik kan maken). Volgens klager heeft Nuon in een persoonlijk twitterbericht aan hem toegegeven dat de betreffende voorwaarde niet in de reclame wordt vermeld. Klager heeft de tekst van de ‘twittersessie’ overgelegd. Daarin staat onder andere: “Nuon: […] Er zitten meerdere voorwaarden aan Blijven Loont korting. Die worden niet allemaal in de reclame besproken maar staan wel in de voorwaarden.”

Het oordeel van de Commissie

1. Hoewel klager in zijn klacht zegt bezwaar te maken tegen de tv-commercial over “Nuon Powerdeal”, gaat de Commissie er vanuit dat de klacht op twee uitingen ziet: de online uiting met betrekking tot de Powerdeal (uiting 1) en de tv-commercial in de “Blijven Loont” campagne (uiting 2). Vast is komen te staan dat er geen tv-commercial is die betrekking heeft op de Powerdeal. Nu er in de online uiting 1 een onmiskenbare verwijzing gemaakt wordt naar de actie “Blijven Loont” (er staat “Nuon Powerdeal: € 250,- cadeau en 5% Blijven loont-korting op stroom”), klager daarbij uiting 1 en 2 kennelijk ook in verband met elkaar begrijpt, en adverteerder in haar verweer op beide uitingen heeft gereageerd, zal de Commissie beide uitingen in haar oordeel betrekken. 

2. Klager maakt bezwaar tegen de uitingen omdat daarin niet duidelijk wordt vermeld dat het aanbod geldt wanneer men stroom én gas afneemt bij Nuon. Voor wat betreft uiting 1 is de Commissie van oordeel dat hierin voldoende duidelijk wordt vermeld dat een van de voorwaarden om gebruik te kunnen maken van de “Powerdeal” is dat men zowel stroom als gas afneemt bij Nuon. In de uiting is direct, in een in het oog springend tekstblok en zonder dat men hoeft te scrollen te lezen “€ 250,- cadeau bij stroom en gas.” Iets lager op de pagina, onder “Uw voordelen” staat: “U krijgt stroom en gas met een vaste prijs tot 1 jaar”, en weer iets lager op de pagina: “U krijgt een welkomstcadeau van € 250,- bij stroom en gas.” Hierdoor wordt voldoende duidelijk dat de aanbieding bedoeld is voor klanten die zowel stroom als gas afnemen van Nuon. 

3. Voor wat betreft uiting 2 geldt het volgende. De gesproken tekst in deze uiting luidt (voor zover van belang): “Daarom waarderen we iedere klant die bij ons blijft.” Niet in geschil is dat niet iedere klant van het “Blijven Loont” aanbod gebruik kan maken. Er wordt echter geen voorbehoud gemaakt in de commercial waaruit de gemiddelde consument kan begrijpen dat het aanbod niet geldt wanneer men - zoals in het geval van klager - wel elektriciteit, maar geen gas afneemt van Nuon. De gemiddelde consument zal een dergelijke beperking niet verwachten. Immers, klanten die ‘alleen’ elektriciteit van Nuon afnemen, zijn wel degelijk ‘klant’ van Nuon. De uiting is om die reden naar het oordeel van de Commissie te absoluut gesteld.

4. Het verweer dat men deze voorwaarde niet in de tv-commercial hoeft te vermelden en  een verwijzing naar de website volstaat, treft geen doel. De Commissie verwijst hiervoor naar een eerdere uitspraak van het College van Beroep (dossiernummer 2015/00521) waarin is bepaald dat het in beginsel is toegestaan in dit soort (tv-)uitingen voor die voorwaarden te verwijzen naar de website, maar dit niet wegneemt dat adverteerder dient te voorkomen dat door onvolledige informatie in de reclame een onjuist beeld van de actie wordt gevormd bij de consument. Om die reden had op enige wijze uit de uiting moeten blijken dat de actie, niet voor iedere klant van Nuon geldt. Nu Nuon dit heeft nagelaten, is de Commissie van oordeel dat in de commercial sprake is van een ontbreken van essentiële informatie. Dat Nuon stelt te onderzoeken of zij het aanbod ook kan doen aan klanten die alleen elektriciteit afnemen, neemt het misleidende karakter van uiting 2 niet weg.

5. Gelet op het voorgaande is de Commissie van oordeel dat in uiting 2 sprake is van het ontbreken van essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen als bedoeld in artikel 8.3 aanhef en onder c van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Nu de gemiddelde consument er bovendien toe kan worden gebracht een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, is de uiting misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

6. Over het onderdeel van de klacht met betrekking tot het twitterbericht is de Commissie ten slotte van oordeel dat het twitterbericht van adverteerder aan klager door zijn aard en inhoud niet kan worden beschouwd als een erkenning van klagers stelling dat de uiting misleidend is. 

De beslissing: gezien het bepaalde onder 3 t/m 5 acht de Commissie de reclame-uiting in strijd met artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Voor het overige wijst de Commissie de klacht af.